Daarom houd ik me aan de definities uit IEC 60268-22 voor de "Small-signal lumped parameters". Dat is een standaard T&S model met als enige uitbreiding dat de Le is vervangen door Le + R2//L2, een vrij gebruikelijke verfijning. Het is niet het laatste woord in luidspreker modelleren maar het biedt wel houvast, en ik kan later altijd een ander model aan dezelfde data fitten als ik dat wil. Het is ook het model dat de meeste fabrikanten lijken te gebruiken in hun gepubliceerde datasheets, dus je kan een geldig vergelijk maken tussen de metingen en de datasheet.
Ik heb op de oude manier ook nette metingen kunnen doen, maar dat gerommel aan de conus was me een doorn in het oog. Je kan kiezen om bij hele kleine amplitude met de conus omhoog te meten zodat de zwaartekracht de massa op z'n plek houdt, of vastplakken (niet zo'n goed idee bij een papieren conus). Daarnaast moet je heel nauwkeurig de toegevoegde massa weten, anders gaat de methode alsnog de mist in. Gelukkig heb ik deze, dus dat zit wel snor.
Klopt, de controller klaagt niet over slechte belichting en ook de signaal/ruis verhouding is zo'n 40 dB voor elke frequentiecomponent, dus dat vond ik in dit geval niet nodig. De controller geeft per meetwaarde statusinfo mee als je de meting digitaal uitleest, en die geeft geen problemen aan. Naast de eliminatie van de fout en ruis geïntroduceerd door DAC-kabel-ADC is dit nog een voordeel van digitaal uitlezen.
Note to self: het is luiDspreker met een D, niet luispreker en ook niet luidpreker...
