Als de verhouding tussen de akoestische impedantie (die de belasting vormt) en de totale impedantie ( elektrische bron + mechanische imp. vh bewegend systeem +akoestische impedantie ) gunstiger wordt, neemt het rendement toe. Dus een grotere akoestische belasting is gunstig. Maar.. bij een direct stralende luidspreker is de totale impedantie zoveel groter dan de akoestische ( factor 10 tot 100), dat veranderingen in de akoestische impedantie bijna geen effect hebben. De spreekspoelweerstand en de conusmassa domineren het resultaat.richard schreef:Ik meende dat het rendement van de woofer toeneemt omdat hij meer weerstand van de aangekoppelde lucht ondervind. Een beetje als de drukkamer bij een hoornluidspreker.
Maar dat kan onzin zijn, het zou dan meetbaar moeten zijn.
Bij een hoorn liggen de zaken gunstiger; door de hoornwerking wordt de akoestische belasting vele malen groter en vormt nu een aanzienlijk deel van het totaal. Dat ga je merken.
Kleine openingen voor de conus , bijv. zoals de BBC die gebruikte in de vorm van een verticale gleuf, kunnen de afstraling verbeteren door de bundeling te verkleinen. Tegelijk ontstaat voor de conus een resonerende holle ruimte, en zal de luchtmassa in die ruimte de effectieve bewegende massa iets verhogen. Dit zijn maatregelen die met beleid moeten worden toegepast.
groeten,
Tom
