Compacte EBL21 SE versterker
Moderator: Beheerdersteam
Compacte EBL21 SE versterker
Ik heb een aantal buizenversterkers staan (6ASG7 SE, KT66 balans) , maar gebruikte ze alleen in de wintermaanden; op warme dagen wordt het te warm in mijn studeer / hobbykamer. Voor de zomer heb ik een classe D versterker. Dit was een goed excuus om een kleine, relatief energiezuinige, buizenversterker te bouwen.
De afgelopen maanden heb ik daarom aan een compacte EBL21 SE stereoversterker gewerkt. Ik had nog een aantal EBL21’s liggen en hoewel die buis erg vergelijkbaar is met de EL84, vind ik het een leukere buis om te zien - en het oog wilt ook wat.... De loctal voeten zijn ook super, er is zowat een breekijzer nodig om de buis weer uit de voet te krijgen.
Omdat ik op een klein Hammond chassis wilde bouwen besloot ik om een FET voortrap te gebruiken om direct de eindbuis aan te sturen. Ik werd geïnspireerd door Menno Van der Veen’s boekje Trans Tube Amplifiers. Ik heb in eerste instantie de versterker met een EL84 op een plankje gebouwd en was aangenaam verrast door de kwaliteit. Ter referentie heb ik ook de RH84 (met ECC81) gebouwd. De RH is een leuke versterker, maar uit de vergelijking bleek dat de Trans Amp beter klinkt – vooral de bassen zijn strakker. Ik was blij met deze conclusie omdat in het chassis ruimte nodig is voor de voeding, inschakelvertragingsschakeling, EBL21 schakeling. Geen ruimte meer voor een ECC81 en bijbehorende electronica.
Nadeel van het ontwerp is de drift van het instelpunt van de DC gekoppelde eindbuis. De FET trekt een kleine stroom door een grote weerstand, dus een klein verloop van de instelstoom (of van de voedingsspanning) heeft direct invloed op de spanning op het rooster van de eindbuis. Om dat te ondervangen heb ik de eindbuis voorzien van een stroombron, maar die bleek ook niet keihard te zijn. Nadeel is ook dat een defect in de FET en/of stroombron de buis kan opblazen. Uiteindelijk heb ik daarom gekozen voor AC koppeling en traditionele instelling van de eindbuis. Dit is geheel tegen Menno’s filosofie, maar de versterker is stabiel en klinkt prima. Echt een lust om naar te luisteren - wonderlijk voor zo'n eenvoudig ontwerp met kleine Hammond 125BSE UGT's. De EBL21's kunnen zonder meer door EL84's vervangen worden.
Ik heb wat schema's en foto's bijgevoegd.
groet,
Marinus
De afgelopen maanden heb ik daarom aan een compacte EBL21 SE stereoversterker gewerkt. Ik had nog een aantal EBL21’s liggen en hoewel die buis erg vergelijkbaar is met de EL84, vind ik het een leukere buis om te zien - en het oog wilt ook wat.... De loctal voeten zijn ook super, er is zowat een breekijzer nodig om de buis weer uit de voet te krijgen.
Omdat ik op een klein Hammond chassis wilde bouwen besloot ik om een FET voortrap te gebruiken om direct de eindbuis aan te sturen. Ik werd geïnspireerd door Menno Van der Veen’s boekje Trans Tube Amplifiers. Ik heb in eerste instantie de versterker met een EL84 op een plankje gebouwd en was aangenaam verrast door de kwaliteit. Ter referentie heb ik ook de RH84 (met ECC81) gebouwd. De RH is een leuke versterker, maar uit de vergelijking bleek dat de Trans Amp beter klinkt – vooral de bassen zijn strakker. Ik was blij met deze conclusie omdat in het chassis ruimte nodig is voor de voeding, inschakelvertragingsschakeling, EBL21 schakeling. Geen ruimte meer voor een ECC81 en bijbehorende electronica.
Nadeel van het ontwerp is de drift van het instelpunt van de DC gekoppelde eindbuis. De FET trekt een kleine stroom door een grote weerstand, dus een klein verloop van de instelstoom (of van de voedingsspanning) heeft direct invloed op de spanning op het rooster van de eindbuis. Om dat te ondervangen heb ik de eindbuis voorzien van een stroombron, maar die bleek ook niet keihard te zijn. Nadeel is ook dat een defect in de FET en/of stroombron de buis kan opblazen. Uiteindelijk heb ik daarom gekozen voor AC koppeling en traditionele instelling van de eindbuis. Dit is geheel tegen Menno’s filosofie, maar de versterker is stabiel en klinkt prima. Echt een lust om naar te luisteren - wonderlijk voor zo'n eenvoudig ontwerp met kleine Hammond 125BSE UGT's. De EBL21's kunnen zonder meer door EL84's vervangen worden.
Ik heb wat schema's en foto's bijgevoegd.
groet,
Marinus
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Leuk resultaat
Leuk hè om de zien hoeveel zo'n fet versterkt. Ach, er is niks mis met een klassieke buisinstelling en een condensator als koppelelement. Zeker in deze toepassing. Je hebt volgens mij wel de zenerdiode naar het schermrooster verkeerd om getekend.
Re: Compacte EBL21 SE versterker
MOOI
Geniet je dubbel met een kastje als dat erbij van je muziek.
Geniet je dubbel met een kastje als dat erbij van je muziek.
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Bedankt voor de opmerking. Ik heb de zener inderdaad verkeerd om getekend - wel goed aangesloten.
Groet,
Marinus
Groet,
Marinus
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Een snoezig versterkertje
De vatsea maar dan een beetje anders.
Waarom heb je die buis op zo'n laag pitje gezet ?
Anne
De vatsea maar dan een beetje anders.
Waarom heb je die buis op zo'n laag pitje gezet ?
Anne
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Een eindbuis met 2 dioden er in, dat zie je niet vaak i.d.d. Dat moet een typische radiobuis zijn. Na wat zoeken kwam ik bij een Philips BX760X uit van eind jaren 40: http://www.philipsradios.nl/BX760X.htm Het lijkt wel een custom buis op de manier van doen als met moderne FPGA's: We proppen het gewoon ergens in het glas er bij waar nog een plekje is 
Re: Compacte EBL21 SE versterker
In de na-oorlogse goedkope radio's van Philips, kleine bakelieten (Philite !) kasten zonder voedingstrafo, zaten niet meer dan enkel 2x UCH21 en een UBL21 + UY1N voor de voeding.Was de eerst H de mengtrap met de C als oscillator, de tweede H (als pentode) voor de middenfrequentie en de C lf-voorversterker.
Tot slot de eindbuis met een diode voor AMdetectie en een voor vertraagde AVR.Omdat de kathode daarvoor aan de massa zat, was er een serieweerstand tussen voeding en massa voor de negatieve spanningen.Om van de brom van de enkelfasige gelijkrichter af te komen een extra wikkeling op de UGT.
Oh ja, de UBL21 is niet helemaal een EBL21 met andere gloei.Is al net zo als met de EL84 en PL84, ook verschillend.
Anne
Tot slot de eindbuis met een diode voor AMdetectie en een voor vertraagde AVR.Omdat de kathode daarvoor aan de massa zat, was er een serieweerstand tussen voeding en massa voor de negatieve spanningen.Om van de brom van de enkelfasige gelijkrichter af te komen een extra wikkeling op de UGT.
Oh ja, de UBL21 is niet helemaal een EBL21 met andere gloei.Is al net zo als met de EL84 en PL84, ook verschillend.
Anne
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Toch grappig dat ze toen eigenlijk al een soort van "IC's" maakten. Verschillende functionaliteit in 1 jasje, precies naar wat nodig was.
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Anne - nav opmerking over laag pitje. Ik gebruik momenteel oude Philips buizen die waarschijnlijk al Jaren in radio's hebben gedraaid. Ik wil ze niet te zwaar belasten en het uitgangsvermogen is ruim voldoende voor mijn kamer. Met de huidige instelling is het door de buis opgenomen vermogen ongeveer 9.5 watt. Max Pa volgens buizenboek is 11 watt - iets lager dan voor EL84. Dus inderdaad wat marge.
Groet,
Marinus
Groet,
Marinus
Re: Compacte EBL21 SE versterker
Nav discussie over EBL21 (en wellicht al bekend). Deze buis maakt deel uit van een set buizen die rond 1940 door Philips werd geintroduceerd. De set bestond uit EF22, ECH21 en EBL21 (en UF21, UCH21 en UBL21). Met de set konden radio fabrikanten verschikkende types radioontvangers bouwen. Philips publiceerde in de periode 1940 - 1942 een drietal boeken (elektronenbuizen deel I, II, III). Deel III heeft als titel "Gegevens en schakelingen van modern ontvang en versterkerbuizen". In dit deel worden de, dan nieuwe, sleutelbuizen en bijbehorende radio / versterker schema's, uitgebreidt beschreven. Ik heb de boeken in mijn bezit. Zie hieronder (ter info) een foto van een van de eerste bladzijden van deel III.
Marinus
Marinus
