Als ik het goed begrijp zijn de AL130 en deze C-Quenze niet bepaald dezelfde diameter. Heb je al een idee hoe je dat gaat oplossen?
Het gat groter maken.
Daar heb jij vast wel een goed idee voor.
Uiteraard. Een cirkelsjabloon maken, en dan met kopiëerhuls het gat groter maken Maar dat had je waarschijnlijk zelf ook al bedacht.
Het grote voordeel daarvan, naast het niet nodig hebben van een centerpunt, is dat je niet met de zool over je afwerking gaat en je dus geen krassen krijgt.
Natuurlijk is het subjectief en ik ben het grotendeels eens met wat k.p. en Martijn M. zeggen. Heb ik vaak genoeg ook zelf beweerd. Als je goede drivers hebt dan kun je zelfs verschillende type systemen dicht bij elkaar in de buurt brengen. Het klinkt allemaal goed, mits goed uitgevoerd, de verschillen zijn klein. Ik moet wel zeggen dat ik op het moment een aversie heb ontwikkeld tegen de grote wave guides van bertor en Martijn, ik vind het absoluut niet klinken met klassieke muziek en dat is voor mij heel belangrijk.
Dat kan, maar wat is het dat je precies mist dan, de diepte in het geluid?
Het valt me op in de metingen van de C-Quenze dat de respons tot 2 kHz erg netjes is maar dat bij de AL130 een diepe dip van een dB of 4 te zien is tussen de 1 en 2 kHz. Ik heb even de respons van mijn BruteSPK1 dipool satellieten opgezocht (inclusief crossover naar de Neo3 op 2 kHz dus):
De rode lijn is 0 graden, en dan in stappen van 15 graden, geel is dus 60 graden. Hier is die dip dus niet te zien (als je de lijnen van 15 en 60 graden even over elkaar denkt), dus ik vraag me af of jouw baffle wel zo optimaal is voor de AL130.
Verder denk ik dat je aan de C-Quenze zeker een betere driver hebt. Ik kan ook alleen maar de voordelen zien van een goed gedempte conus, een breder afstraalgedrag naar hogere frequenties (voor dipool en kast) en de grote spreekspoel.
Klopt, de baffle van MOB3W is niet optimaal gebleken voor de AL130. Dat wist ik ook pas achteraf, wat dat betreft meette de Peerless HDS152 beter op deze baffle en ik had dezelfde metingen van de AL130 verwacht (ondanks dat klonk de AL130 beter dan de HDS152). Ik heb trouwens ook een heel mooi afstraalgedrag weten te bereiken voor het complete plaatje, boven 2kHz steil gefilterd zodat de ellende daar niet mee speelt.
Mijn probleem met de grote waveguides is niet de diepte in het beeld, meer een 'hoorn' geluid. Net alsof je naar een heel goed PA systeem luistert. Maar dat is niet geschikt voor klassiek. Vooral het middengebied klinkt niet fijn, er zit een onnatuurlijke kleuring in. Heel gek, met pop hoor ik er niets van, maar bij de eerste klanken van viool of piano wordt ik onaangenaam getroffen. Het klinkt dus zoals het eruit ziet (een toeter). Maar heel gek dat het bij pop totaal niet stoort. De dynamiek en rust is indrukwekkend. Maar de klank bevalt me niet. Martijn zal te zijner tijd nog eens zijn systeem bij me afleveren, zodat ik de klank balans naar mijn smaak kan afstellen. Puur om erachter te komen of het daaraan ligt of dat het fundamenteel is.
Als ik het goed begrijp zijn de AL130 en deze C-Quenze niet bepaald dezelfde diameter. Heb je al een idee hoe je dat gaat oplossen?
Het gat groter maken.
Daar heb jij vast wel een goed idee voor.
Uiteraard. Een cirkelsjabloon maken, en dan met kopiëerhuls het gat groter maken Maar dat had je waarschijnlijk zelf ook al bedacht.
Het grote voordeel daarvan, naast het niet nodig hebben van een centerpunt, is dat je niet met de zool over je afwerking gaat en je dus geen krassen krijgt.
Wat mij nou blijft bezighouden is dat de discussie heel lang over het afstraalgedrag van AL130 en C-quenze gaat (ja, ook aan de achterkant), terwijl Jeroen geluisterd heeft naar een conventioneel gesloten systeem waarin een AT-driver zat. Ik snap niet hoe verschillen in afstraalgedrag zijn te rijmen met de waarneming van Jeroen dat de AT in het systeem van Leobus de kwaliteit had die hij bij zijn AL130 miste. Je kunt toch een omnidirectionele en bij hogere frequenties redelijk unidirectionele speaker niet vergelijken met een dipool om vervolgens het afstraalgedrag tot de maat der dingen te verklaren?
Dat klopt, de discussie leidt nogal af. Het is fijn dat het afstraalgedrag goed is, dat betekent dat ik een open baffle kan maken met de C-Quenze waarbij dat in orde is. Het is mooi meegenomen dat het zeker niet slechter is dan met de AL130.
Het totaalplaatje met de AL130 gaf prima afstraalgedrag, net als de box van leobus ondanks dat die conventioneel was en geen geluid naar achteren geeft voor de hogere frequenties. Zoals ik al aangaf, een goed systeem klinkt goed of het nu open baffle is of box. De klank komt dicht bij elkaar. Ze verschillen nog het meest in afbeelding, het box systeem geeft een net wat meer gestoken plaatje terwijl bij een open baffle het geluid van nature net wat meer loskomt van de speaker. Dat is niet het verschil wat ik nu verwacht. Met de nieuwe driver komt opnieuw een totaalplaatje met mooi afstraalgedrag. Echter, de bedoeling is dat ik hoop net als bij het systeem van leobus de unieke klank, detail in het midden en ongelooflijke diepte in het beeld ook in MOB3W te verkrijgen.
Wat mij nou blijft bezighouden is dat de discussie heel lang over het afstraalgedrag van AL130 en C-quenze gaat (ja, ook aan de achterkant), terwijl Jeroen geluisterd heeft naar een conventioneel gesloten systeem waarin een AT-driver zat. Ik snap niet hoe verschillen in afstraalgedrag zijn te rijmen met de waarneming van Jeroen dat de AT in het systeem van Leobus de kwaliteit had die hij bij zijn AL130 miste. Je kunt toch een omnidirectionele en bij hogere frequenties redelijk unidirectionele speaker niet vergelijken met een dipool om vervolgens het afstraalgedrag tot de maat der dingen te verklaren?
Het is ook niet zo dat afstraalgedrag tot de maat der dingen wordt verklaard. Dit zie ik ook niet terug in de discussie. Ik heb alleen aangegeven dat ik op basis van het afstraalgedrag waarschijnlijk de AL170 zou prefereren, maar ook heb ik gezegd dat de respons van de C-Quenze juist weer veel bruikbaarder lijkt om te gaan filteren. Hoe dan ook is het toch interessant om te weten wat het afstraalgedrag is en hoe dit zich verhoudt tot de eerder gebruikte driver? Dat de kwaliteiten ergens anders vandaan kunnen komen wordt hierdoor niet uitgesloten en daar kan ook rustig over gediscussieerd worden en daarom lijkt het mij juist niet afleiden van de algehele discussie, maar juist een bijdrage leveren.
Verder ben ik ook benieuwd naar welke factor(en) deze woofer zo goed zouden moeten maken. Misschien komt het wel door de mindere mate van bundeling. Wat volgens mij vooral betekend dat de randen van de conus minder snel bewegen dan het centrum.
Misschien vind Jeroen straks wel de kwaliteiten van het Leobus systeem terug in zijn nieuwe tweeweg
Ik dacht dat dit nu net een van de sterke punten was van een polypropyleen conus, de juiste mix tussen interne demping, een beetje "give" op de juiste plekken. Bij de C-quence overduidelijk goed gebruik van gemaakt.
Ik dacht dat dit nu net een van de sterke punten was van een polypropyleen conus, de juiste mix tussen interne demping, een beetje "give" op de juiste plekken
Natuurlijk! Sinds halverwege de jaren 80 de polypropconus opkwam weten we dat al. Vooral Seas, Dynaudio en Vifa hadden toen goed leverbare PP-units voor de zelfbouw. Er is een beetje de klad in gekomen (mode hè!) toen papier en metaal opkwamen, maar polypropeen is nog altijd een materiaal met een hoge inwendige demping, uitstekend geschikt voor luidsprekerunits. L'histoire se répète.
Zojuist even gekeken naar de 6,5" modellen van Peerless. Daar zie je niet heel veel verschil in richtwerking rond de 1-2kHz Boven de 3 kHz zijn er wat meer verschillen te zien en daar lijkt de PP variant iets in het voordeel. Tot de 3kHz lijkt de glasvezel variant iets in het voordeel, maar die laat wat lelijker gedrag zien boven de 3kHz. De metalen variant laat onder de 2kHz ook een net wat minder mooi gedrag zien.
Als je naar de directivity plots op de visaton kijkt kun je zien dat de AL130 meer bundeling lijkt te geven op 2kHz dan de AL170. Hoe dat zou komen snap ik niet zo goed.
In eerste instantie lijken de verschillen niet zo groot, maar op 60 graden valt het sterk weg boven 2kHz met vaak dan weer een piek op een hogere frequentie. Zelfs de HDS-P830874 met PP cone heeft hier last van. De C-Quenze blijft daarentegen veel langer een wenselijk gedrag vertonen. Ik ben erg benieuwd hoe het straks meet in de box van Walt met zijn 2-weg. N.B. de AT flexunit van leobus had ook geen mooi gedrag onder grote hoeken boven 2 kHz en brak daarboven sowieso nogal op, vandaar het relatief lage kantelpunt van 2kHz voor een 15cm membraan dat ik voor zijn speaker genomen heb. Dit mooie gedrag lijkt specifiek voor de C-Quenze unit te zijn en omdat de speaker van leobus dit niet had is dit hooguit een extra feature. Heeft naar mijn idee nog niets te maken met de bijzondere klank die ik (subjectief) heb vastgesteld.
Als je naar de directivity plots op de visaton kijkt kun je zien dat de AL130 meer bundeling lijkt te geven op 2kHz dan de AL170. Hoe dat zou komen snap ik niet zo goed.
Heeft m.i. te maken met de geometrie van de driver. Zo'n 2kHz komt mooi overeen met de diameter van de conus. Zulke polar plots moet je ook met enige reserves lezen, waarschijnlijk bundelt de AL170 juist meer bij circa 1,5k. Maar die zie je hier net niet. Wél af te leiden is dat het gedrag boven 2k van de 170 snel grilliger wordt. Sneller dan dat van de 130 die bij 4k nog geen karakteristieke interferentiedips vertoont.
Mijn probleem met de grote waveguides is niet de diepte in het beeld, meer een 'hoorn' geluid. Net alsof je naar een heel goed PA systeem luistert. Maar dat is niet geschikt voor klassiek. Vooral het middengebied klinkt niet fijn, er zit een onnatuurlijke kleuring in. Heel gek, met pop hoor ik er niets van, maar bij de eerste klanken van viool of piano wordt ik onaangenaam getroffen. Het klinkt dus zoals het eruit ziet (een toeter). Maar heel gek dat het bij pop totaal niet stoort. De dynamiek en rust is indrukwekkend. Maar de klank bevalt me niet. Martijn zal te zijner tijd nog eens zijn systeem bij me afleveren, zodat ik de klank balans naar mijn smaak kan afstellen. Puur om erachter te komen of het daaraan ligt of dat het fundamenteel is.
Daar ben ik ook wel benieuwd naar. Bij pop heb ik er in elk geval ook niks van gehoord, de rust, dynamiek en precieze afbeelding werken altijd wel mee. In de klassieke muziek ben ik te weinig thuis om er echt een oordeel over te kunnen vellen, maar het is me wel eens opgevallen dat ik opnamen met veel ruimtelijke informatie prettiger vind klinken dan drogere opnamen. Dat zal wel komen omdat er meer direct geluid is dan bij normale boxen of dipolen, mogelijk pakt dat bij pop goed uit en bij veel klassieke opnamen weer slecht.
Als je het hebt over de kleuring in het middengebied, op welk frequentiebereik doel je dan?
Ik vermoed het gedeelte rond 2kHz, als ik dat met EQ benadruk lijkt het er enigszins op. Maar het is niet hetzelfde, nader onderzoek is nodig om erachter te komen waar het zit.
Ik ben nu een beetje met eq aan het spelen op klassieke muziek. Als ik het gebied tussen de 1 en 4 kHz een 2 dB demp lijkt er een soort felheid/hardheid een beetje te verdwijnen. Metingen van de spatial average op de luisterplek laten bij mij hier ook meer energie zien dan het gebied daarboven. Maar kun je de klank daarmee vergelijken, een bepaalde hardheid in het geluid?
Overigens, heel veel speakers hebben zo rond de 2 kHz een crossover zitten. Dat geeft meestal een dip in de powerresponse als gevolg van de dip in het verticale afstraalgedrag. Bij grotere waveguides zit de crossover meestal een octaaf lager.
Nee, dat niet, breedbanders in combinatie met bundeling zoals bij jouw speaker (waveguide tweeter + cardioid woofer) heb ik niet gehoord. Maar ik stel voor dit punt te parkeren, totdat ik het samen met Martijn verder heb kunnen onderzoeken.
Allereerst vind ik het erg leuk dat je verder gaat met de ontwikkeling van je MOB3W!
Mooie unit die C-Quenze; loopt de frequentie-respons voldoende door om ook een AMT 2310 te kunnen gebruiken?
Ps. ik ben ontzettend nieuwsgierig wat de invloed van zo'n fasekegel op de magneet voor invloed heeft op het afstraal gedrag naar achteren. Wat zijn jouw ideeen hierover?
AMT2310 zou geen probleem moeten zijn, dat is de verbeterde versie van de oude AMT2340 die ik gebruik, met een netter verloop boven 10kHz.
Die kegel wordt mogelijk door de neodymium magneet en heeft een gunstig effect op het afstraalgedrag. Ik ga ontdekken wat deze unit doet zodra CarloPJB zijn paper cone dipool gaat afmaken (in deze post zie je welke mid hij uiteindelijk heeft aangeschaft). Carlo zal de AMT2340 en de SEAS Excel M15CH002 gebruiken, die laatste heeft een hexadym magneet systeem waar je zo'n kegel op zou kunnen zetten. Het zou me niks verbazen als wat in die Lyngdorf Steinway zit een gemodificeerde M15CH002 zit.
Ik ben begonnen met aanpassing van de baffles. Op de eerste foto zie je het uitfrezen van de uitsparing van het frame, zodat de C-Quenze verzonken ligt. Op de tweede is de opening uitgefreesd.
De C-Quenze is erin gelegd en past perfect.
En daar staat hij, de unit is stevig vastgeschroefd.
Zeker, bovendien wordt de AL130 die zowat niks weegt vervangen door een unit van ruim 3kg!!!
Ik heb al een afdekplaat klaar, hieronder de foto's van het frezen en het resultaat. De andere doe ik straks na het eten. Er kan dus al gemeten worden voor het midden en hoog!