Ja Sander, ik ben bang dat je gelijk hebt.
Dither is heel belangrijk, eigenlijk nog belangrijker dan het aantal bits dat je gebruikt. Natuurlijk kun je er onderuit komen door de brute force methode: heel veel bits gebruiken.
Dither is ontdekt door boordwerktuigkundigen op een vliegtuig. Dit is een verhaal dat ik van een heel oude knar heb gehoord (nog veel ouder dan KT88

). Die lieden testten daar een mechanische computer lang voordat dat ding in elektrisch formaat bestond. Die mechanische installatie deed dan met een soort comparator achtige werking allerlei metingen en beslissingen. Geen traploze instelling dus, maar meer harde overgangen met niets daartussen (kwantiseren zouden we nu zeggen.) Maar het systeem werkte slecht (weinig stapjes om te beslissen ofwel weinig "bits") en maakte veel fouten. Wat hadden die helden nu ontdekt? Als zij door een storm heen vlogen en het vliegtuig heftig trilde, verdwenen de meeste fouten en werkte het mechanische gedrocht ineens wel! Het werkte ook als ze met hamers er op gingen tikken (random dan). De beste mensen hadden het ditheren ontdekt zonder dat overigens te beseffen. Decennia later is het pas zo gaan heten en is bewezen (ik meen ergens midden of eind jaren '70) dat het zo moet als je een beperkte woordlengte hebt (resolutie).
Dus, om een mooi verhaal kort te sluiten naar de wereld van cd, als het high resolution materiaal dat na mastering beschikbaar is netjes gedithered wordt naar 16 bits, zul je van die beperking later in de DAC geen last hebben. Daar zit dan ruis bijgemengd dat er voor zorgt dat de functiewaarden na bemonstering naar 16 bits zodanig is gemanipuleerd dat er een vloeiend signaal uit de DAC komt. Een vloeiend signaal (op de bemonsteringstijdstippen!), maar wel met een beetje extra ruis.
Groet,
Jacco