Het nauwkeurig gelijkmaken van de uitgangsspanningen van cd-spelers om ze fatsoenlijk op kwalitatieve verschillen te kunnen beoordelen gaat als volgt.
Laat eerst de spelers die worden getest minimaal een uurtje warmlopen. Niet alleen in stand-by of de pauzestand zetten maar ook daadwerkelijk laten afspelen. Dan moeten alle verbindingen zijn gemaakt en de versterker moet aan staan (als er niet geluisterd wordt mag de versterker op bijvoorbeeld tape staan maar wel moet de juiste ingang van de versterker zijn gekozen). Als spelers een regelbare uitgang hebben, gebruik waar kan de vaste uitgang of zet de volumeregelaar helemaal open.
Voor het instellen van de niveaus is een goede transistor- of buis(milli)voltmeter nodig met een dB-schaal die minimaal een ingangsweerstand van10 megaohm moet hebben. Kies de uitgangsspanning van de cd-spelers zo dat je een bereik kunt kiezen dat ongeveer 80% schaaluitslag geeft. Op dit deel van de schaal kun je de dB-schaal namelijk goed aflezen. Kies een 400 hertz (sinus) track op een test-cd die -8 dBfs geeft op links en rechts. Dan zal de uitgangsspanning aan de analoge uitgangen - uitgaande van 2 volt bij 0 dBfs ongeveer 0,8 volt zijn en zit je in de meterstand 1 volt volle schaaluitslag goed. Maak (binnen 0,1 dB) alle uitgangen gelijk.
Handiger is het om de millivoltmeter van een vervormingsmeter gebruiken. Het voordeel daarvan is dat je de gevoeligheid van de meter kunt aanpassen en dan kun je zonder bezwaar een track op een test-cd van bijvoorbeeld -10 dBfs kiezen (is een meer gebruikelijke waarde) die geeft dan weliswaar ongeveer 0,66 volt aan de uitgang van een cd-speler maar dan kun je de gevoeligheid van de meter zo aanpassen dat je boven in de dB-schaal van de meter komt.
Laat een en ander een flink tijdje zo draaien zonder de spelers te stoppen(!) en controleer de output van alle kanalen of ze gelijk zijn. Tijdens het testen moet je dit overigens steeds blijven controleren. Het is trouwens niet noodzakelijk dat links en rechts precies gelijk zijn. Als er verschil tussen zit, mag dat verschil er gerust blijven. Wel moet rechts gelijk zijn aan rechts en hetzelfde geldt voor links. Het handige van alle niveaus precies gelijk maken, is dat je zo niet hoeft te onthouden welk kanaal precies welke spanning moet hebben.
Draai tijdens het vergelijken niet meer aan de regelaars (volumeregelaar en balansregelaar) van de versterker want afgezien van het feit dat deze dan het absolute niveau beïnvloed, is de gelijkloop van stereopotmeters nooit gelijk en dan krijg je nooit meer precies het oorspronkelijk ingestelde niveau precies terug.
Plaats als er geen veranderingen in de spanning meer optreden zo snel mogelijk de cd’s waarmee je wilt testen en start ze precies gelijk en laat ze voordat je begint naar de cd’s te luisteren minstens 5 minuten draaien. Start de cd precies gelijk op de track waarmee je wilt testen maar gebruik niet de pauzestand (in deze stand staan de meeste uitgangsversterkers uit en is er weer tijd nodig om de versterking constant te krijgen). Meestal als je gelijktijdig de track in afspelende toestand kiest, starten de spelers ook bij benadering gelijk.
De voorzorgen lijken misschien overdreven maar het is de enige manier om afdoende genoeg voor de kwantitatieve verschillen te compenseren. Dat de versterking iets verloopt in de uitgangsversterkers heeft te maken met de voedingspanning die niet 100% constant is bij elke belasting. Dat is geen enkel probleem als je de cd-speler gebruikt om gewoon muziek af te spelen zonder te vergelijken maar is wel een bezwaar als je vergelijkend luistert want dat hoor je dingen die het beoordelen van eventueel kwalitatieve zaken onmogelijk maakt. Als je gewoon naar muziek luistert zonder te vergelijken verloopt de versterking bij sommige spelers iets maar dat gaat zo langzaam en geleidelijk dat je dat verschil niet waarneemt.
De reden waarom de uitgangsniveaus van de cd-spelers zo akelig nauwkeurig dienen te zijn, heeft te maken met het verschijnsel dat ons gehoor bij een vergelijk voor niveauverschillen tussen links en rechts extreem gevoelig is. Het vervelende is bovendien dat een miniem verschil tussen links en rechts ook onmiddellijk een klankverschil introduceert omdat het frequentieverloop en het spreidingsverloop van luidsprekers onvoldoende uniform is.
Hoe subtiel dat laatst ligt is makkelijk uit te proberen met ruis (bijvoorbeeld fm-ruis tussen de zenders van een tuner ) dat je op beide luidsprekers zet. Je hoeft dan de balansregelaar maar een fractie te verdraaien om al onmiddellijk verandering in het ruispatroon te horen. Het is dus voor te stellen dat een miniem verschilletje in niveau tussen links en rechts je op het verkeerde been zet voor wat betreft het beoordelen van de kwaliteit.
Hieronder staat het schema van een instelbare verzwakker. De potmeter (5,6 kohm) die de fijnregeling van de verzwakking voor zijn rekening neemt, is zo gekozen dat de totale asverdraaiing van stuit tot stuit een verzwakking geeft van iets meer dan 1 dB. Hiermee is instelling van ongeveer 0,1 dB goed mogelijk. Kies voor de vaste weerstand en de potmeters een type met een zo laag mogelijke temperatuurcoëfficiënt. Een waarde van 20 ppm/K is overigens ruim voldoende. De praktijk leert dat het instellen van de niveaus ook met potmeters gaat die een minder lage temperatuursdrift hebben bijvoorbeeld 100 ppm/K maar dan is het raadzaam wat frequenter te controleren of de ingestelde niveaus nog gelijk zijn.
Het vergelijken van voorversterkers kan worden gedaan door de uitgangsniveaus van de voorversterkers gelijk te maken op dezelfde manier als hierboven beschreven bij de uitgangen van de cd-spelers Voor het goed instellen van gelijke niveaus voor wat het beoordelen van eindversterkers betreft, komt er nog wat meer kijken dan ik hierboven vermeldde. Ik volsta voor die uitleg met het verwijzen naar de volgende link: http://www.hififorum.nl/index.php?topic ... 2#msg39412

Schema verzwakker


