Ergens op zijn site schrijft Linkwitz dat hij voor tweeters bij voorkeur ten minste 3e orde filters gebruikt, omdat 2e orde filters hem al te vlak zijn. Dit heeft met de uitslag van de conus te maken, schrijft hij. Volgens mij, correct me if I am wrong, is die conusuitslag bij constante wisselspanning onder de resonantiefrequentie van een luidspreker, dus ook een tweeter, constant, maar neemt deze bij verder stijgende frequentie 12dB/oktaaf (?) af (Het precieze mechanisme daarvan weet ik niet meer, heb geen Beranek bij de hand). Als je nu de tweeter aansluit op een 2e orde hoogdoorlaatfilter, dan neemt de uitslag bij toenemende frequentie door het filter eerst toe. Daarna is de uitslag, afhankelijk van de eigenfrequentie van de tweeter en de kantelfrequentie van het filter, over een kort of langer frequentiebereik maximaal, voordat de uitslag van de conus afneemt. Volgens mijn inschatting.
Omdat ik de theorie niet zo snel bij de hand heb, heb ik de proef op de som genomen en een klein conustweetertje in serie met een 47uF condensator op een versterker aangesloten. Inderdaad voel je bij een sweep de conus een tijdje trillen, wat boven een bepaalde frequentie juist afneemt.
Is dat erg? Een tweeter zal sowieso niet veel voelbaar trillen. Die zitten meestal strak vast. Maar hoe zit het met het gedissipeerde vermogen? Göran van audio excite doet er niet moeilijk over en werkt het liefste, lijkt, met eersteordehoogdoorlaatfilters, wat Linkwitz zou gruwen. Worden de tweeters dan niet te warm? Ik lees nergens over rokende tweeters. Gaat de kwaliteit van het hoog niet achteruit doordat de tweeter te vaak te ver buiten zijn rustpositie en dus in potentieel niet lineaire gebieden werkt? Of is Linkwitz een oude zeur?
