Pjotr schreef:jeroen_d schreef:Wat ik ook erg nuttig vind, veel inzichtelijker ook dan de waterval, is de burst decay optie.
Hmm, weet ik nog niet zo. Bij een burst decay plot is in feite de tijd as ingedrukt tov een CSD bij lage frequenties tov de hoge frequenties.
Beide hebben zo hun voor en nadelen.
Burst Decay heeft naar mijn mening twee voordelen boven de CSD:
- De tijdas is uitgedrukt in perioden, het is een zeer bewuste manier van de tijdas indrukken. Je kunt daardoor zien dat de Dayton tot aan 3kHz een uitslingergedrag heeft waarbij het niveau beneden -30dB zit binnen 6 perioden, onafhankelijk van de frequentie. Dit geeft dus in een oogopslag aan dat de driver zich tot aan die frequentie lineair gedraagt.
- Indien er reflecties in de meting zitten, dan loopt de waterval weg richting hogere frequenties. Je kunt daardoor resonanties van reflecties onderscheiden in de burst decay.
Kortom, de burst decay geeft een veel betere indruk van de Q-factor van resonanties voor lage en hoge frequenties. Een resonantie met Q=4 op 1000Hz en 5000Hz zal in de burst decay evenlang naslingeren. In het bekende CSD diagram zal het er op 1000Hz daarentegen veel erger uitzien dan op 5000Hz. Een en ander staat ook in de ARTA handleiding beschreven in paragraaf 6.5.