Muug schreef:p.26: "Rest ons het berekenen van de kathodeweerstand. We nemen niet een negatieve roosterspanning van 8V maar we nemen een roosterlekweerstand Rg van bvb 1MOhm. Aangezien er geen roosterstroom loopt is de roosterspanning nu Ug= 0V. We nemen een kathodeweerstand op waardoor de anodestroom gaat lopen. We zorgen dat er een kathodespanning van 8V ontstaat, door voor Rk een waarde van 8V/3 mA = 2,67kOhm tenemen. "
Bovenstaande is al een passage die ik niet snap. Mijn excuses dat ik er het schema niet bij kan zetten. De kathodeweerstand dus. Een begrip dat hier plots opduikt en waarvoor geen enkele uitleg wordt gegeven. Moet dus blijkbaar berekend worden. Geen idee waarom. De tweede zin ("We nemen niet....) wordt ook niet verklaard. De derde zin versta ik ook niet. Waarom wordt het woord "aangezien" gebruikt? Door het woord "aangezien" te gebruiken schept de auteur dat het logisch is dat de roosterspanning 0V is. Maar ik versta het alleszins niet. Ook de erop volgende zin snap ik niet : "We nemen een kathodeweerstand op waardoor de anodestroom gaat lopen". Ook de zin "we zorgen dat er een kathodespanning van 8v ontstaat" snap ik niet. Waarom moet die kathodespanning op 8V staan?
Kennelijk is ergens, in de karakteristieke eigenschappen van de buis gevonden dat er een spanning van 8V tussen rooster en kathode moet staan, waarbij het rooster negatief is t.o.v. de kathode, of , andersom, de kathode positief t.o.v. het rooster, om aan de juiste instelstroom van 3 mA door de buis te komen. Dat staat waarschijnlijk elders in de tekst.
De kathodeweerstand is eenvoudig de weerstand tussen de kathode en aarde.
Als er geen verbinding via die weerstand is tussen de kathode en aarde, kan er geen stroom in het circuit lopen, vandaar.
Als er geen roosterstroom loopt, en dat is altijd zo als het rooster negatief is t.o.v. de kathode, kun je het rooster met een willekeurig grote weerstand aan aarde leggen. Er zal geen spanningsval over die weerstand optreden, dus de roosterspanning blijft 0.
Als er stroom door de kathode gaat lopen, en dus ook door de kathodeweerstand, zal de kathodespanning positief worden t.o.v. aarde, en het rooster dus evenveel negatief t.o.v. de kathode.
En nu presto! Als we die weerstand 2.67k nemen, en als er 3 mA door de buis zou lopen, dan zou de spanning tussen rooster en kathode inderdaad -8V worden. En die situatie zou passen in de karakteristieke eigenschappen van de buis, dus zo wordt het.
Zo kunnen we niet het hele boek doorwerken, denk ik.
Misschien heeft Pjotr toch gelijk..
groet,
Tom