mijn eerste versterker ECL86 SE
Moderator: Beheerdersteam
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
Kan best zo.De voorspanning voor de gloeidraad is hier niet van toepassing.Potje de loper aan massa en de 1µF kan vervallen.De HS-wikkeling moet nu dubbel werken dus voor meer stroom geschikt zijn.Zo'n 150mA moet genoeg zijn.
Anne
Anne
-
palermaaudio
- Berichten: 169
- Lid geworden op: za 12 nov 2011, 21:54
- Locatie: Oberlangen
- Contacteer:
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
geld bij buizengelijkrichten ook de formule Uin x wortel2 = Uuit (vermindert met de drempelspanning van de gelijkrichter)???
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
Buizen gelijkrichter werkt weer anders. Diode zakt de spanning met ongeveer 0,7 volt. Met buis gelijkrichter kan dit al richting de 40 volt gaan. Verschilt per type en hoeveel vermogen hij moet leveren.
- b_force
- Ook commercieel actief
- Berichten: 12450
- Lid geworden op: di 18 apr 2006, 13:27
- Locatie: West Friesland
- Contacteer:
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
Nou hij werkt min of meer hetzelfde, maar zijn interne weerstand is een stuk hoger.
(Je zou bv ook een weerstand voor een diode kunnen plaatsen).
(Je zou bv ook een weerstand voor een diode kunnen plaatsen).
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
Bij de schakeling met EZ80 + twee diodes is het voor de buis net of er twee wikkelingen zijn.Dan gelden dezelfde waardes van in de tabel voor dubbelfasige gelijkrichting.
Anne
Anne
-
palermaaudio
- Berichten: 169
- Lid geworden op: za 12 nov 2011, 21:54
- Locatie: Oberlangen
- Contacteer:
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
oke en weer wordt het mij steeds duidelijker. Prachtig forum dit voor de beginner. Thanks voor de reacties
Alhoewel ik eigenlijk wilde weten of je net als bij een brugcel de uitgaande spanning kon uitrekenen. Dus los van die twee diodes. dat kan dus niet maar met bovenstaand schema kom ik er wel uit.
Alhoewel ik eigenlijk wilde weten of je net als bij een brugcel de uitgaande spanning kon uitrekenen. Dus los van die twee diodes. dat kan dus niet maar met bovenstaand schema kom ik er wel uit.
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
In de tabel zie je dat er ongeveer 10V meer uitkomt dan de Veff van de trafo(230V geeft dan 240V=) BIJ EEN BELASTING VAN 90mA.Onbelast loopt de spanning wel op naar bijna 230x wortel2.
Voor de EZ80 heb ik het niet,wel voor de EZ81,het verloop Uitgang/Verbruik.Geeft een idee hoe het zit
Anne
Voor de EZ80 heb ik het niet,wel voor de EZ81,het verloop Uitgang/Verbruik.Geeft een idee hoe het zit
Anne
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
Hai,
De Piccoloversterker is simpel te bouwen en klinkt leuk op laag volume. Bouw hem met de componentwaarden zoals vermeld in het schema; eventuele wijzigingen kun je beter achteraf maken zodat je kunt beoordelen of het wel verbeteringen zijn
Om kosten te sparen kun je eventueel de voordeliger PCL86 gebruiken die -afgezien van de voedingsspanning- identiek is en voor een habbekrats NOS kan worden gevonden.
In het tweede schema heeft men getracht de vervorming bij hoger volume te verlagen door het gebruik van terugkoppeling. Het gebruik hiervan kent haken en ogen. alt1
Hoe ontwerp je een voeding?
Om een voeding te ontwikkelen is het gebruik van het programmaatje PSU Designer aan te bevelen.
Stel vast welke B+ (hoogste voedingsspanning) is benodigd. Bepaal de maximale stroombehoefte van je versterker en selecteer een buisgelijkrichter die deze stroom probleemloos anderhalf maal kan leveren (50% overcapaciteit). Blijf comfortabel uit de buurt van de vermogensgrens van de gelijkrichter. In het geval van de Piccolo (bron: MK Tube Handbook 1961):
[*] B+ = 246V (URk penthode= 6V, Uak penthode= 230V, verlies UGT= 10V*)
[*] penthode1 = penthode2 = 45mA & triode1 = triode2 = 1mA, totaal circa 92mA.
Je gaat nu van achter naar voren rekenen: naar de UGT gaat 246V. De voedingsrimpel mag ten hoogste 50mV bedragen om niet als 100Hz brom te worden gehoord**. Uitgaande van de EZ81 en een smoorspoel van 10H (geschikt voor I= ten minste 120mA) dient de onbelaste voedingsspanning van de voedingstrafo 250-0-250V te bedragen. Zie onderstaand plaatje als voorbeeld, waarin de volledige koperweerstand van de secundaire 220 ohm bedraagt, 110 ohm voor een enkele wikkeling. Dit is een belangrijke eigenschap van de trafo omdat de uitgangsspanning afhangt van de belasting en wel als volgt (zonder rekening te houden met andere verliezen):
Uuit = Uonbelast - ( Iuit+Irimpel ) x Rkoper
In het tweede voorbeeld ben ik uitgegaan van dezelfde voedingstrafo maar heb ik slechts 1 pi-filter gebruikt en een minder heftige smoorspoel. Het resultaat is dat het wisselspanningresidu 125mV bedraagt (wat je zult horen op een gevoelige luidspreker) terwijl de EZ80 wordt overbelast en overmatig slijt.
** Brom.
De ideale voeding bezit geringe interne weerstand zodat de voedingsspanning niet inzakt indien de versterker meer stroom vraagt (tijdens een langdurige luide passage). In de praktijk bezit iedere voeding echter een niet-verwaarloosbare weerstand waar doorheen de vanwege de gelijkrichting aanwezige wisselstroom loopt. Hierdoor staat een zekere wisselspanningcomponent bovenop de verkregen gelijkspanning, wat met een oscilloscoop prima in beeld is te brengen. Deze wisselstroom moduleert nu het audiosignaal met 100Hz wat voor sommige 'basbehoeftigden' een prettige ervaring oplevert.
Ervaring leert dat de waarde van deze rimpelspanning bij gebruik van trioden niet meer moet bedragen dan 50mV om een stille versterker op te leveren, afhankelijk van het type schakeling en uiteraard van het omgevingsgeroezemoes. Indien uitsluitend penthoden zouden worden toegepast mag de rimpel iets hoger zijn, afhankelijk van de interne weerstand van de spanningversterkende buis.
De Piccoloversterker is simpel te bouwen en klinkt leuk op laag volume. Bouw hem met de componentwaarden zoals vermeld in het schema; eventuele wijzigingen kun je beter achteraf maken zodat je kunt beoordelen of het wel verbeteringen zijn
In het tweede schema heeft men getracht de vervorming bij hoger volume te verlagen door het gebruik van terugkoppeling. Het gebruik hiervan kent haken en ogen. alt1
Hoe ontwerp je een voeding?
Om een voeding te ontwikkelen is het gebruik van het programmaatje PSU Designer aan te bevelen.
Stel vast welke B+ (hoogste voedingsspanning) is benodigd. Bepaal de maximale stroombehoefte van je versterker en selecteer een buisgelijkrichter die deze stroom probleemloos anderhalf maal kan leveren (50% overcapaciteit). Blijf comfortabel uit de buurt van de vermogensgrens van de gelijkrichter. In het geval van de Piccolo (bron: MK Tube Handbook 1961):
[*] B+ = 246V (URk penthode= 6V, Uak penthode= 230V, verlies UGT= 10V*)
[*] penthode1 = penthode2 = 45mA & triode1 = triode2 = 1mA, totaal circa 92mA.
Je gaat nu van achter naar voren rekenen: naar de UGT gaat 246V. De voedingsrimpel mag ten hoogste 50mV bedragen om niet als 100Hz brom te worden gehoord**. Uitgaande van de EZ81 en een smoorspoel van 10H (geschikt voor I= ten minste 120mA) dient de onbelaste voedingsspanning van de voedingstrafo 250-0-250V te bedragen. Zie onderstaand plaatje als voorbeeld, waarin de volledige koperweerstand van de secundaire 220 ohm bedraagt, 110 ohm voor een enkele wikkeling. Dit is een belangrijke eigenschap van de trafo omdat de uitgangsspanning afhangt van de belasting en wel als volgt (zonder rekening te houden met andere verliezen):
Uuit = Uonbelast - ( Iuit+Irimpel ) x Rkoper
In het tweede voorbeeld ben ik uitgegaan van dezelfde voedingstrafo maar heb ik slechts 1 pi-filter gebruikt en een minder heftige smoorspoel. Het resultaat is dat het wisselspanningresidu 125mV bedraagt (wat je zult horen op een gevoelige luidspreker) terwijl de EZ80 wordt overbelast en overmatig slijt.
** Brom.
De ideale voeding bezit geringe interne weerstand zodat de voedingsspanning niet inzakt indien de versterker meer stroom vraagt (tijdens een langdurige luide passage). In de praktijk bezit iedere voeding echter een niet-verwaarloosbare weerstand waar doorheen de vanwege de gelijkrichting aanwezige wisselstroom loopt. Hierdoor staat een zekere wisselspanningcomponent bovenop de verkregen gelijkspanning, wat met een oscilloscoop prima in beeld is te brengen. Deze wisselstroom moduleert nu het audiosignaal met 100Hz wat voor sommige 'basbehoeftigden' een prettige ervaring oplevert.
Ervaring leert dat de waarde van deze rimpelspanning bij gebruik van trioden niet meer moet bedragen dan 50mV om een stille versterker op te leveren, afhankelijk van het type schakeling en uiteraard van het omgevingsgeroezemoes. Indien uitsluitend penthoden zouden worden toegepast mag de rimpel iets hoger zijn, afhankelijk van de interne weerstand van de spanningversterkende buis.
Re: mijn eerste versterker ECL86 SE
Zou er allemaal niet zo zwaar aan tillen.Met eerst 47µF gevolgt door een smoorspoel moet best genoeg zijn.En het gebruik van een EZ80 gaat ook nog wel,de ECL86 trekt ongeveer 43mA.
Kijk 's hoe Philips indertijd een versterkertje voedde,UGT aan de 1-ste elko,niks smoorspoel.Hoewel,zal wel wat brom hebben gehad.
Anne
Kijk 's hoe Philips indertijd een versterkertje voedde,UGT aan de 1-ste elko,niks smoorspoel.Hoewel,zal wel wat brom hebben gehad.
Anne
