Dat is zo, gewoon proberen en luisteren.
Punt is dat het centrum van de bafflestep bij een baffle van die afmetingen bij ongeveer 280 Hz ligt. Dus 0 bij lage frequenties, +3dB bij 280 Hz en +6 dB bij de hoge frequenties.
Als je dan deels compenseert, met 4.5 dB, moet je dat centrum van je compensatie wat hoger leggen. Je zou kunnen redeneren, bij gedeeltelijke compensatie wil ik nog steeds het +3 dB compensatiepunt bij het centrum van de bafflestep leggen. Dan zou het + 3 dB punt nog altijd niet hoger dan bij 280 Hz moeten liggen. Kom je op een condensator van 78 nF uit. Ik zou dus eens gaan proberen op het gehoor met waardes van 68, 82 en 100 nF.
Groetjes, Jeroen
-edit-
Juul, ik neem aan dat je voor je berekening van die 550 Hz gebruik maakte van de formule van
John L. Murphy. Ik vind dat hij oversimplificeert door slechts de bafflebreedte in beschouwing te nemen. Ten eerste is de bafflestep ook afhankelijk van de hoogte van de box (een bol of een ei, dat zal ook verschil maken

). Ten tweede is een
vlakke baffle een stukje van een oneindig grote bol. Als je een baffle van 20 bij 40 cm terug wil vertalen naar de bol, vertaal het oppervlak dan naar een vierkant dat precies binnen de bol past. Dan kom je uit op 28 bij 28 cm en dat past in een bol van ongeveer 40 cm diameter. Dan kom je volgens de formule van Murphy op 285 Hz uit.
Waarschijnlijk net zo'n lousy redenatie als die van John L. Murphy, maar het voorspelde resultaat komt op deze manier dichter bij de praktijk van mijn metingen en ook dichter bij de voorspelling van diffractiesimulatieprogramma's. Ik vind het niet logisch dat Murphy een bol van 60 cm diameter gelijk stelt aan een baffle van 60cm breedte. Alleen gevoelsmatig al voel je dat zo'n rechthoekige baffle veel sneller naar voren zal stralen dan de bol.