Jeroen,
Wat is nu het grote probleem van wat we toen hebben gedaan? De muziek speelde door en het schakelen was niet absoluut onhoorbaar. Er traden hele kleine onderbrekingen op. Als de afbeelding van de muziek ook maar ietsiepietsie verandert tijdens dat schakelen, denk je verschil te horen dat er helemaal niet is. De enige correcte manier om te vergelijken is stukken opnieuw afspelen en dan X benoemen tot A of B. Tussen A en B schakelen terwijl de muziek speelt is geen goede test, zeker niet als dat niet volkomen instantaan gebeurt.
Ik weet nu zeker dat als we toen ook een echte ABX hadden gedaan dat we geen verschil hadden gehoord.
Sorry, maar ik ben 't niet met je eens. Vorige keer hebben we met op 0.1dB gecalibreerde nivo's en een tijdsinterval gelijk aan 't afvallen en opkomen van een relais, dus vrijwel instantaan, tussen CD-spelers vergeleken. Wat jij voorstelt is een muziekstuk luisteren, vervolgens schakelen en 't zelfde muziekstuk nog een keer luisteren.
Op die manier raak je 't instantane karakter van een ABX vergelijking kwijt, je schakelt niet direct tussen gecalibreerde bronnen en zodoende kan je dus ook niet direct verschillen herkennen, denk dan aan directe verschillen als:
- verandering in klank cq. timbre
- verandering in diepte en breedte van 't geluidsbeeld
- verandering in plaatsing van instrumenten
Doe je dit niet en ga je dus letten op dergelijke verschillen in een niet instantane vergelijking, dan vergelijk je dus met je herinnering aan 't eerdere muziekstuk. Daarbij maak je gebruik van twee totaal verschillende mechanismen:
1. bij instantaan vergelijken gebruik je 't onderscheid vermogen van 't gehoor, verschillen zijn direct hoorbaar, hier komt geen terughalen van een herinnering aan te pas.
2. bij chronologisch vergelijken (for lack of a better term) baseer je je in de eerste plaats op je akoestische korte termijn geheugen en in de tweede plaats op het onderscheidend vermogen van je gehoor. Daar zit meteen ook de Achilleshiel van een dergelijke methode, je gaat vergelijken op iets uit je herinnering.
In het laatste geval maak je dus geen gebruik van het sterkste instrument dat je tot je beschikking hebt, namelijk 't onderscheidend vermogen van je gehoor, iets wat veel minder aan beïnvloeding onderhevig. In plaats daarvan doe je een beroep op iets wat je geestelijk moet sturen, en dus veel beinvloedbaarder is, namelijk een herinnering.
Mijn ervaring is dat als de verschillen echt klein zijn, en dat zijn ze in dit geval, je niet kan vertrouwen op je akoestisch korte termijn geheugen, maar je moet calibreren en dan instantaan moet schakelen tussen bronnen die 't zelfde muziekstuk simultaan afspelen. Dus helaas kan ik je conclusie niet onderschrijven.
Met vriendelijke groet,
Sander Sassen
http://www.hardwareanalysis.com