aangezien mijn bovenstaande schakelingen niet echt zijn goed gekeurt zal ik volgende schakelingen maken
en het is een MONO versterker
40 Watt versterker
Deze versterker levert flink wat vermogen en gebruikt 1 IC en twee vermogenstransistoren.
De schakeling bestaat uit een versterker-IC (een TDA 2030) en een powertrap opgebouwd uit twee transistoren.
De versterker kan gevoed worden met een asymmetrische voedingsspanning van 12 tot 44 V.
Schema 40 Watt versterker
Regelversterker
Deze regelversterker kan de volume-, balans- en toonregeling op zich nemen. De schakeling werkt een speciaal daarvoor ontworpen IC, de LM 1036. Het voordeel is dat weinig externe componenten nodig zijn en dat voor het regelen monopotmeters gebruikt kunnen worden, die goedkoper zijn.
Het schema spreekt voor zichzelf. Met S1 kan de loudness ingesteld worden. In de getekende stand staat de loudness uit.
Overigens heeft het IC TDA 1524A van Philips dezelfde mogelijkheden.
deze hebben beigen een verschillende spanning nodig om perfect te funcioneren
hoe pak ik dit het best aan?
ik had aan het volgende gedacht:
Voeding voor buizen hoofdtelefoon versterker
Gepost door Hugo Welther op donderdag 1 mei 2003 16:19
Deze voeding wordt gebruikt voor de buizen hoofdtelefoon versterker. ==> dit is het naadeel

iemand beter voorstel aangezien het gaat om 44 v en 12 v DC
Voor de stabilisatie van de 60 volt is gebruik gemaakt van een spanningsregelaar voor hoge spanning een TL783 (o.a. verkrijgbaar bij Farnell en Reichelt)
Schema Voeding voor buizen hoofdtelefoon versterker

voor de regelaar had ik gedacht van deze nu weet ik niet hoeveel A er op die regelaar mag en kan zitten:
78xx voeding
De meest eenvoudige voeding kan gemaakt worden met spanningsregelaar uit de serie 78xx. De spanningsregelaar is te koop in verschillende spanningen (zie tabel). De regelaar kan 100 mA, 1 of 2 A leveren.
Condensator C2 is een ontkoppelcondensator. Hij moet daarom zo dicht mogelijk bij de regelaar worden geplaatst.
De onderdelen moeten worden aangepast aan de te leveren spanning en stroom. Bij lage spanningen (onder 5 V) kan C1 verkleind worden tot 1000 µF. Bij spanningen boven 15 V en 1 A moet C1 4700 µF worden. Bij uitgangsstromen boven 1 A moeten de diodes door 1N5401's vervangen worden.
De trafo moet de maximale uitgangsspanning kunnen leveren. De spanning kan ook geleverd worden door twee trafospoelen in serie te schakelen. De uitgangsstroom kan verdubbeld worden door de spoelen parallel te schakelen.
Wanneer het verschil tussen de trafospanning en de uitgangsspanning groter wordt, zal de regelaar warmer worden. Een groter koellichaam is dan nodig.
C4 pas je toe indien de bedrading tussen de voeding en de schakeling groter wordt dan ±15cm
V 100 mA 1 A 2 A
12 78L12 7812 78S12
15 78L15 7815 78S15
18 78L18 7818 78S18
Schakelingen mogenlij gemaakt door circuitsonline maar kon er niet direct andwoord van krijgen