Waar dacht je anders dat ik al die ongein vandaan heb
Van huis uit ben ik een heel ernstig mens .Gereformeerd opgevoed
Nu geloof ik het allemaal ... wel
Anne
Waar dacht je anders dat ik al die ongein vandaan heb
Van huis uit ben ik een heel ernstig mens .Gereformeerd opgevoed
Nu geloof ik het allemaal ... wel
Anne
Sja...bij buizen kan ik me er iets bij voorstellen...dat ze warm anders klinken dan koud...maar of dit voor solid-state componenten ook geld? Ik ben geneigd te denken dat het meer met het feit heeft te maken dat je na een half uurtje luisteren lekker ontspannen bent en mischien daardoor de muziek anders/beter beleefd, wellicht dat sommigen 3 uur nodig hebben om in ontspannen staat te geraken
Je zou dit mischien kunnen testen door je apparatuur aan te zetten, 5 minuten te luisteren...drie uur weg gaan (met apparatuur aan) en daarna weer luisteren...maar het auditief geheugen leent zich niet voor dit soort grappen denk ik...
Bij buizen duurd het zo is mijn ervaring minder lang voor dat deze optimaal klinkt.
Transistor duurd nu eenmaal langer voor dat deze goed op befrijfs temperatuur is.
Op het moment dat je gaat luisteren schakelen je hersenen meer naar gehoor , niet in een keer maar gelijdelijk .
Net als blinde mensen die hebben ook hun gehoor meer getraint zegmaar .
Ik kan het niet 123 onderbouwen maar ik denk dat het best mogenlijk is dat daar een kern van waarheid in zit .
Mijn vorige versterker, een DIY Pass Aleph 4 klasse A had ook wel een uurtje nodig om echt lekker te klinken, en inderdaad hoe langer deze daarna aanstond hoe beter het leek te gaan klinken. Zal toch voor een groot deel wel audio suggestie zijn denk ik.
Luister ik naar de installatie in een slaapkamer of naar computerluidsprekers, dan is dat gewoonlijk van korte duur: bij langer luisteren gaat het slechter klinken. Komt echter onverwachts veel leuke muziek voorbij, dan blijf ik soms veel langer luisteren dan de bedoeling was, en warempel: op een gegeven moment klinkt het niet eens zo beroerd. Zelfs niet als ik dan kritischer ga luisteren, omdat het toch absoluut geen illusie was dat ik deze weergevers gewoonlijk keer op keer veel beroerder vond klinken. Hoe ik luister blijkt dus te bepalen of het geluid na enige tijd slechter danwel beter gaat klinken.
Een andere ervaring die me bewust maakte van de onbetrouwbaarheid van het gehoor, beleefde ik vroeger vaak, toen ik nog wel eens een equalizer gebruikte om in diverse omgevingen de weergave recht te trekken. Na verloop van tijd wist ik op het gehoor feilloos vooraf wélke frequentie moest worden bijgeregeld, maar de máte van bijregeling bleef moeilijk. Regelde ik in 1x zoveel bij als ik dacht dat nodig was, dan vertelde mijn gehoor meestal dat dit teveel was en dat de schuif een stuk terug naar de oorspronkelijke stand moest. Na telkens een tijdje luisteren moest er dan toch beetje bij beetje worden bijgeregeld, waarna ik vaak toch nog op het eerder ingeschatte niveau uitkwam, of soms zelf iets verder.
Conclusie: plotselinge veranderingen merkt het gehoor bijzonder snel op, terwijl bij geleidelijker veranderingen het gehoor uitermate flexibel blijkt te zijn in het aanpassen aan de omstandigheden. Dérmate flexibel dat het me zeer onwaarschijnlijk lijkt dat bij continu luisteren de minimale verandering t.g.v. opwarming kan worden onderscheiden, met name als deze zich over een wat langere periode uitspreidt. Zou blijken dat de minieme verandering wel degelijk correct is waargenomen, dan moet zelfs een ongetraind oor al een behoorlijke verandering bespeuren als men zich tijdens de opwarmperiode naar het toilet begeeft en terugkeert.