Ha die Theo,wat doen we toch een moeite

.Wat mij betreft in ieder geval niet hoor

.
Jij soldeert,zaagt,boort (misschien soms in je vinger

)en buigt hopelijk met veel plezier,dat kan ik niet meer.
Dus in de weer met ideeen,grafieken,cijfers en tekeningen (en hoofdbrekers),zo hebben we allemaal onze lol

.
Voor het te hebben over de positieve gevolgen van Aat's opmerkingen toch eerst 's het waarom van deze aanpak.
Tja ik ben bang dat er anders gezegt wordt "hij moet weer zo nodig anders doen",om op te vallen

.
Zo'n RIAA-filter is opgbouwd met R-C elementen aangestuutd door de uitgang van de voorversterker.Daarmee maakt de uitgangsweerstand van die voorversterker deel uit van het filter.Die uitgangsweerstand is afhangkelijk van het instelpunt van de buis en dat verschuift met het signaal,en daarmee de eigenschappen van het filter.Sommige ontwerpen trekken zich daar niets van aan en gebruiken gewoon de uitgangsweerstand alsof die vaststaat.Anderen zorgen voor een heel lage weerstand zodat de filterweerstanden verhoudingsgewijs zo groot zijn dat je de veranderingen kunt verwaarlozen.
Beide oplossingen versterken eerst alle frequenties (verhouding 1/100 van laag/hoog) en gaan dan aan het selektief verzwakken.Bij de hoge frequenties dus eerst versterken en promt daarop weer tot 100x verzwakken

.
Als je dan weet dat de vervorming bij buizen ongeveer lineair met de versterking toeneemt,niet zo mooi.Gelukkig is het vooral het hoog waar de vervorming voornamelijk bestaat uit hogere harmonischen,boven de gehoorgrens,maar er is ook nog intermodulatie=volume van een toon beinvloed die van een andere,gelijktijdige toon.
De schakeling die ik hier gebruik heeft een heel hoge uitgangsweerstand (stroombron)zodat de uitgangsspanning bepaald wordt door de anodeweerstand met de roosterweerstand van de volgende buis eraan parallel.Door de anode met de juiste condensator te belasten kan de versterking in het hoog precies genoeg voorkomen worden.Twee vliegen in één klap(ach arme

)geen nutteloos versterken van het hoog en een goed bepaalde weerstand voor het filter

.
Door geen kathodeweerstanden te ontkoppelen krijgen we plaatselijke tegenkoppeling,weg met de elkos

.
Hoeveel versterkt die ECC83? Gegeven; Rk=560ohm , Ra= 100k//1M=91k , sreilheid=1,6mS (S=Siemens=eenheid van geleiding 1S=1A/V)dus 1,6mS=1,6mA/V

.Alle stroom door de buizen gaat door Rk en door Ra,er is geen andere uitweg.
Het volgende gaat over wisselstroom ofwel verandering.
Stel een stroom van 1mA.Geeft Va van 1x91=91V ,een Vk van 1x560=0,56V en een Vgk van 1/1,6=0,625V.
Nu is Vin=Vgk+Vk=1,185V en Vuit=Va.De versterking G=Vuit/Vin=91/1,185=76,8 rond af 80x.
Nu heb ik de boel omgegooid voor een ECC88 op aangeven van Aat.Die is ingesteld op Ia=2,5mA waarbij de steilheid nog ongeveer 3mS is.Tamelijk lage spanningen over de triodes,wel even wennen,maar klopt volgens grafieken.
Hoe verder hangt beetje af wat Robert en Theo van plan zijn.Alleen RIAA of bronselektie,vol.regeling toonreg.?
Ook de voeding,voor Theo is het met wat ie over heeft,maar Robert wil waarschijnlijk niet een veel te grote trafo+aanhang.
Hoe dan ook hier is de Aat-variatie

,
Anne