Goed, ik kreeg een onvoldoende van Anne voor m'n eerste poging, maar ik ben niet zo makkelijk uit het veld te slaan dus bij deze de herkansing.
Voordat ik aan alle kanten begin te duwen en te trekken aan de opzet eerst maar even de zaken in stukken knippen en dan per deel eens kijken hoe of wat, te beginnen bij de instelling van de ECC83 op de ingang. Uiteraard begin je dan bij het controleren van de instelling met behulp van de plot van de statische anodekarakteristiek van de betreffende buis. Maar eerst even een principe schema, zodat duidelijk is waarmee we aan het stoeien zijn:
In dit principe schema zijn een aantal zaken gelabeled, te weten A en B, de anodes van de ECC83 dubbeltriode en C, de gezamelijke cathode. I1 is een stroombron met een nader te bepalen waarde I voor de stroomsterkte. De voedingsspanning bedraagt +200V zoals geillustreerd en R3 en R4 zorgen ervoor dat er door modulatie van stuurroosters S1 en S2 een daarmee varieerende spanning kan ontstaat op anodes A en B. Het is nu zaak om de twee uitersten te definiëren zodat we belastingslijn kunnen intekenen.
Op de plot kan je twee punten uitzetten, te weten punt A, wanneer er helemaal geen stroom vloeit tussen de anode en kathode (nullastpunt), en punt B (kortsluitpunt), waarbij er fictief een kortsluiting is tussen anode en cathode. Als we deze twee punten met elkaar verbinden door middel van een rechte lijn dan volgt hieruit dat elke mogelijke combinatie van spanning en stroom zich op deze lijn moet bevinden, kortom, de belastingslijn definiëert het gedrag van de buis.
Voor het maximale anode voltage geldt dat deze gelijk is aan de voedingsspanning, het nullastpunt A ligt dus bij V=200V en I=0mA. Voor de maximale anodestroom geldt dat deze gelijk is aan de voedingsspanning gedeeld door de anodeweerstand, kortom de wet van Ohm, en hieruit volgt dus dat I=200/100K, I=0.002A oftewel het kortsluitpunt B ligt dus bij V=0V en I=2mA. Als we deze punten uitzetten op de plot van de anodekarakteristiek van de ECC83 blijkt al direct dat we niet op het gunstigste gebied van de anodekarakteristiek uitkomen, da's namelijk waar de lijnen het minst geknikt zijn en waar de tussenafstand vrijwel gelijk is, hier is namelijk de harmonische vervorming het laagst.
Het is nu dus zaak een instelpunt te vinden waarbij vervorming, uitstuurruimte, maar vooral gain optimaal zijn, uiteraard binnen de grenzen van hetgeen de buis kwa anodespanning en dissipatie toelaat.