Hoewel ik het als nieuweling gevaarlijk vind om deze vragen hier neer te leggen, wellicht zijn het open deuren, doe ik het toch maar omdat ik niet veel praktische info op het net kan vinden.
Hoewel ik wel redelijk thuis ben ik de electronica heb ik geen ervaring met versterker ontpwer, maar heb wel flink wat kennis van regeltechniek/systeemtheorie (op mechanische systemen). Daar is het manipuleren van de lus om een zo hoog mogelijke performance te krijgen, het zogenaamde "loop-shaping", een echte uitdaging en vaak een vak apart.
Het lijkt wel of in versterkerland de mogelijkheid om de lus uit te knijpen niet tot de design-regels behoort? Vaak wordt er slechts gekozen voor enkele pool-compensatie (Miller-cap), met beperkt bandbreedte. Dit lijkt me de hoofdreden voor de oplopend THD curve richting 20 kHz die bij 95% van de (klasse AB) ontwerpen optreedt.
Na wat leeswerk lijkt me dit twee redenen te hebben:
1. door de grote toleranties van transistor specs is het uitknijpen van de lusversterking voor niet mogelijk (robustheidsbeperking).
2. systeemtheorie-kennis is bij vele ontwerp misschien wel aanwezig, maar men is toch bang om te experimenteren met het lus-gedrag.
Instabiliteit wordt toch vaak gezien als ongewenst phenomeen waar men bij het testen van het ontwerp pas achter komt, wat daarna met standaard middelen wordt tegengegaan.
Hierbij aansluitend een tweede vraag:
Waarom wordt er zo weinig gebruik gemaakt van current-feedback? Het gebruikt van current-feedback zie ik alleen terug in enkele exotische internet-ontwerpen, en een enkel elektuur ontwerp (compact-amp).
Hiermee is het toch mogelijk om 'makkelijker' hogere bandbreedtes te halen, en dus hogere loop-gain?
Groeten,
Maurice
Loop-shaping en Current feedback
Moderator: Beheerdersteam
Oef Maurice,
Heel wat vragen. maar als je de geschiedenis van het versterkerontwerpen van de laatse 50 jaar eens zou bestuderen dan zie dat het eigenlijk allemaal wel aan bod komt.
Zomaar een greep:
Het is zo dat het vrijwel uitsluitend vanuit bode-plotjes bekeken wordt en vrijwel nooit met behulp van een poolbaanplotje.
Het klopt dat er vrijwel nooit tot het randje gegaan wordt bij versterkers omdat die invoorwaardelijk stabiel moeten zijn, ongeacht de belasting. En daar zit ook een factor: De belasting is ook onderdeel van de lus en daar valt weinig over te zeggen. Maar er worden wel degelijk soms pole-zero paren toegevoegd om de lus te shapen.
CF heeft zo zijn voordelen qua loopbandbreedte maar ook nadelen bij een vermogensversterker. N.l. bij oversturing van de versterker. De ingangstrap wordt dan zwaar overstuurd wat weer allerlei tijdafhankelijke effecten gaat opleveren (herstel gedrag).
Heel wat vragen. maar als je de geschiedenis van het versterkerontwerpen van de laatse 50 jaar eens zou bestuderen dan zie dat het eigenlijk allemaal wel aan bod komt.
Zomaar een greep:
Het is zo dat het vrijwel uitsluitend vanuit bode-plotjes bekeken wordt en vrijwel nooit met behulp van een poolbaanplotje.
Het klopt dat er vrijwel nooit tot het randje gegaan wordt bij versterkers omdat die invoorwaardelijk stabiel moeten zijn, ongeacht de belasting. En daar zit ook een factor: De belasting is ook onderdeel van de lus en daar valt weinig over te zeggen. Maar er worden wel degelijk soms pole-zero paren toegevoegd om de lus te shapen.
CF heeft zo zijn voordelen qua loopbandbreedte maar ook nadelen bij een vermogensversterker. N.l. bij oversturing van de versterker. De ingangstrap wordt dan zwaar overstuurd wat weer allerlei tijdafhankelijke effecten gaat opleveren (herstel gedrag).
- SSassen
- Berichten: 11528
- Lid geworden op: vr 22 apr 2005, 10:21
- Locatie: Zuidoostbeemster
- Contacteer:
Wat Pjotrr zegt klopt, een versterker met meerdere polen in de compensatie kom je feitelijk alleen tegen bij opamps. Daar heeft men de evt. toleranties goed onder controle en is de seriespreiding zeer klein. Een discreet ontwerp is lastiger stabiel te krijgen, in de simulator loopt 't feitelijk meestal gewoon zonder problemen, maar in de parktijk kom je door parasitaire capaciteiten en koppeling via lokale lussen (inductief) en component toleranties vaak toch in de problemen.
Maar als je 't leuk vindt heb ik wel wat voorbeelden om je tanden in te zetten hoor, ik heb hier nog een aantal versterker ontwerpen liggen met 2-pole compensatie. Die werken wel in de praktijk maar worden onstabiel als de versterker clipt, of er een signaal wordt aangeboden waarvan de slew-rate erg hoog is (>= slew-rate van de versterker zelf).
Met vriendelijke groet,
Sander Sassen
http://www.hardwareanalysis.com
Maar als je 't leuk vindt heb ik wel wat voorbeelden om je tanden in te zetten hoor, ik heb hier nog een aantal versterker ontwerpen liggen met 2-pole compensatie. Die werken wel in de praktijk maar worden onstabiel als de versterker clipt, of er een signaal wordt aangeboden waarvan de slew-rate erg hoog is (>= slew-rate van de versterker zelf).
Met vriendelijke groet,
Sander Sassen
http://www.hardwareanalysis.com
- dekkersj
- Berichten: 1210
- Lid geworden op: wo 11 jan 2006, 0:41
- Locatie: Steenbergen (NB)
- Contacteer:
Current feedback heeft nog 1 nadeel: men mot het nie. Het impliceert een lage ingangsimpedantie en op de eea manier is dat een lastig referentiekader. Het is veel gebruikelijker om hoog-impedant in te gaan.
Elke topologie heeft zijn eigenaardigheden en als een versterker gaat clippen, verliest de tegenkoppeling haar kracht en heb je poppen sowieso aan het dansen.
Groet,
Jacco
Elke topologie heeft zijn eigenaardigheden en als een versterker gaat clippen, verliest de tegenkoppeling haar kracht en heb je poppen sowieso aan het dansen.
Groet,
Jacco
