Goed, laten we eens kijken wat er gebeurt met het relaiscontact in de voeding wanneer we het relaiscontact in- en uitschakelen. Onderstaande simulatie heeft een aantal voltages en stromen op verschillende punten in de voeding als er vóór de gelijkrichtbrug wordt geschakeld, laten we daarbij eerst kijken naar wat er gebeurt vlak voor en na de gelijkrichtbrug:
Va (groen) = spanning secundaire wikkeling (tov. GND)
Vb (blauw) = spanning na het relaiscontact (tov. GND)
Va-Vb (lichtblauw) = spanning over het relaiscontact
Ir1 (rood) = stroom door relaiscontact
Va laat duidelijk een spanningspiek zien zodra het relais contact afschakelt, als we inzoomen dan wordt duidelijk dat Va eerst negatiever wordt om daarna terug te keren naar de onbelaste spanning van de secundaire wikkeling, circa 1000Vpp.
Vb zakt naar 0V zodra het relaiscontact uitschakelt, da's logisch, immers de secundaire wikkeling wordt losgekoppeld van de gelijkrichtbrug. Bij het wederom inschakelen is Vb direct terug op de oude waarde, voor het uitschakelen van het relaiscontact, zonder dat de spanning piekt.
Va-Vb laat zien dat zodra het relaiscontact uitschakelt de volle onbelaste spanning van de secundaire wikkeling over het relaiscontact komt te staan, da's pakweg 1000Vpp.
Ir1 gaat naar 0A bij het afschakelen en piekt naar pakweg 2.5A bij het wederom inschakelen, da's te verwachten, immers de condensatoren hebben een deel van de lading gedissipeerd in de belasting en moeten worden bijgeladen.
Interessant is ook om te kijken wat er na de gelijkrichtbrug gebeurt, immers daar is een LCLC netwerk aangesloten dat ongetwijfeld zal reageren op het in- en uitschakelen van het relaiscontact. Laten we daarom kijken naar wat er gebeurt vlak na de gelijkrichtbrug:
Vc (groen) = spanning na de gelijkrichtbrug (tov. GND)
Vlc1 (blauw) = spanning na het eerste LC netwerk (tov. GND)
Vlclc1 (rood) = uitgangsspanning van de voeding na het tweede LC netwerk (tov. GND)
Ir2 (lichtblauw) = stroom door R2 en L1
Il2 (roze) = stroom door L2
Vc laat zien dat bij het afschakelen van het relaiscontact er een spanningspiek te zien is van pakweg 1.3kV, dit is te wijten aan het flyback effect, waarbij de spoel zich 'verzet' tegen de afbraak van het opgebouwde magneetveld.
Vlc1 ziet een kleine fluctuatie in de spanning, waarbij de spanning met pakweg 100V is ingezakt vlak voordat het relais wederom inschakelt. Er is echter geen sprake van een spanningpiek, niet bij het inschakelen en ook niet bij uitschakelen.
Vlclc1 merkt weinig van het in- en uitschakelen van het relaiscontact, de spanning zakt enigzins in, pakweg 100V vlak voordat het relais wederom inschakelt, maar er is geen sprake van een spanningpiek, niet bij het inschakelen en ook niet bij uitschakelen.
Ir2 gaat naar 0A bij het afschakelen en piekt naar pakweg 0.7A bij het wederom inschakelen, da's te verwachten, immers de condensatoren hebben een deel van de lading gedissipeerd in de belasting en moeten worden bijgeladen.
Il2 volgt Ir2, maar is afgevlakt en ziet een minder sterke schommeling, uiteraard piekt ook hier de stroom iets (naar 0.4A) bij het wederom inschakelen.
Uit bovenstaande kunnen we concluderen dat schakelen voor de gelijkrichtbrug een maximale spanning over het relaiscontact te zien geeft die gelijk is aan de onbelaste spanning van de gelijkrichtbrug, circa 1000Vpp. Daarnaast zien we alleen flyback effecten bij de eerste spoel, hierbij piekt de spanning naar pakweg 1.3kV.
De vraag is of we deze spanningspiek weg willen werken, want wellicht is deze hoog genoeg om doorslag te geven op de isolatie in de spoel zelf. Een optie is dan om een flyback diode over de spoel te zetten, deze dissipeert alle energie die wordt vrijgegeven door de spoel bij het wegvallen van het opgebouwde magneetveld. Als we een UF4007 gebruiken ziet deze pakweg 1.6A gedurende een paar milliseconden, dat gaat op zich prima, maar om helemaal op zeker te spelen schakelen we beter een weerstand voor. Onderstaande simulatie geeft dan de resultaten weer:
Vc (groen) = spanning na de gelijkrichtbrug (tov. GND)
Id9 (grijs) = stroom door D9 en R3
De combinatie van D9 en R3 zorgen ervoor dat de stroom door de diode nooit meer dan pakweg 400mA bedraagt, zoals te zien uit Vc piekt de spanning nu niet meer en daarmee hebben we het flyback effect effectief ondervangen.
Daarmee is het gezien bovenstaande simulaties mogelijk om met wat eenvoudige maatregelen flyback effecten e.d. in te perken zodat de hoogspanningsvoeding betrouwbaar in- en uitgeschakeld kan worden dmv. een relais.