Instapproject: buizenversterker RH84
Moderator: Beheerdersteam
Hier een paar smoorspoelen van Hammond, die goed te gebruiken zijn voor dit project. Prijs is rond de 13-14 euro nieuw.
3H / 86 Ohm / 100mA
8H / 259 Ohm / 100mA
Hiermee heb ik het volgende opzetje gemaakt voor een simpele voeding.
Zie plaatje hieronder.
Ik ga uit van een dubbele elco van 2x50u en een kleinere losse elco. De dubbele kan op het chassis gemonteerd worden, de kleinere kan eronder.
Elco 2x50uF met bijbehorende klem
Elco 1x22uF
Weerstand kan een 2 watter zijn.
3H / 86 Ohm / 100mA
8H / 259 Ohm / 100mA
Hiermee heb ik het volgende opzetje gemaakt voor een simpele voeding.
Zie plaatje hieronder.
Ik ga uit van een dubbele elco van 2x50u en een kleinere losse elco. De dubbele kan op het chassis gemonteerd worden, de kleinere kan eronder.
Elco 2x50uF met bijbehorende klem
Elco 1x22uF
Weerstand kan een 2 watter zijn.
Het resultaat ziet er goed uit, hoeveel rimpel houd je over?
Als je de datasheet van de EZ81 bekijkt zie je dat een zekere weerstandwaarde staat vermeld voor de
voedingstransformator. Deze waarde betreft de Rdc van de hoogspanningswikkeling vermeerderd met
twee extra serieweerstanden tussen trafo en de anoden van de gelijkrichter. Deze aanbeveling is een
'design note' bedoeld om de gelijkrichter te behoeden voor overmatige slijtage indien de maximaal
toegestane capaciteit voor de reservoircondensator wordt gebruikt. De weerstand van (in dit geval
150 ohm per anode) beperkt de stroom die in pieken wordt getrokken vanwege het voortdurend laden
van de reservoircondensator.
In de periode dat de buis grotendeels was vervangen door de transistor verschenen ontwerpen die deze
aanbeveling negeerden. Buizen waren in die periode zeer voordelig.
Groeten, Jaap
Als je de datasheet van de EZ81 bekijkt zie je dat een zekere weerstandwaarde staat vermeld voor de
voedingstransformator. Deze waarde betreft de Rdc van de hoogspanningswikkeling vermeerderd met
twee extra serieweerstanden tussen trafo en de anoden van de gelijkrichter. Deze aanbeveling is een
'design note' bedoeld om de gelijkrichter te behoeden voor overmatige slijtage indien de maximaal
toegestane capaciteit voor de reservoircondensator wordt gebruikt. De weerstand van (in dit geval
150 ohm per anode) beperkt de stroom die in pieken wordt getrokken vanwege het voortdurend laden
van de reservoircondensator.
In de periode dat de buis grotendeels was vervangen door de transistor verschenen ontwerpen die deze
aanbeveling negeerden. Buizen waren in die periode zeer voordelig.
Groeten, Jaap
Keurige waarde voor de 94mA. Als ik het zo inschat 100mV rimpel? Die Hammond Choke 157M is
prima op zijn plaats hier. Goede prijs ook.
Vandaag de voedingstransformator ontvangen waarmee ik wil gaan bouwen, de 28365 van Dick Best.
Geleverd in twee werkdagen, dat is nog eens service. 300-275-250-0-250-275-300 @250mA en 6,3
@5A. Totale Rdc van de HS bedraagt 67 ohm.
Over de behuizing moet ik nog een ei leggen, dit kistje komt eventueel in aanmerking. Het moet
immers een laagdrempelig project blijven.
prima op zijn plaats hier. Goede prijs ook.
Vandaag de voedingstransformator ontvangen waarmee ik wil gaan bouwen, de 28365 van Dick Best.
Geleverd in twee werkdagen, dat is nog eens service. 300-275-250-0-250-275-300 @250mA en 6,3
@5A. Totale Rdc van de HS bedraagt 67 ohm.
Over de behuizing moet ik nog een ei leggen, dit kistje komt eventueel in aanmerking. Het moet
immers een laagdrempelig project blijven.
Voor rond de 15 euro koop je een nieuw chassis van Hammond.
De zwarte uitvoering is al gecoat en ziet er netjes uit.
http://www.tube-town.net/ttstore/index. ... Serie.html
De zwarte uitvoering is al gecoat en ziet er netjes uit.
http://www.tube-town.net/ttstore/index. ... Serie.html
Da's geen toeval, AE gebruikt voor haar eigen trafo's tegenwoordig dezelfde stickers 
Na wikken en wegen heb ik besloten om de RH84 in een comfortabel, ruim jasje te steken.
Dit chassis van 33x24x6cm had ik nog liggen. Gezet door een metaalbewerkingsbedrijf,
de hoeken zijn afgewerkt met Durafix. Na enig schuur- en polijstwerk komt het er strak
uit te zien.
Na wikken en wegen heb ik besloten om de RH84 in een comfortabel, ruim jasje te steken.
Dit chassis van 33x24x6cm had ik nog liggen. Gezet door een metaalbewerkingsbedrijf,
de hoeken zijn afgewerkt met Durafix. Na enig schuur- en polijstwerk komt het er strak
uit te zien.
Opbouw van de buizenversterker
Het komt vaker voor dat doelstellingen tegenstrijdig blijken en dat een keuze wordt verlangd. Zo ook bij de opbouw
van een buizenversterker waar vele afwegingen moeten worden gemaakt.
Enerzijds zijn korte verbindingen gewenst. De bedrading vormt namelijk miniatuur spoelen die in samenwerking met de
alom aanwezige capaciteit schadelijke resonanties kan veroorzaken. Een verbindingsdraad kan fungeren als antenne
voor HF-pulsen en magneetvelden. Parallel lopende draden oefenen kracht op elkaar uit. Indien draden elkaar moeten
kruisen, passeer dan het liefst haaks.
Anderzijds dient tussen komponenten als weerstanden en foliekondensatoren wat ruimte te worden bewaard. Met
name de voedingstransformator en de smoorspoel bezitten een sterk magnetisch veld dat gemakkelijk koppelt aan het
zwakke magnetische veld van bijvoorbeeld de uitgangstransformator. Het is dus noodzakelijk om de laatste op enige
afstand te plaatsen, waar het veld minder sterk is.
Nu is het zo dat het magneetveld van een spoel/trafo is geconcentreerd in de lamellen van de ijzerkern en dat de
uitstraling het sterkst is in het verlengde van deze lamellen. We kunnen koppeling verminderen door magneetvelden
haaks op elkaar te plaatsen. Ben je een perfectionist dan gebruik je de multimeter (AC-stand) en schuif je de spoel
zolang tot deze het strooiveld van de belaste transformator het minst oppikt.
Om zaken verder te kompliceren stelt de esthetiek ook eisen aan de plaatsing van komponenten, meestal strijdig met
de technisch optimale opstelling. In ieder geval is het verstandig om de reservoircondensator en de gelijkrichter nabij
de voedingstransformator te plaatsen, teneinde de sterk pulserende bedrading kort te houden.
Wanneer wisselspanning wordt gebruikt om de buizen te laten gloeien dient deze bedrading te worden getwist en zo
dicht mogelijk tegen het geaarde chassis te worden gemonteerd. Het geniet de voorkeur om voor iedere buis afzonder-
lijke gloeidraden vanaf de trafo aan te voeren en te bundelen. Bedrading in het algemeen mag niet schommelen en
dient star te worden verbonden met het chassis.
Voor de behuizing van buizenversterkers staan vele bouwmaterialen ter beschikking, op het web tref je voorbeelden
die tot de verbeelding spreken. Voor een aanvangproject is het verstandig om een aluminium chassis te gebruiken, wat
zeer eenvoudig is te bewerken met boor, zaag en vijl. Als het kastje niet al te groot wordt is een plaatdikte van 1,2mm
voldoende, voor grotere behuizingen die zwaardere trafo's moeten torsen is 2,0mm aan te raden. Plaatmateriaal vind je
in de bouwmarkt of bij een metaalbewerkingsbedrijf dat eventueel ook kan 'zetten'.
Voor diegenen die liever een gereed produkt aanschaffen levert Hammond kastjes, zoals de 1442-22 (30x20x5cm) met
bodemplaat 1434-22.
Bedenk dat alle elektrische komponenten warmte afgeven en dat warme lucht zich ophoopt onder het chassis. Weer-
standen en condensatoren zijn gebaat bij een koele omgevingstemperatuur. Koeling door middel van convectie is
eenvoudig te realiseren door het boren van enkele circulatiegaten rond de gelijkrichter.
van een buizenversterker waar vele afwegingen moeten worden gemaakt.
Enerzijds zijn korte verbindingen gewenst. De bedrading vormt namelijk miniatuur spoelen die in samenwerking met de
alom aanwezige capaciteit schadelijke resonanties kan veroorzaken. Een verbindingsdraad kan fungeren als antenne
voor HF-pulsen en magneetvelden. Parallel lopende draden oefenen kracht op elkaar uit. Indien draden elkaar moeten
kruisen, passeer dan het liefst haaks.
Anderzijds dient tussen komponenten als weerstanden en foliekondensatoren wat ruimte te worden bewaard. Met
name de voedingstransformator en de smoorspoel bezitten een sterk magnetisch veld dat gemakkelijk koppelt aan het
zwakke magnetische veld van bijvoorbeeld de uitgangstransformator. Het is dus noodzakelijk om de laatste op enige
afstand te plaatsen, waar het veld minder sterk is.
Nu is het zo dat het magneetveld van een spoel/trafo is geconcentreerd in de lamellen van de ijzerkern en dat de
uitstraling het sterkst is in het verlengde van deze lamellen. We kunnen koppeling verminderen door magneetvelden
haaks op elkaar te plaatsen. Ben je een perfectionist dan gebruik je de multimeter (AC-stand) en schuif je de spoel
zolang tot deze het strooiveld van de belaste transformator het minst oppikt.
Om zaken verder te kompliceren stelt de esthetiek ook eisen aan de plaatsing van komponenten, meestal strijdig met
de technisch optimale opstelling. In ieder geval is het verstandig om de reservoircondensator en de gelijkrichter nabij
de voedingstransformator te plaatsen, teneinde de sterk pulserende bedrading kort te houden.
Wanneer wisselspanning wordt gebruikt om de buizen te laten gloeien dient deze bedrading te worden getwist en zo
dicht mogelijk tegen het geaarde chassis te worden gemonteerd. Het geniet de voorkeur om voor iedere buis afzonder-
lijke gloeidraden vanaf de trafo aan te voeren en te bundelen. Bedrading in het algemeen mag niet schommelen en
dient star te worden verbonden met het chassis.
Voor de behuizing van buizenversterkers staan vele bouwmaterialen ter beschikking, op het web tref je voorbeelden
die tot de verbeelding spreken. Voor een aanvangproject is het verstandig om een aluminium chassis te gebruiken, wat
zeer eenvoudig is te bewerken met boor, zaag en vijl. Als het kastje niet al te groot wordt is een plaatdikte van 1,2mm
voldoende, voor grotere behuizingen die zwaardere trafo's moeten torsen is 2,0mm aan te raden. Plaatmateriaal vind je
in de bouwmarkt of bij een metaalbewerkingsbedrijf dat eventueel ook kan 'zetten'.
Voor diegenen die liever een gereed produkt aanschaffen levert Hammond kastjes, zoals de 1442-22 (30x20x5cm) met
bodemplaat 1434-22.
Bedenk dat alle elektrische komponenten warmte afgeven en dat warme lucht zich ophoopt onder het chassis. Weer-
standen en condensatoren zijn gebaat bij een koele omgevingstemperatuur. Koeling door middel van convectie is
eenvoudig te realiseren door het boren van enkele circulatiegaten rond de gelijkrichter.
- audiomanics
- Berichten: 4575
- Lid geworden op: za 08 apr 2006, 21:54
- Locatie: Appelscha
- Contacteer:
Schema RH84
Jawel, de eerste test met de voeding is bevredigend. De benodigde weerstanden van 270 ohm 5W laten nog
even op zich wachten, zodra ze binnen zijn zal ik de versterker uitgebreid aan de tand voelen
Voor de liefhebber wiens handen jeuken gaat hierbij al vast het herschreven schema. De voeding is gebaseerd
op de Dick Best trafo (2x275V) en twee EZ80 gelijkrichters waarvan de dioden parallel worden gebruikt. Dit
kent uiteraard weer voordelen (heheh): easy80 is een veel voorkomende, voordelige buis. Door parallelschakeling
valt slechts de helft van de gebruikelijke spanning over de dioden terwijl ze de dubbele stroom verdragen. Nadeel
is dat je iets meer energie verstookt t.o.v. een enkele EZ81.
Wie zich in het schema verdiept ziet twee serieweerstanden in de voeding: R1 en R2. Deze begrenzen de stroom
en je kunt door de waarden iets te verhogen eventueel de B+ van 300 volt een klein beetje verlagen. Gebruik in
de voeding uitsluitend weerstanden die bestemd zijn voor spanningen van ten minste 400 volt. De bleeder (R3) is
opgenomen om de voedingselco's te ontladen, ervaren bouwers kunnen deze weerstand achterwege laten.
De reservoircondensator (C1) wordt verondersteld bestand te zijn tegen een rimpelstroom van ten minste 400mA,
een ouderwetse Philips 4006 of 4008 dubbelelco is prima.
Voor de smoorspoel L1 bestaan meerdere opties. Ik zie hier liever wat koperweerstand om de kring te dempen.
Tien Henry heb je nodig om de rimpel zo goed als plat te drukken, met acht Henry kom je ook nog weg. De PSRR
van de driver is namelijk niet zo heel hoog waardoor er op gevoelige speakers al vlot voedingsbrom is te horen.
De Hammond 157M of de 158M is een goede keuze.
Groeten, Jaap
NB Het schema is als 300dpi bestand af te drukken (paginavullend).
even op zich wachten, zodra ze binnen zijn zal ik de versterker uitgebreid aan de tand voelen
Voor de liefhebber wiens handen jeuken gaat hierbij al vast het herschreven schema. De voeding is gebaseerd
op de Dick Best trafo (2x275V) en twee EZ80 gelijkrichters waarvan de dioden parallel worden gebruikt. Dit
kent uiteraard weer voordelen (heheh): easy80 is een veel voorkomende, voordelige buis. Door parallelschakeling
valt slechts de helft van de gebruikelijke spanning over de dioden terwijl ze de dubbele stroom verdragen. Nadeel
is dat je iets meer energie verstookt t.o.v. een enkele EZ81.
Wie zich in het schema verdiept ziet twee serieweerstanden in de voeding: R1 en R2. Deze begrenzen de stroom
en je kunt door de waarden iets te verhogen eventueel de B+ van 300 volt een klein beetje verlagen. Gebruik in
de voeding uitsluitend weerstanden die bestemd zijn voor spanningen van ten minste 400 volt. De bleeder (R3) is
opgenomen om de voedingselco's te ontladen, ervaren bouwers kunnen deze weerstand achterwege laten.
De reservoircondensator (C1) wordt verondersteld bestand te zijn tegen een rimpelstroom van ten minste 400mA,
een ouderwetse Philips 4006 of 4008 dubbelelco is prima.
Voor de smoorspoel L1 bestaan meerdere opties. Ik zie hier liever wat koperweerstand om de kring te dempen.
Tien Henry heb je nodig om de rimpel zo goed als plat te drukken, met acht Henry kom je ook nog weg. De PSRR
van de driver is namelijk niet zo heel hoog waardoor er op gevoelige speakers al vlot voedingsbrom is te horen.
De Hammond 157M of de 158M is een goede keuze.
Groeten, Jaap
NB Het schema is als 300dpi bestand af te drukken (paginavullend).
Nog enige "aktiefoto's".
Zeven slagen om een ferroxcubestaaf maakt een common mode filter voor de 6,3V wisselspanning. De gloeibedrading is
per buis aangevoerd vanaf de trafo en bestaat uit een aderpaar UTP (computernetwerk kabel). 0,76A door zo'n 0,5mm
ader is mogelijk omdat slechts een kleine lengte wordt gebruikt. Dunne draadjes worden namelijk warm en warmte kan
de isolatie doen smelten. Doordat wisselspanningvoerende bedrading wordt gebundeld is het totale elektromagnetische
veld lager dan wanneer een enkel (dikker) aderpaar wordt toegepast. De velden rond de afzonderlijke draden heffen
elkaar namelijk gedeeltelijk op.
Een plaatje aluminium om de uitgangen op te monteren. Dit komt onder de motorkap zodat de bedrading kort kan worden
gehouden. Op deze wijze kunnen andere uitgangen worden gemonteerd zonder de kast in een gatenkaas te veranderen.
De choke wordt gefixeerd door twee klemmen, hoe minder beweging in de bedrading hoe liever.
Zeven slagen om een ferroxcubestaaf maakt een common mode filter voor de 6,3V wisselspanning. De gloeibedrading is
per buis aangevoerd vanaf de trafo en bestaat uit een aderpaar UTP (computernetwerk kabel). 0,76A door zo'n 0,5mm
ader is mogelijk omdat slechts een kleine lengte wordt gebruikt. Dunne draadjes worden namelijk warm en warmte kan
de isolatie doen smelten. Doordat wisselspanningvoerende bedrading wordt gebundeld is het totale elektromagnetische
veld lager dan wanneer een enkel (dikker) aderpaar wordt toegepast. De velden rond de afzonderlijke draden heffen
elkaar namelijk gedeeltelijk op.
Een plaatje aluminium om de uitgangen op te monteren. Dit komt onder de motorkap zodat de bedrading kort kan worden
gehouden. Op deze wijze kunnen andere uitgangen worden gemonteerd zonder de kast in een gatenkaas te veranderen.
De choke wordt gefixeerd door twee klemmen, hoe minder beweging in de bedrading hoe liever.
- RobertD
- Berichten: 4408
- Lid geworden op: di 10 jul 2007, 19:52
- Locatie: Alphen a.d. Rijn
- Contacteer:
AE is niet erg goedkoop, maar wel behoorlijk goed.TubeHead schreef:wat kosten die trafo's van AE europe eigenlijk ??
Ik heb een keer een voedingstrafo laten wikkelen voor een EL84 push pull versterker, die kostte iets van 80 euro.
Uitgangstrafo's zijn er in verschillende soorten.
Op de site staat ook een lijst met trafosets en de bijbehorende prijzen.
Wat is de reden voor dat common-mode filter? Dat ben ik namelijk nog niet vaak tegengekomen. Bovendien gebruik je (toch?) alleen indirect verhitte buisjes?
Ook nog naar aanleiding van de opmerking over de bleederweerstanden:
Ook nog naar aanleiding van de opmerking over de bleederweerstanden:
zou hier eerder iets van maken als: zelfs ervaren bouwers zullen deze niet snel achterwege laten... (veiligheidsissue!)De bleeder (R3) is
opgenomen om de voedingselco's te ontladen, ervaren bouwers kunnen deze weerstand achterwege laten.
Hai Daniel,
Strikt genomen is de hele buizentechniek een veiligheidsissue
De bleeder wordt niet veel toegepast omdat zij geen
toegevoegde waarde bezit in de schakeling. Mijn overweging was om nieuwelingen te behoeden voor al te grote klappen
mochten ze vergeten de voeding te ontladen alvorens te gaan sleutelen.
Met betrekking tot het kombineren van de gloeispanning voor indirektverhitte buizen met die voor de gelijkrichter, het
volgende.
Het is een misvatting dat de buizentechniek stil staat. Nieuwe inzichten, moderne hulpmiddelen en meettechniek maken
het mogelijk om de vroege kennis opnieuw op zijn meritis te beoordelen. Enige kwalen die volgens niet-ingewijden de
weergave van een buizenversterker kenmerkte waren brom en ruis. Naast een slecht bedradingsregime blijkt de kathode
een belangrijke storingsbron indien nonchalant wordt omgesprongen met deze elektrode, zelfs bij indirektverhitte buizen.
RF signalen passeren namelijk gemakkelijk over de capaciteit die bestaat tussen het verwarmingselement en de kathode.
Het common mode filter dient om ruis afkomstig van het lichtnet en de gelijkrichter te verminderen.
Volgens het laatste inzicht vormen vrije elektronen tussen het verwarmingselement en de kathode een halfgeleiderbrug
(diode) die de 50Hz wisselwerking van de eerste op de laatste drukt. De remedie om ook deze geringe brom nog te
verwijderen is het aanleggen van een biasspanning. In het bijgaande schema heb ik de voeding uitgebreid met een
spanningdeler welke naar massa is ontkoppeld.
Op de punten G wordt de gloei van uitsluitend de versterkerbuizen aangesloten. Op alle drie versterkerbuizen worden
de gloeidraden ieder met een keramische kondensator van enkele nF naar aarde afgesloten, zo dicht mogelijk nabij de
buissocket. De CM-choke kan ineens voor drie buizen worden gewikkeld.
Hopelijk ontvang ik binnenkort de ontbrekende onderdelen waarna ik de opbouw met foto's zal verduidelijken. Het
belooft een pittig versterkertje te worden.
Vriendelijke groet, Jaap
Strikt genomen is de hele buizentechniek een veiligheidsissue
toegevoegde waarde bezit in de schakeling. Mijn overweging was om nieuwelingen te behoeden voor al te grote klappen
mochten ze vergeten de voeding te ontladen alvorens te gaan sleutelen.
Met betrekking tot het kombineren van de gloeispanning voor indirektverhitte buizen met die voor de gelijkrichter, het
volgende.
Het is een misvatting dat de buizentechniek stil staat. Nieuwe inzichten, moderne hulpmiddelen en meettechniek maken
het mogelijk om de vroege kennis opnieuw op zijn meritis te beoordelen. Enige kwalen die volgens niet-ingewijden de
weergave van een buizenversterker kenmerkte waren brom en ruis. Naast een slecht bedradingsregime blijkt de kathode
een belangrijke storingsbron indien nonchalant wordt omgesprongen met deze elektrode, zelfs bij indirektverhitte buizen.
RF signalen passeren namelijk gemakkelijk over de capaciteit die bestaat tussen het verwarmingselement en de kathode.
Het common mode filter dient om ruis afkomstig van het lichtnet en de gelijkrichter te verminderen.
Volgens het laatste inzicht vormen vrije elektronen tussen het verwarmingselement en de kathode een halfgeleiderbrug
(diode) die de 50Hz wisselwerking van de eerste op de laatste drukt. De remedie om ook deze geringe brom nog te
verwijderen is het aanleggen van een biasspanning. In het bijgaande schema heb ik de voeding uitgebreid met een
spanningdeler welke naar massa is ontkoppeld.
Op de punten G wordt de gloei van uitsluitend de versterkerbuizen aangesloten. Op alle drie versterkerbuizen worden
de gloeidraden ieder met een keramische kondensator van enkele nF naar aarde afgesloten, zo dicht mogelijk nabij de
buissocket. De CM-choke kan ineens voor drie buizen worden gewikkeld.
Hopelijk ontvang ik binnenkort de ontbrekende onderdelen waarna ik de opbouw met foto's zal verduidelijken. Het
belooft een pittig versterkertje te worden.
Vriendelijke groet, Jaap
logisch verhaal, was het zelf nog nooit tegengekomen namelijk. Elegante oplossing ook, zowel het common-mode filter als de bias. Ook mijn complimenten voor je inzichtelijke verhaal. Complimenten voor de versterker komen wel als we de foto's van het eindproduct te zien krijgen 
In deze versterker heb je geen gelijkrichting op je gloeispanning (ook niet nodig met indirect verhitte buisjes + de biasschakeling), en je gebruikt een bloktrafo (smalbandig). Verwacht je dan nog zo 'veel' rotzooi?
Ik zou zelf in dit geval een filter aan de primaire kant van de voeding gezet hebben. Dan pak je de enige bron van die rf al eerder aan, en pak je meteen de hoogspanning ook mee aan.
In deze versterker heb je geen gelijkrichting op je gloeispanning (ook niet nodig met indirect verhitte buisjes + de biasschakeling), en je gebruikt een bloktrafo (smalbandig). Verwacht je dan nog zo 'veel' rotzooi?
Ik zou zelf in dit geval een filter aan de primaire kant van de voeding gezet hebben. Dan pak je de enige bron van die rf al eerder aan, en pak je meteen de hoogspanning ook mee aan.

