Een tijdje terug heb ik al eens een meting gedaan met een spatial average over 7 plekken. Lichtblauw is -meen ik- de luisterplek, de andere kleuren zijn 6 plekken op circa 1 meter rond de luisterplek. De zwarte is het gemiddelde van de 7 metingen. Smoothing is 1/6e octaaf.
Alleen de eerste piek, de eerste mode, is plaatsonafhankelijk op +/- 3 dB. Daarboven is voor een groot deel de spreiding circa +5 en - 10 dB van de gemiddelde. Tussen de 90 en 130 Hz zijn er denk ik effecten van de dipool, interferentie van de backwave gereflecteerd tegen de muur. Daarboven neemt de spreiding weer toe.
Vooral boven de 130 Hz (hier de Schroederfrequentie), in de 'statistical region' (1) is het gemiddelde vlak, terwijl de afzonderlijke plekken grote fluctuaties kennen. Volgens Geddes moet je in dit gebied in ruimte en frequentie middelen, dus meerdere plekken en 1/3 of 1/6 octaaf 'smoothing'.
In de average is een dip te zien op 240 Hz, die zou ik denk ik niet corrigeren, ik elk geval niet zo sterk. Ik denk zelfs dat in dit gebied passieve demping zelfs beter op z'n plaats is.
Het grappige in deze meting is dat tot 130 Hz de meting op de luisterplek en het gemiddelde sterk overeenkomen. Daarboven moet je oppassen, die piek op 160 Hz moet je dus laten zitten. Maar correctie op basis van een meting op de luisterplek is in deze situatie dus wel mogelijk. Je hebt blijkbaar meer zekerheid als je meerdere plekken meeneemt.
(1)
http://www.aes.org/e-lib/browse.cfm?elib=8102 (ik heb het artikel niet)