Ik heb mij gisteren schuldig gemaakt aan een commentaar "uit het hoofd" en dat loopt niet altijd goed af. Het verhaal van Klipsch , dat uit JAES april 1969 stamt, gaat inderdaad over het Doppler effect, maar hij heeft het over enkelvoudige luidsprekers. Daar moet de conus tegelijk een bastoon of middentoon produceren, en tegelijk een hoge toon afstralen met die in laagfrequent ritme bewegende conus. Dat produceert ook Doppler, en een hoorn is daar natuurlijk in het voordeel.
Het effect waar ik op doelde, en waar de discussie hier over ging, treedt op in 2-weg coaxiale systemen. De intermodulatie producten ontstaan hier doordat de wooferconus a.h.w. een bewegende begrenzing vormt van de ruimte waarin de tweeter straalt. Daarover is recent een artikel verschenen in JAES, en wel in september 2010 (E.Dupont & S.P Lipshitz: Modeling the IM distortion of a coaxial loudspeaker, JAES
58 no 9 september 2010.) Het is door de wiskunde er in redelijk onleesbaar, maar de trend is duidelijk, er treedt een Doppler effect op door de bewegende ruimtelijke begrenzing, dat tot eerste orde intermodulatieprodukten leidt. Dus F- = Fh-Fl, F+ = Fh + Fl
Het artikel geeft ook meetresultaten, en enkele daarvan zijn:
Met een woofer B139 ( de KEF hyperelliptische woofer) en een 25 mm dome op 24 mm afstand in het midden daarvoor:
Fl= 50 Hz Fh= 3kHz, Xw=1mm P-/Ph = -14.8 dB, P+/Ph =-10.4 dB
Met een Uni-Q 20 cm woofer met zijn eigen tweeter:
Fl= 50 Hz Fh= 3kHz, Xw=1mm P-/Ph = -28.6 dB, P+/Ph= -30.7 dB
Het blijkt dat het effect bij grotere wooferconussen erger wordt, als de uitwijking gelijk is. Maar in de praktijk is de uitwijking bij een grotere wooferconus natuurlijk kleiner als we een even grote geluiddruk in het laag willen.
Als we de tweeter naar de rand van de woofer verplaatsen neemt de vervorming snel af. Voor de liefhebbers het hele verhaal op
http://hdl.handle.net/10012/4496
groet, Tom