vacuphile schreef:Het lijkt me ten eerste verstandig op te merken dat een goede klasse-D beter klinkt dan een goede klasse AB of zelfs A, en dat er binnen de verzameling van goede klasse-D versterkers verschillen zijn.
Hoe kom je tot die conclusie? Klasse-D is vooral een manier om heel efficiente versterkers te bouwen, iets wat je met klasse A of B niet lukt door de inherente verliezen (vooral in de eindtrap) veroorzaakt door de noodzaak van het hebben van een ruststroom en het feit dat de eindtransistoren dienen te versterken en niet zoals bij een klasse-D versterker puur als schakelaar gebruikt worden. In dat laatste geval worden de verliezen voornamelijk bepaald door de Ron van de gebruike MOSFET's, normaliter is die in de orde van enkele milli Ohm en daarmee zijn rendementen van meer dan 90% haalbaar, iets wat met klasse A of B niet te realiseren is.
Bovenstaande zegt helemaal niks over de geluidskwaliteit, of sec gezegd, de geluidskwaliteit ligt feitelijk besloten in de specificaties die puur een gevolg zijn van de ontwerpeisen. Het is geen enkel probleem een klasse A of B versterker te ontwerpen met specificaties die volledig identiek zijn aan die van een klasse D en vice versa. Daarmee staan de prestaties dus los van het gekozen versterkerprincipe en zo hoort het ook, het is aan de ontwerper om te kiezen welk versterkerprincipe gekozen worden m.b.t. het eisenpakket wat op tafel ligt.
vacuphile schreef:Een van die verschillen is dat Hypex feedback neemt achter het LC filter, waardoor het inderdaad load independant wordt qua frequentiekarakteristiek. Dat zal nog niet triviaal zijn omdat het LC filter voor een fasedraaiing zorgt naar mate de kantelfrequentie wordt benaderd, en aangezien het eerste orde filters betreft zet die al vroeg in. In zo'n situatie een feedbackloop introduceren is tricky omdat je daarmee eigenlijk een oscilator creeert. Ik vind het behendig van Hypex dat ze daarin zijn geslaagd, maar omdat ik nergens heb kunnen vinden hoe dat wordt gedaan, kan ik ook niet beoordelen of daardoor wellicht hoorbare artefacten worden gecreeerd (die dan met name in de hogere octaven zouden optreden; zie de post waarop Ssassen reageert).
Ik lees in je reactie dat je duidelijk e.e.a. niet begrijpt, neem even de moeite om je in te lezen in de documentatie die Hypex beschikbaar stelt op hun website, of het UcD patent erop na te lezen:
http://www.hypex.nl/UcD.htm
http://amorgignitamorem.nl/Audio/HD702/ ... 8A2%29.pdf
vacuphile schreef:Ondertussen is het vrij simpel om bijvoorbeeld een Tripath optimaal te ontwerpen voor een bepaalde load. Meestal wordt daarbij 4 Ohm genomen aangezien daarbij ook de hoogste onvervormde uitgangsvermogens kunnen worden gehaald. Een goede Tripath versterker (heb 2020, 2050 en 2024 gebaseerde ontwerpen gemeten en beluisterd) presteert gewoon echt goed.
Als je zegt dat het simpel is ga je voorbij aan een heel pakket EMC eisen en andere zaken die vooral met een ordentelijke PCB layout en component keuze te maken hebben die alles behalve simpel zijn. Als je kijkt naar de nul-doorgangen, het residu van de schakelfrequentie, het spectrum van de de uitgestraalde EM door de luidspreker kabels, ect. etc. is één ding heel duidelijk; het ontwerpen van een klasse-D versterker is allesbehalve simpel. Het feit dat Tripath IC's heeft die feitelijk het actieve deel van de versterker vertegenwoordigen is gelijk aan een hele keukentafel vol aan ingredienten voor een taart. De ingredienten stellen je een staat een taart te bakken, het is echter aan de bakker om de ingredienten in de juiste verhoudingen en in de juiste volgorde te bewerken zodat het eindresultaat inderdaad een taart is die er niet alleen goed uitziet, maar ook goed smaakt. Stellen dat het ontwerp van klasse-D simpel is is voorbijgaan aan een hele verzameling ontwerpeisen die absoluut essentieel zijn voor een goede werking.
vacuphile schreef:Tot slot nog even iets over de uitgangsimpedantie van buizenbakken waar door SSassen aan wordt gerefereerd: die is vergeleken met solid state hoog, en aangezien luidsprekers worden ontworpen voor SS-bakken, veroorzaakt dat problemen; met name in het laag (je krijgt een zgn. Q-bump), en omdat bij het ontwerp van het scheidingsfilter niet is gerekend op de additionele interne weerstand van de versteker (kantelfrequentie hoog verschuift naar beneden, en kantelfrequentie laag verschuift naar boven). Dat zijn serieuze, hoorbare problemen.
De aanname dat luidsprekers worden ontworpen voor halfgeleider versterkers vind ik veels te kort door de bocht. Een luidsprekerontwerper kan ervoor kiezen om de impedantie van een luidspreker binnen bepaalde grenzen te houden door waar nodig passief impedantiecorrectie toe te passen, dit wordt echter in veel gevallen niet gedaan omdat de benodigde componenten kostprijs verhogend werken.
vacuphile schreef:Bij een D-klasse versterker zonder terugkoppeling na het LC-filter (m.a.w. met alle non-Hypex klasse D-versterkers) is er een theoretisch probleempje in het hoog zodra de versterker niet wordt gebruikt met een load die afwijkt van de design goal. Maar dat is, zeker vergeleken met een buizenbak, een piepklein probleempje, dat in ieder goed ontwerp in ieder geval ten dele wordt ondervangen door een Zobelnetwerkje over de uitgang, waardoor de kantelfrequencie van het LC-filter zodanig kan worden verhoogd, dat in geval van een voor 4 Ohm ontworpen versterker, de frequentieweergave ook bij 8 Ohm nog vrijwel recht is.
Als je denkt dat de lineaire frequentieoverdracht van een klasse-D versterker met terugkoppeling voor het uitgangsfilter te corrigeren is met een Zobel netwerk dan begrijp je kennelijk niet dat als het LC filter, en daarmee dus ook de luidspreker (!) in de terugkoppellus zoals bij de UcD zit de overdrachtsfunctie lineair is en blijft, ongeacht de frequentie of de impedantie van de luidspreker (d'r zit een minimum aan, maar da's gerelateerd aan de stroomreserve). Te denken dat je extern hier invloed op kan uitoefenen door een Zobel voor te schakelen geeft aan dat je het concept 'terugkoppellus' wiskundig niet begrijpt. De Zobel zit wiskunding gezien niet in de terugkoppellus, dus de lus heeft er ook geen invloed op, daarmee is de oplossing die je aandracht er één die grote haken en ogen heeft.
vacuphile schreef:Dat sluit allemaal niet uit dat met TDA betere klasse D-versterkers te bouwen zijn dan met TA en dat Hypex daarbij voorop loopt; ik weet het niet, want ik heb nog nooit een van hun modules getest. Dat is dan ook niet mijn punt; mijn punt is dat Ssassen daarvoor een theoretische onderbouwing geeft waar gaten in zitten.
Waar zitten die gaten dan als ik vragen mag? Graag beargumenteren zodat ik daar een reactie op kan geven.
vacuphile schreef:Meten is weten, en wat dat betreft zie ik niet zoveel verschil tussen wat UcD en Tripath, ervan uitgaand dat de manufacturers specifications kloppen (wat ball park wel zo is, want die specs worden opgesteld voor B2B en als het tezeer niet klopt verlies je klanten of heb je iets moeilijks uit te leggen).
Als je weet wat je meet zou je daar een punt kunnen hebben. Echter de Tripath versterker specificaties zijn gemeten in een zuiver Ohmse belasting, heb jij ooit een luidspreker gezien die over z'n volledige frequentiebereik een Ohmse belasting vormde? Nee? Ik ook niet, da's logisch, want een luidspreker is voorzien van een spreekspoel met een weerstand >0 Ohm en een zelfinductie >0 Henry die beweegt in een magneetveld. Daarmee heb je altijd een impedantie die varieert met frequentie, dat volgt logischerwijs uit het wiskundige vervangschema van een luidspreker.
Met vriendelijke groet,
Sander Sassen - Gerehabiliteerd banneling