Erwin schreef:Tom Magchielse schreef:Als je de signalen VL en VH optelt, krijg je inderdaad een perfect vlakke frequentiekarakteristiek.
Met V bedoel je Volt?
Tom Magchielse schreef:Wel is er een 3db vermogensverlies in de som PL + PH als je niet VL en HL optelt, maar de vermogens PL en PH. Linkwitz-Riley rules? Mwah...
Dit begrijp ik niet helemaal. Ik neem aan dat P = Power. Ik heb gelezen dat LR het XO punt op -6dB leggen ipv -3 db zoals gebruikelijk. Zorgt dat voor een -3 dB dip in Power? Hoe zit dat dan?
Een standard butterworth op -3 db geeft weer een kleine bult voor en na XO
Tom Magchielse schreef:Linkwitz-Riley rules? Mwah...
Hoe bedoel je "Mwah..."?
Vind je dat de credits eigenlijk naar Stephen Butterworth toe gaan of dat dit filter ook zijn nadelen heeft?
En in het laatste geval wat zie jij dan als het nadeel van dit type filter?
Ik ben erg onder de indruk van hoe het klinkt met mijn koptelefoon hoor ik geen verschil tussen het org. en gefiltered signaal...
E.
Geen enkel filter is ideaal, maar Butterworthfilters hebben het voordeel dat de karakteristieken van de highpass en lowpass versies bij hetzelfde -3 dB punt spiegelbeeldig zijn t.o.v F-3, zodat de group delay in beide helften hetzelfde is. Daardoor lopen de fasekarakteristieken evenwijdig, er is dus een constant faseverschil tussen H en L. Dat is een erg prettige eigenschap als je bundelingsfouten op de cross-over wilt voorkomen.Dat voordeel is er ook in Linkwitz-Riley, omdat dat immers gewoon twee 2e-orde Butterworth filters in cascade zijn. Tot zover dus ideaal.
Het cross-over punt wordt bij LR inderdaad op het -6dB punt gelegd, omdat anders de "constant voltage"eigenschap (Vl + Vr is freq.onafhankelijk, V is spanning) niet opgaat. Maar dat betekent wel dat op het cross-over punt het vermogen tot de helft daalt (laag -6 dB = P/4, hoog -6 dB = P/4, som is P/2 =-3dB. Dat is minder ideaal.
Wat de credits betreft: Butterworth heeft waarschijnlijk nooit aan luidspreker toepassingen gedacht. zijn idee verscheen in oktober 1930 in "Wireless Engr."vol 7. Het ging hem daarbij voornamelijk om de "maximally flat" eigenschap.
Linkwitz was vooral bezig met de fouten in de off-axis responsie (active/passive crossover networks for noncoincident drivers, 1976/1978) en minder met de power responsie. Niettemin leidt de dip in de power response mogelijk tot een afwijkende klank op plaatsen, anders dan op de as.
Ten slotte, met een koptelefoon naar de gesommeerde output luisteren maakt dat je het voornaamste voordeel, nl de parallel lopende fasekarakteristieken, en de bijbehorende gunsige bundeling, niet kunt horen. Het voornaamste nadeel, de dip in de vermogensresponsie, hoor je evenmin. Er zijn nog veel meer filters die op deze manier beluisterd bijna ideaal zijn ( de constant-voltage familie, inclusief de subtractieve filters) Als echte luidsprekerfilters zijn die echter verre van ideaal.
Dit was een lang verhaal, maar wie "mwah" zegt moet ook B zeggen. En wie was nou toch die Riley?
groet, Tom