Hoi Ed,
Ik ga een poging wagen.
Stel:
B+= 350Vrms
Ia per buis= 50mA (gekozen). Dissipatie buis is dus
P=U x I=350Vrms x 50mA=17,5 Watt.
A= gekozen ruststroom
B=overgang Klasse A naar Klasse B
Zaa=Primaire impedantie UGT= bv. 5K
1/2 Zaa=2,5K.
Bij klasse A ziet de buis 1/2 Zaa en zijn beide buizen in geleiding.
1/4 Zaa=1,25K.
Bij klasse B ziet de buis 1/4 Zaa en is 1 buis in geleiding.
Eigenschap van een trafo is dat het meer spanning kan leveren dan de aangesloten voedingsspanning
B+ (kortstondige energie opslag).
Berekening belastinglijn Klasse A:
U = Ia x 1/2 Zaa = U = 50mA x 2500 Ω = 125V
Trek nu een lijn met als snijpunt punt A, dus 350V+125V=475V en 350V-125V=225V. Bij 475V houd de buis op te werken.
Nu kun je ook het vermogen in klasse A berekenen.
Vp \ √2= 125V \ 1,414 = 88,4 Vrms
(88,4 x 88,4Vrms) \ 2500 Ω = 3,12 Watt per buis.
2500 Ω = 1/2 Zaa
Vermogen in Klasse A = 2x 3,12 = 6,24 Watt
Belastinglijn Klasse B:
Trek nu een lijn vanaf de
B+ = 350 V naar nu de
snijlijn punt B en trek de lijn door tot Ug1= 0V. Opmerking: de paarse lijn is een hulplijn en moet je voor de rest weg denken.
Nu kun je ook het vermogen berekenen in Klasse B:
Amplitude in Klasse B =350Vp - 40Vp = 310Vp
310Vp \ √2 = 219Vrms
(219 x 219 Vrms) \ 1250 Ω = 38,3 Watt.
1250 Ω = 1/4 Zaa
Dit is niet x2 want in klasse B is er maar 1 buis in geleiding.
Dus :
Klasse A : 0 tot 6,25 Watt
Klasse B: 6,25 tot 38,3 Watt
Nou is het de kunst om het gekozen ruststroom punt A zo te kiezen, dat je bij Ug1= -30V evenveel spanning hebt als bij Ug1= -40V ten opzichte van je rustpunt, in dit geval Ug1= -35V want meestal speelt de versterker in klasse A.