Op internet is genoeg informatie te vinden over het hoe en wat van stroomsturing en motional feedback (mfb). Beide dragen bij aan het verlagen van harmonische vervorming. Stroomsturing is misschien wat minder bekend, die werkt door Le(x) en Le(i) irrelevant te maken.
http://www.rmsacoustics.nl/papers/white ... design.pdf
http://www.rmsacoustics.nl/activecontrol.html
https://www.klippel.de/fileadmin/_migra ... Poster.pdf
Commercieel worden beide al toegepast in de Grimm Audio LS1s-dmf.
http://www.grimmaudio.com/pro-products/ ... /ls1s-dmf/
Ik gebruik een TangBand W69-1042J in een gesloten kast van 14 L, omdat ik die woofers nog had liggen. Om de controllers te voeden heb ik een mooie voeding van forumlid Sevenup overgenomen, de versnellingsmeters wil ik bij PirateLogic halen. Zowel de stroomsturing als mfb zijn te beschouwen als systemen met negatieve feedback. Je kan ze apart van elkaar zien. Een blokschema van een systeem met negatieve feedback ziet er als volgt uit: Alle blokjes zijn lineaire transfer functions. Het proces P(s) is bijvoorbeeld een luidspreker die een signaal krijgt en geluid uitzendt. Een echte luidspreker doet dat niet perfect lineair, maar vervormt daarbij. Deze niet-lineariteit wordt meegenomen alsof het een verstoring van het proces is. Hoe zo’n systeem met negatieve feedback werkt is het makkelijkst door te beginnen bij het proces. De uitgang ‘uit’ van het proces wordt teruggevoerd en vergeleken met het ingangssignaal ‘in’, wat een maat is voor de fout. Deze fout wordt versterkt door controller C(s) en opnieuw aan het proces aangeboden. Het proces maakt er weer iets moois van enzovoorts.
De transfer function van ‘in’ naar ‘uit’ is PC/(1+PC). Van ‘verstoring proces’ naar ‘uit’ is P/(1+PC). Het doel is om het effect van verstoring op de uitgang te minimaliseren, dus C moet zo groot mogelijk zijn. Zomaar een grote versterkingsfactor maken van C klinkt dus logisch, maar helaas werkt dat niet. Het feedbacksysteem wordt dan instabiel. Om te kijken of een systeem stabiel is, is de transfer function van de open lus L = PC handig. Een vereenvoudigd criterium voor stabiliteit is dat de fasedraaiing van L kleiner moet zijn dan 180 graden voor alle frequenties waarbij de versterking groter is dan 1. Aan beide eisen kan worden voldaan als PC een banddoorlaatfilter is, dat aan beide kanten met 6 dB / octaaf afvalt. P staat vast en is te meten, C kan je maken zoals je wilt.
Een blokschema van zowel de stroomsturing als mfb samen wordt als volgt:
K is een oude stereoversterker; Z de impedantie van de woofer; R een weerstand van 0,18 ohm die in serie staat met de woofer om de stroomsterkte te meten; W1 en W2 stellen samen de woofer voor; A de versnellingsopnemer die op de spreekspoel komt; F een MiniDSP; C1 en C2 filters die nog ontworpen moeten worden: C1 voor de stroomsturing, C2 voor de mfb. P1 en P2 zijn groepen van meerdere elementen samen.
Als eerst maak ik de binnenste regellus werkend, dus alleen van de stroomsturing. Niet-lineariteit neem ik niet mee. Het blokschema wordt dan een stuk simpeler: P1 stelt de transfer function voor, van [signaal op ingang stereoversterker] naar [gemeten stroomsterkte]. Er zit nog een weerstand R in het schema, omdat je anders nogal moeilijk spanning (in) met stroomsterkte (uit) kan vergelijken. Uit een meting blijkt dat de transfer function als volgt is: Onder de 5 Hz vertrouw ik de meting niet. Tussen 5 en 10 Hz is een hoogdoorlaatfilter te zien, vermoedelijk afkomstig van de stereoversterker. Op 63 Hz zit een dip, als gevolg van de impedantiepiek van de woofer. Boven 100 Hz valt het af, wat zou kunnen komen door de hoge zelfinductie. Wel vreemd dat het met minder dan 6 dB / octaaf afvalt.
Binnen het gemeten frequentiebereik is de transfer function al een banddoorlaatfilter. Het laagdoorlaatfilter blijft in ieder geval van 150 Hz - 20 kHz een flauw genoege helling hebben om de fasedraaiing laag te houden. De resonantie op 63 Hz doet geen rare dingen met de fase en kan dus genegeerd worden. In het laag wordt de helling van het hoogdoorlaatfilter helaas al gauw te steil, met bijbehorende fasedraaiing van > 180 graden. Uitpluizen van de service manual van de stereoversterker laat zien dat de dominante hoogdoorlaatfilters op 5, 1 en 1 Hz zitten. Die filters geven samen 180 graden fasedraaiing op 0,85 Hz. Daar is de versterking -23 dB, dus de controller mag een simpele versterker van maximaal 23 dB zijn: Uit even uitproberen blijkt dat het systeem rond 20 dB versterking inderdaad instabiel wordt. Wel grappig om te zien, als je kort een signaal van 1 Hz instuurt blijft de woofer nog een tijdje door wapperen.
23 dB versterking vind ik wat weinig, zeker als daar nog een paar dB marge af moet. Als het hoogdoorlaatfilter van 5 Hz wordt verplaatst naar 20 Hz, mag de controller 10 dB meer versterken voordat de boel instabiel wordt, 33 dB i.p.v. 23 dB: Met stroomsturing meet de woofer als volgt (microfoon op 1 cm van conus): Een bijeffect van stroomsturing is dat de elektrische demping wegvalt, zoals te zien is aan de piek op 65 Hz. Maakt niet uit, mfb lost dat straks op.
