Heb nog iets van oud frum kunnen redden:
6 pagina's waren er meer toen liep alles vast
Interessant artikel. Ik ben toevallig net met iets dergelijks bezig. Bijgaand een schets van vier dezelfde kasten waarbij alleen de plaats van het tussenschot en de opening verschillen. Van links naar rechts: vooraanzicht, transmissie-lijn, bas-reflex, TQWT en een hoorn. Nu vraag ik mij af welk ik het mooiste vind klinken! De toe te passen drivers zijn Scanspeak 18W4531G-00 met een R2904-7000 tweeter. Ik zou ze natuurlijk alle 4 (of eigenlijk 8 voor stereo) kunnen bouwen maar voordat ik aan een dergelijke klus begin was ik benieuwd naar input van anderen
Dingen die ik nodig heb voor de simulatie zijn:
-TL/hoorn/poort lengte
-Volume achterkamer (Geldt hier alleen voor de reflex kast)
-Begin oppervlakte van de TL/hoorn/poort
-Eind oppervlakte van de TL/hoorn/poort
En uiteraard een datascheet van de driver.
De TQWT kan lastig worden, aangezien je een TL/hoorn hebt die uitkomt bij een porrt (dat laatste rechte stukje op de schets). AJhorn kan dit niet simuleren.
Echter kan Hornresp (ander (gratis) hoorn simulatie programma) dit wel, maar ik weet niet hoe nauwkeurig dit zal zijn. Ik kan wellicht een poging wagen!
als je toch bezig bent
simuleer dan ook eens zo'n TL met 2 drivers (kan dat?) op 1/3 en 1/5 van de line (zie dit topic
http://forum.hifi.nl/index.php?act=ST&f ... ab32086645 ),
ben benieuwd of de vlakke respons die deze opstelling zou moeten geven uit de simulatie komt.
http://www.valutronic.se/vh1e.html (WayBackMachine)
hier een TQWT (hoorn/tl ??) speaker heeft qts= 1 !!
terwijl voor TQWT's een Qts rond 0,4 meest gangbaar is?
Hoe vaak kun je zo'n TL vouwen of hangt dat van de Qts van de woofers af !! Met een lage Q 2x of meer en een hoge 1x vouwen
Opmerking aan Henkjan_O Newtronics bouwt TL's met 3 woofers schijnt dat het Transmissionlijngat bij 150 hz dan verdwijnt ( speakers parrallel)!
Och dan heb je nog de Ariel TL van Lynn Olson met 2 woofers in gescheiden tunnels want met 2 woofers in 1 tunnel krijg je een troebele bas (ook bij de Pied Pipers merken sommigen dit op) of heeft dit met de versterkers te maken (stabieliteit en snelheid?)
Ik heb even een "onderzoekje" gedaan naar een vijftal Klang&Ton transmissie lijnen en een viertal Newtronics transmissie lijnen die gebouwd zijn met een constante lijn doorsnede (op eentje na).
Even op een rijtje gezet de verhoudingen tussen de lijn oppervlakte Ld en de konus oppervlakte Sd en de lengte van de lijn t.o.v. de resonantie frequentie fs van de driver(s).
Klang&Ton:
1) Ld = Sd; L = 130cm - fs = 51Hz; 1 woofer aan het begin van de lijn.
2) Ld = 1,16x Sd; L = 210cm - fs = 45Hz; 2 woofers op een derde en een vijfde van de lijn.
3) Ld = 0,9x Sd; L = 159cm - fs = 49Hz; 2 woofers op een derde en een vijfde van de lijn.
4) Ld = 0,9x Sd; L = 150cm - fs = 41Hz; 1 woofer op een derde van de lijn.
5) Ld = 0,9x Sd; L = 182cm - fs = 43Hz; 1 woofer op een derde van de lijn.
Newtronics:
1) Ld = 0,66x Sd; L = 100cm - fs = 61Hz; 2 woofers vanaf het begin van de lijn.
2) Ld = 0,57x Sd; L = 180cm - fs = 39Hz; 2 woofers vanaf het begin van de lijn.
3) Ld = 0,54 tot 0,39x Sd; L = 270cm - fs = 39Hz; 3 woofers vanaf het begin van de lijn.
4) Ld = 0,57x Sd; L = 218cm - fs = 57Hz; 3 woofers vanaf het begin van de lijn.
Bij de Klang&Ton lijnen valt op dat de oppervlakte van de lijn meestal iets kleiner is dan Sd. Verder doen ze maar wat wat betreft de lengte van de lijn. De correctie factor voor demping in de kast zit tussen maximaal 0,71 en minimaal 0,9x de lengte die nodig zou zijn bij een ongedempte lijn. Bij de Newtronics lijnen valt vooral op het feit dat de lijnen eigenlijk een veel te geringe doorsnede hebben als je rekening houdt met het feit dat er 2 of 3 woofers in zitten. De lengte van de lijn heeft een correctie factor van 0,69 tot 1,46!!!!, dus is sommige gevallen is de lijn eigenlijk veel te lang.
http://www.aj-systems.de/sim.htm
Daar zijn wat simulatie te vinden van onder anderen TL's.
De golflengte is 343/Hz
1/4 daarvan 85,75. Dat ligt dicht in de buurt van 77.
Misschien pakt Klang&Ton een standaardwaarde die de Fs waarde in een gesloten box wat meer recht doet (die is iets hoger dan free-air) en stuffing
Je zou eigenlijk eens moeten gaan rekenen of er een vast verband is tussen Fs en Fc waaruit ze die 77 als standaard kunnen trekken.
Zo. Van het weekend aan de gang geweest met een vergelijk tussen de basreflex en de standaard transmissielijn. De bruto inhoud van beide kasten is gelijk, het enige verschil is het tussenschot dat bij de ene recht is en bij de andere schuin. Zou weinig uitmaken, zou je denken. Maar ze klinken toch duidelijk anders: de BR heeft een iets voller laag, de TL klinkt wat minder opgesloten, het laag rolt er wat makkelijker uit. Het grootste verschil zit 'm in het middengebied! Het midden van de TL is een stuk opener en dynamischer, de BR kast heeft een soort loudness effect.
De verschillende hoeveelheid demping komt later. Ik ga in eerste instantie de grove verschillen tussen de verschillende kast soorten proberen waarbij de kast grootte en de hoeveelheid demping in alle gevallen gelijk is. De enige variabele zal dus het tussenschotje zijn
vind die driehoekige opening zo lelijk om te zien hé, hij is nu iets groter qua oppervlak als die driehoek, zo kan ik met een plankje en een lijmklem nog met de opening spelen, maar ik ga hem nog wel driehoek zagen om te vergelijken. Als het laag naar mijn zin is komt er nog 12mm spaanplaat en een laag multiplex of Mdf rondom heel de kast, en daar komt de definitieve opening in
Bij AOS hadden ze er wel een reden voor trouwens:
The triangular transmission line port:
Design Freaks occasionally criticize the triangular opening on our Studio 90 TL as a style break of
the rectilinear theme of the enclosure. The reason for this " style break " is that there is a “attenuation
or suck out” of the line’s frequency response near 120Hz. At the upper point of the line’s resonance (fH)
the diaphragm’s front and rear radiation meet 180° out of phase and are canceled out. Different design
features including the length of the line and the density of the damping determine this fH point.
The triangular port of the Studio 90 TL defines a variable length transmission line over the width of the
loudspeaker. The consequence of this variable length line is that the maximum upper impedance adjusts
fH more broadly and reduces the effect of the 120 Hz suckout.
Ik heb bewust eerst alleen geluisterd om te bepalen welke ik mooier vond en later pas gemeten (wel vind ik het aardig om te zien dat de TL "beter" meet). Ik laat in ieder geval de basreflex variant vallen vanwege zijn "loudness" effect en omdat ik het midden van de TL mooier vind.
Volgende stap is om een sterk taps- toelopende TL te vergelijken met een TL met een constant doorsnede (zoals veelvuldig door Klang&Ton toegepast).
Het gevolg van plaats, type en hoeveelheid dempingsmateriaal ga ik pas als laatste doen als ik heb bepaald welk type kast voor mij het meest geschikt is.
Natuurlijk is het zo dat ik de extreme pieken van de BR zou kunnen verminderen door te spelen met het dempingsmateriaal maar het gaat mij in eerste instantie om de grove verschillen tussen de kast principes.
TL is het minst lineaire bassysteem dat ooit werd ontworpen.
Als je spreekt over een "loudness-effect" bij reflexkasten, heb je kennelijk nog nooit een goede gehoord, die ook correct werd aangestuurd.
Het bereik van goede reflexkasten doet zeker niet onder voor TLs van vergelijkbaar formaat. Integendeel, zelfs.
De muzikale kwaliteit van de TL is geheel te danken aan het geleidelijk aangrijpen van de demping en aan het snel lozen van energie, waardoor na-ijlen wordt voorkomen. Er wordt dus heel weinig energie opgeslagen en vertraagd weer afgegeven. Dit geeft een gevoel van "losheid" en "openheid".
In K&T 98-4 werd uiteengezet hoe het TL-"gat" (door fasetegenstelling tussen woofer en poort) kan worden gedicht: in de TL wordt dan een resonator (reflexkastje) aangebracht.
Zeer aan te bevelen, die uitgave.
Het K&T ontwerp heeft een labyrinth dat niet taps toeloopt.
Bij de frequenties waarin de TL werkt, moet je denken aan een fictieve luchtbel met een doorsnede van enkele meters, die steeds wordt opgeblazen en leeggezogen. (De doorsnede van de luchtbel varieert vanzelfsprekend met de frequentie.)
Hoe minder frictie er optreedt in het blaaspijpje van de luchtbel (het TL-labyrinth), des te beter
De lijn is korter gemaakt omdat ik, ondanks dat ik dat wel wist, op een ander forum gewezen werd op een fenomeen van TL dat ik tot nu toe gelaten had voor wat het was. Dat bestaat uit Fs = !Fc..
Ik ontwierp deze TL even goedbedoeld uit de gedachte dat ik Fs nam en daar de pijp meteen op af heb gemeten. Vanuit een benaderingsgedachte dat de Fs van de woofer 47 Hz was, dus zonder acht te slaan op wat Fs zou zijn in een theoretische kast met de TL vorm, maar dan gesloten (Fc). Dat scheelde wel wat Hz'en, unlike de Raveland opzet voor de DIY contest met o.a. Geenius en Martin HSI (dat was 70 Hz zonder correctie voor gevouwen TL (70 Hz Fs staat tot theoretisch Fc = 83 Hz, wat dus wel goed zou komen met praktische afwijkingen)). Uit de simulatie met Mathcad bleek dat het wel op meer dan 13 Hz verschil uit zou komen waarbij 40 cm inkorten niet eens heel verkeerd zou zijn
. Gemakshalve heb ik het maar tot 20 cm beperkt, omdat de halve speaker al klaar was...
De speaker is een Conrad MS-165. Een woofer uit de midklasse van Conrad destijds, waar een papieren SLG lijn nog steeds leeft, maar de MS serie samen met de Kevlar KL serie allang is opgedoekt. Iig een woofer die serieuze klappen kan maken. Ik ben zeer benieuwd naar het eindresultaat. Een eerste luistertest in een niet al te beste acoustieke omgeving doet mij vermoeden dat de slingering in de curve helemaal niet zo slecht is vergeleken met de Raveland 13cm units.
Bij de vergelijking tussen de bas-reflex variant en de transmissielijn ging mijn persoonlijke voorkeur uit naar de TL. Volgende stap is om te kijken (en luisteren) wat het verschil is tussen een sterk taps toelopende TL en een TL met gelijke doorsnede:
Gehoormatig heeft de tapse-TL een iets strakkere bas, allebei gaan even diep maar de TL met constante doorsnede heeft iets meer volume in het laag ten koste van wat detaillering. Vergelijkbaar met de TL/BR situatie heeft de TL met constante doorsnede een iets opener en meer naar voren gericht midden (met name merkbaar bij acoustische gitaar, percussie en blaasinstrumenten).
TL met constante doorsnede = rood; sterk taps toelopende TL = zwart
De sterk taps toelopende TL vertoont grote overeenkomsten met de gemiddeld toelopende TL. De TL met constante doorsnede heeft veel weg van de BR variant (hoge pieken en dalen i.v.m. staande golven tussen de parallele wanden). Het grote verschil met de BR is echter dat pieken niet hoger zijn dan de tapse TL; bij de BR waren de pieken bijna 10dB luider. Conclusie: de TL met constante doorsnede vind ik lekkerder klinken, de TL met een tapse verloop meet beter,....... interessant.
Dit is nou de grap van dit experiment: wanneer is het een basreflex en wanneer een transmissielijn? Als je kijkt naar een gewone BR met een rechthoekige poort (zoals mijn HATT-MkIII of Intertechnik Sputnik serie) dan heb je een kamer met aansluitend een rechthoekige tunnel. Als je de oppervlakte van de poort vergroot wordt ie automatisch langer als de afstemfrequentie gelijk moet blijven. Als je hem nou zo ver vergroot dat de poort even groot wordt als de voorkamer, heb je dan een BR of een TL?
Links:
http://www.valutronic.se/vh1e.html (WayBackMachine)
http://www.aj-systems.de/sim.htm