Hopelijk valt hetgeen ik hier ga zeggen onder de noemer protocol........
Op gevaar af van het forum geknikkerd te worden:
In die andere thread vroeg Ruud13 mij hoe ik er bij kwam hem op bepaalde vlakken neurotisch te noemen (waarvoor hier bij dezen mijn excuses, het was anders bedoeld dan het wellicht overkomt. Hopelijk verduidelijkt deze post e.e.a).
Daarmee doelde ik oa. op het volgende:
Laat eerst de spelers die worden getest minimaal een uurtje warmlopen. Niet alleen in stand-by of de pauzestand zetten maar ook daadwerkelijk laten afspelen. Dan moeten alle verbindingen zijn gemaakt en de versterker moet aan staan (als er niet geluisterd wordt mag de versterker op bijvoorbeeld tape staan maar wel moet de juiste ingang van de versterker zijn gekozen).
<snip>
Laat een en ander een flink tijdje zo draaien zonder de spelers te stoppen(!) en controleer de output van alle kanalen of ze gelijk zijn. Tijdens het testen moet je dit overigens steeds blijven controleren.
<snip>
De voorzorgen lijken misschien overdreven maar het is de enige manier om afdoende genoeg voor de kwantitatieve verschillen te compenseren. Dat de versterking iets verloopt in de uitgangsversterkers heeft te maken met de voedingspanning die niet 100% constant is bij elke belasting.
Reeds twee maal heb ik gevraagd hoe het mogelijk is dat een uitgangsversterker van een CD speler, opgebouwd met een goede opamp, kan verlopen, als de versterking wordt vastgelegd dmv. twee weerstanden (in een inverterende trap), en de PSRR van een goede opamp op 80 dB of beter ligt.
Dan vraag ik me af wat het nut is van een uur voorgloeien, waarbij de versterker beslist op CD ingang moet blijven staan, en de speler moet spelen en niet op pauze staan.
Daarbij moet de output geregeld gecontroleerd worden op verloop.
Goed.
Dan kan ik deze twee alinea's niet met elkaar rijmen:
Het is trouwens niet noodzakelijk dat links en rechts precies gelijk zijn. Als er verschil tussen zit, mag dat verschil er gerust blijven. Wel moet rechts gelijk zijn aan rechts en hetzelfde geldt voor links. Het handige van alle niveaus precies gelijk maken, is dat je zo niet hoeft te onthouden welk kanaal precies welke spanning moet hebben.
Waarop dan volgt:
De reden waarom de uitgangsniveaus van de cd-spelers zo akelig nauwkeurig dienen te zijn, heeft te maken met het verschijnsel dat ons gehoor bij een vergelijk voor niveauverschillen tussen links en rechts extreem gevoelig is. Het vervelende is bovendien dat een miniem verschil tussen links en rechts ook onmiddellijk een klankverschil introduceert omdat het frequentieverloop en het spreidingsverloop van luidsprekers onvoldoende uniform is.
<snip>
Hoe subtiel dat laatst ligt is makkelijk uit te proberen met ruis (bijvoorbeeld fm-ruis tussen de zenders van een tuner ) dat je op beide luidsprekers zet. Je hoeft dan de balansregelaar maar een fractie te verdraaien om al onmiddellijk verandering in het ruispatroon te horen. Het is dus voor te stellen dat een miniem verschilletje in niveau tussen links en rechts je op het verkeerde been zet voor wat betreft het beoordelen van de kwaliteit.
Dus eventuele verschillen tussen links en rechts zijn niet zo erg, maar een miniem verschilletje kan ons op het verkeerde been zetten........
Right.
De hele klimbim van een uurtje voorgloeien en de versterker vooral niet op een andere ingang zetten tijdens dit voorgloeien vanwege de belastingverschillen is erg belangrijk, maar we mogen er wel rustig een paar potmeters + weerstanden + kabels + connectoren tussen duwen om eventuele niveauverschillen weg te regelen, dat zou dan ineens geen invloed hebben.
OK.
Ik lees nergens iets over de invloed van netspanningsschommelingen, of over eventuele compensatie hiervan.
Tevens zie ik niets over eventuele invloed van de servoschakelingen (stroomopname en RF-instraling op analoog gedeelte), welke wel degelijk hun invloed kunnen hebben op de analoge voedingsspanning, en niet alleen speler-afhankelijk zijn, maar ook tussen identieke spelers kan afwijken, afhankelijk van afregeling en reflectie van de CD.
Overigens ben ik persoonlijk van mening dat deze invloed bij een goed ontwerp verwaarloosbaar kan blijven, maar dit terzijde.
Dan het volgende:
Plaats als er geen veranderingen in de spanning meer optreden zo snel mogelijk de cd’s waarmee je wilt testen en start ze precies gelijk en laat ze voordat je begint naar de cd’s te luisteren minstens 5 minuten draaien. Start de cd precies gelijk op de track waarmee je wilt testen maar gebruik niet de pauzestand (in deze stand staan de meeste uitgangsversterkers uit en is er weer tijd nodig om de versterking constant te krijgen). Meestal als je gelijktijdig de track in afspelende toestand kiest, starten de spelers ook bij benadering gelijk.
Dat is helemaal de uitsmijter.
In eerdere tests ( zie oa.
www.pcabx.com ) is gebleken dat timingverschillen van 1 mS reeds voldoende kunnen zijn om twee signalen van elkaar te kunnen onderscheiden.
Nu wil Ruud de twee spelers onder test met het handje starten.
Erg knap als dat je binnen 1 mS lukt, ik durf zulks niet te beweren.
En dat mag dan weer niet vanuit de pauzestand, want stel dat de versterkingsfactoren van deuitgangsversterkers intussen iets verlopen...
(wat ten enen male onmogelijk is omdat de pauzestand slechts de muting inschakelt, wat volkomen los staat van de uitgangsversterkers).
Sterker nog, in de pauzestand wordt de CD nog wel rondgedraaid en zijn tracking en focus in werking, wat dus het meest overeenkomt met de speler in werking.
Waarbij nog komt dat geen twee clockoscillators gelijk zijn, zowel in absolute waarde als in verloop, zodat het vooraf laten draaien nog niet zo'n heel goed idee is.
Enfin, naar mijn mening is dit protocol dus niet waterdicht, en dat bedoelde ik dus met mijn (toegegeven, ongelukkig geformuleerde stelling) dat op bepaalde zaken welhaast neurotisch de nadruk wordt gelegd, terwijl andere belangrijke zaken onbelicht of verwaarloosd blijven.
Om nu niet helemaal als negativo over te komen, zal ik een alternatief aandragen.
Een betere methode zou kunnen zijn om de twee spelers elk op twee sporen digitaal op te nemen, deze sporen te editen op correcte en gelijke amplitude en start tijd, en deze vervolgens afspelen en omschakelen.
Voordeel: geen afhankelijkheid meer van menselijke factoren en invloeden van extra onderdelen in het analoge domein.
Daarbij komt dan nog het voordeel dat alle zaken die twee spelers afwijkend kunnen maken, meegewogen worden, terwijl de zo belangrijke amplitude- en starttijd verschillen genivelleerd worden.
Dan nog is een ABX-protocol zinvoller dan een AB-vergelijk, naar mijn mening, maar dat ook weer terzijde.
Sorry voor de lange post en het wellicht gepeperde taalgebruik, gevolg van mijn frustratie met slecht uitgevoerde testen en de eventueel incorrecte conclusies die daaruit worden getrokken.