Re: Mijn Bill.
Geplaatst: vr 14 jul 2017, 21:09
Hierbij even een uitleg waarom ik denk dat het met Bill in een kast wel goed komt.
Ik weet niet of dit jullie gerust zal stellen, maar ik heb er nog alle vertrouwen in.
Ik heb een tweetal tekeningen gemaakt waarop twee verschillende situaties staan afgebeeld m.b.t. de versterker. De eerste situatie is wanneer de kast ongewijzigd blijft. De tweede als er een "schoorsteen" aan de achterzijde van de kast wordt gemaakt.
Bij situatie 1 zie je een probleem ontstaan doordat er twee tegengestelde luchtstromen zijn. De toegevoerde koele ventilatielucht wordt door de buizen direct opgewarmd en omhoog gestuwd en heeft eigenlijk geen andere mogelijkheid dan weer aan de voorzijde uit de kast te stromen. Het is dan ook aannemelijk dat deze lucht slechts met moeite het achterste deel van de versterker bereikt. De luchtcirculatie vind voornamelijk voorin de kast plaats. Warmteophoping binnen de kast is dan onvermijdelijk.
Bij situatie 2 wordt door de schoorsteen en de warme lucht trek gegenereerd waardoor koele ventilatielucht aan de voorzijde wordt aangezogen. Direct bij het inschakelen van de versterker zal dit proces wat moeizaam op gang komen, maar naarmate de boel opwarmt zal de luchtstroom richting en door de schoorsteen steeds krachtiger worden. Doordat we hier een eenzijdige luchtstroom hebben, ontstaat er minder turbulentie, is de weerstand lager, en doordat de schoorsteen aan de achterzijde zit wordt de lucht automatisch tot achter in de kast meegenomen. Ophoping van warmte in de kast zal slechts minimaal of geheel niet plaatsvinden.
Alles valt of staat echter wel met het juiste ontwerp van de schoorsteen.
De interne weerstand moet zo laag mogelijk zijn.
Beide situaties kunnen ook worden vergeleken met een open haard. Als de schoorsteen van een open haard wordt afgedicht met een klep, zal het vuur door de verminderde toestroom van lucht niet hoog oplaaien of zelfs doven. Ook hier zal de circulatie van lucht voornamelijk aan de voorzijde van de vuurhaard plaatsvinden en moeizaam of geheel niet het achterste deel bereiken waardoor het vuur verstikt.
Bij het openen van dezelfde klep komt de natuurlijke trek en daarmee de toevoer van verbrandingslucht op gang, en zal het vuur oplaaien.
Ik ga dit nog eens testen met een verkleinde opstelling waarin ik een kaars of gloeilamp als warmtebron gebruik.
Ik weet niet of dit jullie gerust zal stellen, maar ik heb er nog alle vertrouwen in.
Ik heb een tweetal tekeningen gemaakt waarop twee verschillende situaties staan afgebeeld m.b.t. de versterker. De eerste situatie is wanneer de kast ongewijzigd blijft. De tweede als er een "schoorsteen" aan de achterzijde van de kast wordt gemaakt.
Bij situatie 1 zie je een probleem ontstaan doordat er twee tegengestelde luchtstromen zijn. De toegevoerde koele ventilatielucht wordt door de buizen direct opgewarmd en omhoog gestuwd en heeft eigenlijk geen andere mogelijkheid dan weer aan de voorzijde uit de kast te stromen. Het is dan ook aannemelijk dat deze lucht slechts met moeite het achterste deel van de versterker bereikt. De luchtcirculatie vind voornamelijk voorin de kast plaats. Warmteophoping binnen de kast is dan onvermijdelijk.
Bij situatie 2 wordt door de schoorsteen en de warme lucht trek gegenereerd waardoor koele ventilatielucht aan de voorzijde wordt aangezogen. Direct bij het inschakelen van de versterker zal dit proces wat moeizaam op gang komen, maar naarmate de boel opwarmt zal de luchtstroom richting en door de schoorsteen steeds krachtiger worden. Doordat we hier een eenzijdige luchtstroom hebben, ontstaat er minder turbulentie, is de weerstand lager, en doordat de schoorsteen aan de achterzijde zit wordt de lucht automatisch tot achter in de kast meegenomen. Ophoping van warmte in de kast zal slechts minimaal of geheel niet plaatsvinden.
Alles valt of staat echter wel met het juiste ontwerp van de schoorsteen.
De interne weerstand moet zo laag mogelijk zijn.
Beide situaties kunnen ook worden vergeleken met een open haard. Als de schoorsteen van een open haard wordt afgedicht met een klep, zal het vuur door de verminderde toestroom van lucht niet hoog oplaaien of zelfs doven. Ook hier zal de circulatie van lucht voornamelijk aan de voorzijde van de vuurhaard plaatsvinden en moeizaam of geheel niet het achterste deel bereiken waardoor het vuur verstikt.
Bij het openen van dezelfde klep komt de natuurlijke trek en daarmee de toevoer van verbrandingslucht op gang, en zal het vuur oplaaien.
Ik ga dit nog eens testen met een verkleinde opstelling waarin ik een kaars of gloeilamp als warmtebron gebruik.