Een lab-voeding geeft toch gelijkspanning

uit het stopkontakt komt tenminste 50Hz wisselstroom.
Dat ik het zo voorstel is om te meten met spanningen die meer in de buurt komen van wat er in de versterker op komt.
Daar komen pieken tot 500V tussen de anodes voor en met op het net aansluiten max.320V.Ook heb ik slechte ervaring met de precisie van wisselspanningsmeters bij kleine spanningen.
Onbelast heeft de trafo niks te doen en verbrand niet dus een weerstand is niet nodig.
De spanningen die je opsomt,zou best kunnen,maar klopt het wel met die trafo
B+_A1 moet gelijk zijn aan B+_A2 ,hetzelfde geldt voor B+_G1 en B+_G2.
Met die waardes is uit te rekenen op hoeveel % de g2-tap zit.Als je dan ook meet wat er uit de LS-wikkeling komt(ik denk rond 10 a 12V) is de Raa te berekenen.Dat is van belang voor de instelling van de eindbuizen.
Misschien best eerst nazien of de aansluitingen inderdaad die zijn zoals gedacht.Met een ohmmeter,bereik 1K ohm,moet de weerstand van A1 naar A2 de grootste zijn die je tussen de aansluitingen kunt vinden.
Ook nazien of de juiste tap bij de juiste A-aansluiting hoort,zodat je achteraf niet de g2 van de ene buis op de tap van de ander aansluit.Die met de laagste weerstand vanuit A hoort daarbij.
Anne