Tja, wat zullen we zeggen over de verschillen in prijsopbouw tussen kant-en-klare luidsprekers en zelfbouw exemplaren.
Hoewel de duurste luidsprekers in de markt een grote gelijkenis vertonen met
Veblengoederen, ga ik in het verdere verhaal er toch van uit dat ook hier een sterke relatie bestaat tussen kostprijs en verkoopprijs.
Laten we als eerste op een rijtje zetten met welke kosten de fabrikant te maken heeft.
Als eerste de variabele kosten:
1. de materiaalkosten van de drivers, filtermaterialen en kastmaterialen voor zover deze in eigen beheer worden gebouwd;
2. de directe arbeidskosten verbonden aan de luidspreker;
3. vervoerskosten;
4. de kosten voor de vervaarding van het product, voor zover dit uitbesteed wordt.
Dan de vaste (constante) kosten:
1. de gebouwen, installaties e.d. die benodigd zijn voor de fabricage en afwerking van de luidspreker, voor zover dit in eigen beheer wordt
uitgevoerd;
2. Indirecte arbeidskosten
3. de ontwikkel kosten voor de luidspreker;
4. De reclamekosten, die verbonden zijn aan de naamsbekendheid van het merk.(kan ook als opslag).
Dan zijn er kosten, die in het algemeen als opslag over de gezamenlijke variabele- en vaste koste genomen worden. Dit kunnen o.a. zijn :
1. kosten van reclame voor de specifieke luidspreker, zowel in de verschillende media als bijvoorbeeld de kosten van beurspresentaties;
2. de vergoeding voor exporteurs en dealers;
3. de kosten voor wat ik maar nazorg zal noemen, zoals kosten verbonden met garantie, reparatie en terugname;
4. Als laatste tenslotte de winstopslag, waarin in deze opstelling ook de arbeidsvergoeding van de eigenaar/fabrikant begrepen is.
Hoe komt nu verder de kostprijs tot stand ?
De simpele formule is de volgende : C/N + V/W
Hierbij is C de constante kosten, N de verwachte normale productie, V is de variabele kosten en W de werkelijke produktie. Sommige opslagen kunnen in C en V begrepen worden. In deze opstelling is het niet echt handig.
Over het eerste gedeelte van de formule ofwel C/N.
De kosten hierin zijn vastgelegd over een (middel)lange termijn. De kosten per stuk worden dus alleen bepaald door het aantal te verkopen luidsprekers. Duidelijk wordt wel dat als het grote tot zeer grote aantallen worden, de prijs van de luidspreker voor een flink gedeelte bepaald wordt door de variabele kosten.
Theoretisch is V/W een constante, echter bij grote aantallen zullen de kosten van inkoop van materialen, de vervaardiging door derden als wellicht het vervoer, door kortingen bij vervoerscombinaties duidelijk lager zijn als bij een kleiner volume.
De opslagen zijn verder een percentage over het voorgaand bepaalde bedrag. Dit zijn (met name wat de verkoopkosten betreft) geen lage percentages!
Met welke kosten hebben we nu te maken bij zelfbouw?
Van de variabele kosten de materiaal- en afwerkingskosten van derden (bijvoorbeeld de kosten van een professionele spuiter).
Van de vaste kosten de gereedschappen en meetapparatuur.
An de gereedschappen is een gemiddelde afschrijvingstermijn van ca. 7 á 8 jaar niet onrealistisch.
De aanschafprijs wordt dus gedeeld door 8 om de kosten per jaar te van de verkrijgen. Daarenboven worden bepaalde apparaten ook nog voor ander doeleinden gebruikt. Dan kan slechts een percentage van de jaarafschrijving aan de luidsprekerbouw toegedeeld worden.
De meetapparatuur gaat ook meerdere jaren mee en ook hier is en afschrijvingstermijn van 7 á 8 jaar niet verkeerd. Hiervan moet wel de jaarafschrijving als totaal aan de luidsprekerbouw worden toegeschreven.
Hier blijkt wel uit dat als om de bouw van éen luidsprekerpaar komt, de totale kosten voor meetapparatuur in keer afgeschreven moet worden. Dit werkt flink kostenverhogend!
Wat betekent dit nu in het algemeen voor de prijsstelling van fabrieksluidsprekers? Een lage prijs kan alleen bereikt worden door aantallen, aantallen en nog eens aantallen. Ik schat zelf in dat fabrieksluidsprekers van € 250 á € 300 (over het algemeen!) qua prijs lager zijn dan zelfbouwcreaties.
Bij zelfbouwluidsprekers hebben we met een overgroot gedeelte van de kostenkategorien niets te maken. Wel zullen de zelfbouwers zich moeten concentreren op de middelhoge tot hoge prijscategorie om het volle voordeel van zelfbouw te kunnen realiseren. Een ander voordeel van zelfbouw is de mogelijkheid om kasten waar normaal flinke arbeidskosten in verdisconteerd zijn (zoals transmissionlines e.d.) ook al bij lagere prijsklasse gunstiger te vervaardigen.
Er valt natuurlijk nog wel wat meer over te zeggen, maar voorlopig lijkt me het voorgaande wel voldoende..
Groet,
Aat