PA4URK schreef:Ik heb één centraal massapunt, namelijk daar waar ook de getwiste gloeidraden aan het soldeersteuntje zitten. Ik heb dus eigenlijk geen steraarde maar daartoe dient uiteindelijk die middelste soldeerlip die aan massa ligt. Daar vandaan vertrekt de massadraad het hoekje om naar de voedingscondensators. Daaraan heb ik ook de twee massadiodes van de HS gesoldeerd zoals op de foto te zien is.
Je doet 't weer, een aftakking binnen de voeding naar buiten

.De voeding is één geheel zonder verbindingen naar de versterker behalve vanuit de C na de smoorspoel.
Gloei-midden aan chassis kan, maar niet de voeding.De min-voeding van de versterker komt pas aan 't chassis bij de ingang, evt via een weerstand (100Ω ofzo met bijv 10...100nF erover).
Ik heb het tijdens de bouw van de TT22 destijds ook zo gedaan maar op een bepaald moment heb ik toen die massadraad door geknipt en twee afzonderlijke massa's gecreëerd, eentje alleen voor de voeding en eentje alleen voor de versterker. Maar dat maakte toen qua brom eigenlijk niks uit.
Het wil wel 's meevallen, wat geluk mag ook wel een keer.
Vraagje vrienden: Kan ik de min van de LS uitgangen willekeurig aan het chassis vastmaken of toch maar aan die getwiste centrale massadraad op de foto?

- 0-UGT.png (192.75 KiB) 539 keer bekeken
Vergeef het me maar als ik het dus nog steeds niet lijk te begrijpen, maar de 0 en de 8 Ohm heb ik keurig gesoldeerd aan de LS-uitgangen, vanaf de 0 heb ik extra nog twee draden om ergens aan massa te leggen zoals ik altijd geleerd heb.
De 0 en 8Ω naar de LS.Die 0 van de UGT is ook het massapunt van de eindversterker (kathode zit aan de 8Ω) en moet dus aan de massadraad.
Anne