Eerst was er de oorsprongkelijke manier waarde naam vermoedelijk vandaan komt,voedingen en buizen in een kring met de LS(trafo) ertussen.Ook met hoogohmige LS-ers,maar dan moet er wel met twee weerstanden een middelpunt gemaakt.
Als je de onderste buis en voeding van plaats verwisselt (ze staan per slot gewoon in serie) krijg je een seriebalans.Daar is dan wel het referentiepunt (massa) van plaats veranderd.Gevolg is dat de twee buizen niet meer dezelfde,in tegenfase,signaalsterkte aangeboden moeten krijgen.Bij de circlotron was dat de halve uitgangsspanning+nog wat voor de buis.Bij de seriebalans krijgt de bovenste de hele uitgangsspanning aangeboden+nogwat en de onderste alleen dat nogwat.
Met transistor vat 't zelfde te doen waarbij de keuze van het referentiepunt enkel de manier van voeden veranderd.
Wat met buizen niet kan,zou een buis met positronen moeten hebben,gaat wel met transistors.Door de onderste tor een P-vesie te nemen wordt de sturing voor beide gelijk en weer de volledige uitgangsspanning+nog een klein beetje.
En nu de grap,als je het referentiepunt niet bij de voeding maar tussen de transistors legt heb je weer een zwevende voeding en een sturing zonder de uitgangsspanning er bovenop.Kan makkelijk uit een laagspanningsvoorversterker komen.
Omdat ook de LS nu weer aan een kant aan de massa ligt kan er vanuit de andere kant eenvoudig een tegenkoppeling teruggevoerd worden.
Als het schema van een versterker op deze manier er een beetje op lijkt en m'n vingers geen blaren hebben gekregen
zal ik die hier wel vertonen
Anne
