Even in 't kort hoe het zit met de instelling van die fasedraaier,lang wordt saai

.
Om de invloed van de lekweerstanden van de volgende (eind)trap klein te houden,de anode- en kathode-weerstand niet te groot kiezen.Die komen // te staan en vergroten de belasting zonder gelijkstroom te vergroten,loopt de boel eerder vast.
Je mag die weerstanden ook niet te klein kiezen anders loop je eerder vast tegen de laagste spanning bij -Vg in de buurt van -1V.Dichter naar nul leidt naar roosterstroom,daar houdt de vorige trap niet van.
Als tussenoplossing voor 33k gekozen.Dan moet er in de Ia-Va een lijn voor 66k getrokken (zoveel zit tussen buis en voeding.Voor die lijn kennen we twee makelijke punten,geen stroom voeding (370V) op de buis en als de spanning op de buis 0V is staat 370V over de 2x33k,geeft een stroom van 370/66=5,6mA.De grafiek gaat niet tot 370V

,geen nood,halfweg is 370/2 en 5,6/2 die is wel te vinden.
De EL34 heeft iets van 35Vt sturing nodig,die moet over de 33k kunnen,in de grafiek heb je dan 2x35V (over 66k) ruimte nodig.Met goed 100V aan de kathode,dus over 33k, krijg je een instelpunt bij 3,3mA.Blijkt over de buis dan 140V te staan die kan zakken tot 40V voordat er roosterstroom dreigt.Geeft 140-40=100Vt en daarmee 50Vt per uitgang,ruim boven de nodige 35Vt.Naar de andere kant om de spanning 50V kunnen laten zakken,dat is de stroom halveren van 3,3 naar 1,65mA,is er geen hindernis.
Er is nog een mogelijke beperking.Om te zakken naar 40V moet de anode van de vorige buis nog dieper kunnen gaan.
Dat is dan het nut van een penthode daar,die kan dat makkelijk.
Anne