Heel kort gezegd komt het op het volgende neer:
http://soundhobby.com/measurementsystem.htm
Lees ook dit:
http://www.stereophile.com/features/99/index.html
Om eerlijk te zeggen vat bovenstaande het lang niet allemaal samen. Het is allemaal best complex en voordat je iets nuttigs (IMHO) kan zeggen over de dingen die je meet moet je aardig wat geëxperimenteerd hebben en veel anderen volgen. Zelf heb ik ook verre van de waarheid in pacht maar ik kan je wel een aantal punten geven waar je op (erg) moet letten:
- Weten wat je meet!
Akoestisch metingen:
Grofweg 4 soorten:
- Frequentieresponse (met kamerinvloeden): Nuttig om te kijken hoe de speaker zich op/in de betreffende plek/kamer gedraagt.
- Impulsresponse -> freq.response met een bepaalde window. Zorgt ervoor dat je kamerinvloeden minimaliseert en alleen de 'driver + kast' meet. De bedoeling is dat je de eerste marker voor de 'rise van de puls' zet en de tweede marker voor de eerste reflectie(vloer bv). De tijd hiertussen is je 'meetwindow', en bepaald in hoeverre (tijd) je lage tonen nog kunt meten. Een speciale meetruimte zorgt ervoor dat de eerste reflectie zeer lang duurt en je dus ook beneden pakweg 300 hertz goed kunt meten.
- Waterval diagram: Geeft aan hoe snel een driver 'teruggaat naar zijn 0 positie' bij een bepaalde frequentie. Uitgezet in een 3d plaatje. Een 'kam' duid op een resonantie, kan zowel aan de driver/filter als aan de kast liggen (demping).
- Vervorming/distortion: Meet in hoeverre de driver vervormd. Zie:
http://www.linkwitzlab.com/mid_dist.htm. Zeer afhankelijk van meetcondities.
Andere dingen waar je op moet/kunt letten:
Bij gebruik van bijvoorbeeld een basreflexpoort een zogenaamde 'nearfield' meting moet doen bij zowel de woofer als de poort en deze moet samenvoegen.
Fase: Als je een filter wilt gaan simuleren/bouwen moet je dit doen op basis van gemeten fase. Deze fase is gekoppeld aan je frequentieresponse en geeft de fasedraaiing van je driver aan. Je meet de fase van een systeem op een bepaald vast punt (microfoon). Bijvoorbeeld op 1 meter afstand tussen de as van de woofer/tweeter. Door je microfoon niet te verplaatsten en achtereenvolgens de tweeter en woofer te meten kun je de relatieve fase tussen de twee drivers meten. Ook neem je hiermee de 'offset' tussen de akoestische centra van de drivers mee. Om een juiste overgang van het scheidingsfilter te simuleren/meten is dit bijzonder essentieel.
Waar je verder aan moet denken:
- Level: zorg voor een gecallibreerde dB meting en repeteerbare gainsettings in de keten. Zo kun je levels tussen verschillende metingen vergelijken.
- Meetkamer: weinig reflecties op een zo groot mogelijke afstand = grotere meetwindow = meer detaillering en laag in de meting
- Een berg andere dingen
Impedantie:
- Vanzelfsprekend verschil tussen in uit behuizing, hou hier rekening mee als je gaat simuleren!
- Controleer/kalibreer altijd even, kost weinig moeite.