| Basreflex behuizingen |
|
|
|
| Geschreven door Edo | |
| Tuesday, 21 September 2004 | |
|
Een grafiek van een basreflex behuizing ziet eruit als een 24dB/octaaf hoogdoorlaatfilter. Dit type behuizing heeft ten opzichte van de hierboven beschreven gesloten behuizing een aantal leuke eigenschappen. Zo is de Xmax of membraanuitwijking rond de resonantiefrequentie van het geheel klein. Wat weer als voordeel heeft dat de vervorming afneemt en de maximale belastbaarheid toeneemt. Dan gaat de grensfrequentie omlaag en het rendement wordt hoger. Nadeel van deze behuizing is dat hij gevoeliger is voor foutjes. Foutieve berekeningen, verkeerde parameters maken hem wat lastiger bouwen c.q. ontwerpen. Zeker als je nog niet zoveel ervaring hebt en je wil een systeem zelf gaan samenstellen en ontwikkelen is een gesloten behuizing meer aan te raden. Het impulsgedrag van een basreflexbehuizing is ook minder goed dan van een gesloten behuizing.
Basreflexbehuizingen zonder elektronische correctie met een vlakke weergavekarakterestiek kunnen we onderverdelen in verschillende afstemmingen. De meest gebruikte zijn de SSB4, oftewel "SuperBoomBox", SC4, een 4e orde Chebychev model en Quasi-derde-orde afstemming, QB3.
De SBB4 afstemming wordt gekenmerkt door een wat grotere kast, lage afstemfrequentie en een goede impulsweergave. De SC4 afstemming komt bijna overeen met de SBB4 afstemming, maar met een iets minder goed impulsgedrag. De QB3 afstemming komt het meeste voor vanwege de kleinere kast met toch een lagere f3. Klein nadeel is weer de wat mindere impulsweergave. Hieronder zie je de drie in wat grafieken weergegeven. (sorry voor de wat onduidelijke grafieken, ging wat mis in Photoshop. Komen binnenkort nieuwe voor in de plaats)
SPL
Impedantie
Groepsvertraging
De f3 van de drie afstemmingen in dit voorbeeld is voor SBB4 90,6Hz, voor SC4 85,8Hz en voor QB3 82,2Hz
De gebruikte tunnel (basreflexbuizen) kun je in verschillende vormen en maten krijgen of maken. Als je zeker van je zaak bent kun je hem vierkant maken, van hout bijvoorbeeld. Alleen fine-tunen is dan wel erg lastig. Je kan ook een tunnel speciaal voor dit doel kopen, of je gebruikt een gewone PVC-pijp. Wekt prima, al is de echte gekochte BR-pijp vaak wat afgerond wat een beter luchtstroom en dus minder poortruis veroorzaakt. Bij de gewone PVC-pijp is dit ook te doen door middel van een 6 mm dikke afwerplaat van bijvoorbeeld MDF over de ingebouwde pijp te plaatsen en met een bovenfrees wat rond te maken. Hieronder zie je een voorbeeld.
De kast is van dik (18 of 22 mm) MDF met daarin de vastgelijmde PVC-pijp. Over alles dan de dunne laag MDF en afronden met de frees. Wel even goed aftekenen want ging bij mij ook een keer mis.
Bij het plaatsen van een tunnel hou er rekening mee dat er voldoende afstand van de achterwand wordt gehouden. Een minimale afstand is 7,5 cm. Lukt dit niet door de kleine kast of lange pijp, maak dan een knik in de pijp. Maar pas op met te lange pijpen. Er kan daardoor veel poortruis of ongewenste resonantie in de pijp optreden. (orgelpijp idee). De basreflexpijp kan ook achter in de behuizing geplaatst worden. Hierdoor verandert de laagweergave lichtelijk, maar eventuele bijgeluiden zoals poortruis worden minder hoorbaar. Dit alles is natuurlijk erg afhankelijk waar de speaker is opgesteld.
Een variant op de basreflexbehuizing is de behuizing met een passief membraan. Het gebruik hiervan kent een paar leuke voordelen. Zo ben je af van poortruis en eventuele reflecties in de poort, het is makkelijker afstemmen en vooral in gebruik bij subwoofers met een kleine kast wil de basreflextunnel nog wel eens erg lang worden. Heb je met zo'n membraan geen last van. Nadeel is er ook natuurlijk. Het impulsgedrag is minder, ze hebben een iets hogere grensfrequentie en grotere kastverliezen.
Voorbeeld van passief membraan
Bron: Luidspreker-meettechniek (J. D'Appolito), Michael Ebner, Luidsprekerkasten ontwerpen (Vance Dickason), diverse internetsites |
|
| Bijgewerkt op ( Thursday, 23 September 2004 ) |
| < Vorige | Volgende > |
|---|