WAAROM ZELF LUIDSPREKERS BOUWEN
De belangstelling voor zelfbouwluidsprekers groeit nog steeds. Er is een voortdurende instroom van nieuwe ontwerpen. Er zijn zelfs luidsprekerfabrikanten die grotendeels bestaan van de zelfbouwmarkt.
Van waar dit succes ?
Steeds meer mensen ontdekken dat je met goed materiaal ( bouwpakket ! ) weinig of niets van luidsprekertechniek hoeft te weten om met succes je eigen luidspreker te bouwen. Dat je met een goede luidspreker meer geniet van je favoriete muziek. En meer voldoening.
Wie zijn home stereo wil opwaarderen met een paar goede luidsprekers komt bij oriëntatie al snel tot de ontdekking dat echt goed klinkende luidsprekers bepaald niet goedkoop zijn. Hoe duurder de luidspreker, hoe groter het verschil in prijs tussen de complete kast en de kostprijs van de toegepaste componenten. De kast plus de kosten van de assemblage vertegenwoordigen een groot deel van de prijs van de complete kast. Hoe groter en complexer de kast, hoe groter dit aandeel.
Hier ligt dan ook duidelijk één van de voordelen van zelfbouw. De tijd die een zelfbouwer in het karwei steekt werkt niet kostenverhogend. In de lagere prijsklassen ligt het voordeel vooral in een betere geluidskwaliteit door de toepassing van goede componenten. Een groot voordeel is de mogelijkheid tot het maken van een eigen design en de vorm en afwerking aan te passen aan eigen smaak en interieur.
Hoe moeilijk is zelfbouw en kan iedereen dat ?
Wie maar een beetje handig is en de tijd neemt om een bouwbeschrijving van een bouwpakket te bestuderen kan een goede luidspreker bouwen. De meeste audio-zelfbouwzaken zullen desgevraagd u van meer informatie voorzien.
Voor wie een eigen samenstelling bij elkaar wenst te zoeken is het een beetje moeilijker. Dan is het de kunst om een juiste keuze aan componenten te maken. Belangrijk is dan eerst testgegevens van de gewenste speakerunits te vinden, alvorens iets te kopen.
Het nabouwen van in tijdschriften gepubliceerde ontwerpen is ook een mogelijkheid. Het is echter altijd afwachten hoe de creatie uiteindelijk klinkt in de luisterruimte thuis met de versterker en geluidsbron die u gebruikt.
Maar kunnen lijmen, solderen en afwerken is in alle gevallen iets dat u zult moeten leren. Ook het ter beschikking hebben van gereedschappen is wel handig.
De diverse kastprincipes.
Het kastprincipe is uitsluitend werkzaam voor de basweergave. De drie belangrijkste kastvormen zijn de gesloten kast of wel de akoestische box ( AB ); de basreflexkast ( BR ) en het labyrint of transmission-line ( TL ).
Voorts zijn er nog de hoorn, de back-loaded hoorn en de Karlson kast.
Deze laatste zijn meestal nogal fors van formaat.
Het doel van welke kast dan ook is het voorkomen van akoestische kortsluiting, d.w.z. dat de geluidstrillingen die door de voorzijde van de luidspreker worden geproduceerd, geïsoleerd worden van het geluid aan de achterzijde van de conus. De voor- en achterkant van een luidspreker produceren namelijk een identiek geluid. Met één verschil, beide signalen hebben een faseverschil van 180* d.w.z. dat zij in tegenfase zijn. Geluiden die in tegenfase zijn heffen elkaar volkomen op. Om dit te voorkomen is een kast of een groot klankscherm nodig.
De akoestische box ook wel AB genoemd.
Deze eenvoudige box is simpel te berekenen en te bouwen en kan eenvoudig niet mislukken. Ook hoeft er niets aan afgeregeld te worden. Het is een gesloten en luchtdichte kast waardoor de eigenschappen overeenkomen met die van een oneindig groot klankbord. De werking berust op de veerkracht van het ingesloten luchtvolume. Daarom dient een AB dan ook absoluut luchtdicht te zijn. Zelfs een klein lekje kan de weergave grondig verpesten. De grootte van de kast wordt bepaald door de eigenschappen van de woofer en de gewenste basweergave. Met een kleine kastinhoud worden de belastbaarheid, de resonantiefrequentie ( fs ) en de Q factor hoger. Met een grotere kast wordt het basbereik groter en fs en de Q factor lager. Beneden fs valt de basweergave af met 12 decibel ( dB ) per octaaf.
Zie ook op de homepage het artikel gesloten behuizingen.
Het basreflex principe ofwel de BR.
De basreflex is meestal aan de voorzijde voorzien van een opening met een pijp naar binnen. De kastgrootte, de pijplengte en de pijpdiameter dienen nauwkeurig berekend te worden en op elkaar en de toegepaste woofer afgestemd te zijn. De vorm van de pijp is niet belangrijk, deze mag zowel rond als rechthoekig zijn. De basweergave heeft een wat hoger rendement dan van de AB en loopt wat verder door. Heeft een “vollere” basweergave wat vooral goed waarneembaar is bij een laag geluidsvolume.
De werking berust op resonanties die echter wel goed in de hand gehouden dienen te worden.
De BR heeft zich niet geheel ten onrechte een minder goede faam verworven door de goedkope fabriekskastjes die een “boembas” produceren. Wij bedoelen het soort kastjes dat meestal bijna cadeau wordt gegeven bij aankoop van een stereotoren. Die boembas vindt meestal zijn oorzaak in de te kleine magneet van de woofer, technisch gesproken met een te hoge Q factor en door de toepassing van te dunne kastwanden, waardoor deze gaan mee resoneren. Een goed berekende kast voor de juiste luidspreker kan echter een uitstekende basweergave produceren. De berekening is echter minder simpel en de inmiddels klassieke methode hiervoor is ontwikkeld door Thiele & Small. Ook hier zullen nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden om een kast te berekenen.
De bouw van de kast is net zo eenvoudig als van de AB. In tegenstelling tot wat men zou denken dient ook de BR goed luchtdicht te zijn en van stevig materiaal gebouwd te worden, zodat de kastwanden niet kunnen meetrillen.
Zie ook het artikel over de BR elders op deze forumsite.
Het labyrinth principe of TL.
De meer populaire benaming hiervoor is “Transmission-line” Dit is eveneens een open systeem, voorzien van een baskamer met daarop aansluitend een taps toelopend kanaal, dat uitmond in een poort. Teneinde de kastgrootte aanvaardbaar te houden wordt het kanaal enkele malen gevouwen en vormt zodoende een labyrint.
De lengte van het kanaal dient ¼ golflengte van de grondfrequentie te zijn. Het labyrint dient te worden voorzien van dempingmateriaal om resonanties te voorkomen en de luchtsnelheid en de resonantiefrequentie te verlagen.
Het grote voordeel van de TL is een ver doorlopend basbereik; de bassen zijn losser en minder drukkend, met weinig vervorming en vrij van resonanties. De TL is ook minder gevoelig voor eventuele minder goede akoestische eigenschappen van de luisterruimte. De bouw is uiteraard bewerkelijker maar het resultaat is de moeite ruimschoots waard.
Zie ook het artikel over de TL elders op deze forumsite.
Het bouwen van kasten.
U moet beslist niet denken dat een luidsprekerkast een soort “klankkast” is.
In tegenstelling tot bv. een vioolkast mag een luidsprekerkast letterlijk niets uit “eigener beweging” aan het geluid toevoegen. Meetrillende kastwanden geven ongewenste kleuring aan het geluid. Een kast is pas voor 100% goed wanneer het geluid uitsluitend door de luidsprekers wordt geproduceerd.
Het kastmateriaal.
Het klassieke en algemeen toegepaste materiaal was 18mm spaanplaat met een persing van 650. Spaanplaat kan nog steeds wel worden gebruikt, maar wordt voor de zelfbouw vrijwel geheel verdrongen door het duurdere maar veel betere MDF plaat. MDF is fijner van structuur, harder, gladder en zwaarder dan spaanplaat. MDF is dan ook makkelijker te verwerken en af te werken. De akoestische eigenschappen zijn ongeveer gelijk aan die van spaanplaat, de Q factor is een fractie hoger. Ook kan multiplex of hechthout worden toegepast. Men moet dan wel een goede, ( water ) vaste kwaliteit nemen. De geluidskwaliteit van een kast met hechthout is niet beter dan die van een kast van MDF. De Q factor en dus de kleuring van hechthout is iets hoger dan die van MDF plaat.
Hoe dikker het kastmateriaal hoe beter, althans binnen zekere grenzen. Voor kleine kasten is een dikte van 18 mm voldoende, voor grotere kasten kan een dikte van 22 mm of 25 mm toegepast worden. Ook kan een dikte van 18 mm gecombineerd worden met 25 mm b.v. voor de zijwanden. Indien u dikker materiaal toepast dient u de binnenafmetingen van de kast ongewijzigd te laten.
Voor een goed stereobeeld is het noodzakelijk dat zowel de kasten als de luidsprekers precies gelijk zijn aan elkaar.
Het kastvolume is uitsluitend bestemd voor de woofer. Bij een meerwegsysteem dienen de overige luidsprekers luchtdicht afgesloten te zijn t.o.v. het kastvolume. Dit is bij vrijwel alle tweeters het geval. Een open middentoner dient voorzien te worden van een luchtdichte behuizing van ca 3 liter of meer.
Demping
Iedere luidsprekerkast dient aan de binnenzijde voorzien te worden van dempingsmateriaal. Ieder systeem vereist zijn eigen specifieke demping. De demping hoort bij het ontwerp.
De verschillende dempingsmaterialen hebben ieder hun eigen kenmerkende eigenschappen en toepassingen. Het dempen van kasten is te onderscheiden in drie verschillende gebieden:
1. Het dempen van reflecties en staande golven in de kast. Hierdoor wordt een holle kastklank voorkomen. Dit wordt bereikt door de kastwanden te bekleden met geluidsabsorberend materiaal zoals: BAF, natuurwol in de vorm van een deken, dik vloertapijt van zuiver wol met een jute rug, vilt met een dikte van 5 a 10 mm of Pritex tandenschuim. Ook kan een combinatie van genoemde materialen worden toegepast. Men denkt wel eens dat Pritex universeel toepasbaar is, maar dit is onjuist. Er bestaat niet zoiets als universeel dempingmateriaal, wanneer men hoge eisen stelt.
2. Gesloten systemen dienen te worden voorzien van vulmateriaal. Dit dient de kortstondige warmteontwikkeling in de kast, die ontstaat door de heen en weer gaande beweging van de conus, te absorberen en weer af te staan. Tevens absorbeert het vulmateriaal het kastgeluid. Geschikte vulmaterialen zijn BAF, dr. Bailey’s longhair, natuurwol in de vorm van een deken. Een oude wollen trui voldoet ook. Ook bruikbaar is steenwol. Gebruik nooit te veel vulmateriaal, want dat veroorzaakt kleuring van het geluid.
3. Het dempen van meetrillende kastwanden. Dit wordt bereikt door de wanden te verzwaren en te bekleden met anti-dreunplaten, bitumenplaten, lood, of door de kast dubbelwandig te maken en de tussenruimte te vullen met zand of anti-dreunplaten. Dit soort zaken is voornamelijk van belang voor de perfectionist.
Bij een basreflexkast dienen in principe alleen de wanden bekleed te worden met een van de onder punt 1 genoemde materialen.
Labyrinthsystemen kunnen worden gevuld met dr.Bailey’s longhair en BAF deken. Tandenschuim kan ook worden gebruikt.
DATA INBOUWLUIDSPREKERS.
De impedantie.
Dit is de wisselstroomweerstand ( Z ) van de luidsprekerspoel.
Toepassings aanduiding.
Vaak wordt de toepassings aanduiding gedaan als volgt;
L = woofer, M = middentoner, H = hoogtoner of tweeter. LM = laag + midden en staat voor een woofer die tevens het middengebied kan weergeven en geschikt is voor een tweeweg systeem. Kan meestal ook als alleen middentoner worden gebruikt.
B = breedbandluidspreker en geschikt voor de weergave van het gehele frequentie gebied.
Inbouwopening.
Deze wordt gegeven voor de montage van de speaker meestal vanaf de voorzijde op de frontplaat.
Belastbaarheid.
Hiermee wordt bedoeld het RMS vermogen ofwel het “wattage”, ook wel aangeduid met “B”
Bij squakers en tweeters wordt meestal de systeembelastbaarheid vermeld. Dit wil zeggen de B van de speaker wanneer deze in een meerweg systeem is aangesloten via een scheidingsfilter. De B dient u op te vatten als een globale opgave en is niet exact.
In de eerste plaats is de opgave van de diverse merken niet geheel vergelijkbaar. In de strijd om het wattage, dat spreekt de consument het meest aan, hebben fabrikanten de neiging tot een rooskleurige voorstelling. De B is afhankelijk van de aard en de tijdsduur van het geluidssignaal en van het scheidingsfilter. Bij woofers geld de opgave vanaf 30 Hz. Een woofer die belast wordt vanaf 20 Hz is dus lager belastbaar.
De B van squakers en tweeters is in feite zwevend en afhankelijk van verschillende factoren. Voor squakers geld de opgave bij een scheidingsfrequentie van af 400 Hz met een 2e orde filter, 12 dB/oct. Hoe hoger fo hoe lager de B.
Voor tweeters geldt de opgave met een fo van 4000 Hz met een 2e orde filter. Hoe lager de orde van een filter en fo, hoe lager de B.
Voorbeeld; een tweeter met een B van 40 watt heeft nog maar een B van ca 10 watt wanneer deze is aangesloten op een 6 dB/oct. filter, een enkele condensator dus.
Ook de aard van het signaal is van invloed. Een zuivere sinustoon van 5 watt van een generator of testplaat/cd is al te veel voor een tweeter, ook via een filter.
Rendement
Dit is de geluidsdruk in decibels ( dB ) bij een vermogen van 1 watt gemeten op 1 mtr afstand. In het Engels : SPL = sound pressure level. Dit getal geeft de efficiency van de speaker aan. Bij een meerweg systeem dient het rendement van de speakers ongeveer gelijk te zijn. Het rendement van midden en hoog kan op eenvoudige wijze aangepast worden door een L pad of een weerstandsnetwerk. Ook het verzwakken van een woofer is mogelijk zonder kwaliteitsverlies. Bij weergave op huiskamer niveau wordt het meestal niet als onaangenaam ervaren wanneer het rendement van de woofer tot 3 dB hoger is dan die van midden en hoog. De toepassing van twee gelijke luidsprekers parallel of in serie geeft bij gelijk blijvende impedantie een geluidswinst van 3 dB ten opzichte van één speaker.
Resonantie frequentie.
Deze wordt gemeten op een standaard IEC baffle. Door inbouw in een kast stijgt de fs van een woofer en een open squaker. De diepte van het laagbereik van een woofer hangt behalve van fs ook nog af van andere factoren. Hoe groter de kast, hoe lager fs.
Weergave bereik en scheidingsfrequentie’s.
Dit is een opgave van de fabrikanten waarbij de maximale fo voor kwaliteits weergave wordt aangegeven. Het frequentiebereik is niet scherp begrensd, het werkelijke bereik is groter. Boven de vermelde frequentie bij woofers neemt de geluidssterkte geleidelijk af en de vervorming, kleuring en bundeling toe. Bij squakers en tweeters wordt tevens de laagst toegestane fo vermeld, deze dient bij tweeters minimaal 2x fs te zijn. Bij sommige squakers is dit minder kritisch. Een woofer kan zonder bezwaar belast worden met hoge tonen, een tweeter daarentegen zal door de belasting met lage tonen zeker defect raken.
Q factor.
Dit is de vergrotingsfactor met betrekking tot de resonantiefrequentie. Bij inbouw in een kast stijgt de Q; hoe kleiner de kast hoe hoger de Q. Met een Q van 0,7 loopt de frequentiekarakteristiek van een woofer vloeiend omlaag zonder een bult op de resonantiefrequentie. Een Q hoger dan 0,7 vertoond een oplopende karakteristiek en naarmate de Q hoger is, is ook de bult hoger. Dit betekend dus een versterkte weergave rond fs. Is de Q te hoog, dan uit zich dit in een boemerige basweergave, het bekende geluid van een goedkope luidspreker in een te kleine kast. Globaal genomen dient de Q van een luidspreker + kast te liggen tussen 0,7 en 1,0. De Q van een gesloten kast is te berekenen :

Hierbij is n een factor die afhankelijk is van de soort en hoeveelheid dempingmateriaal.
Vas.
Dit is het equivalent volume; het aantal liters lucht waarvan de stijfheid overeenkomt met de stijfheid van de ophanging van de conus. Hoe hoger dit getal, hoe soepeler de speaker. Dit gegeven wordt gebruikt bij het berekenen van gesloten- en reflexkasten.
Magneetflux.
Dit is het produkt van de magneetsterkte in Tesla, de omtrek van de spreekspoel en de hoogte van de luchtspleet. Dit getal geeft een indicatie van het totale werkzame magnetisme in de luchtspleet.
De belastbaarheid of: hoeveel watt ?
Een veel besproken onderwerp. Steeds opnieuw blijkt dit voor velen een magisch gegeven te zijn. Mijn stelling hierin is:
“ Bij normaal huiskamer gebruik is het belang van het wattage vrijwel te verwaarlozen.”
De belastbaarheid is voornamelijk van belang voor diegenen die vaak “plankgas” afspelen, of een feestje geven met veel mensen in huis en daarbij hun 100 watter ( of meer ) wel eens flink open willen draaien. En verder voor podium, disco of PA gebruik.
Met twee luidsprekers van 25 watt kunt u in de huiskamer vrijwel alle muziek op een realistische sterkte weergeven omdat weergave op een stevig huiskamerniveau zelden meer dan 1 watt vergt terwijl een vermogen van 10 watt meestal al zo luid klinkt dat huisgenoten en buren zullen protesteren. Het door de luidspreker opgenomen vermogen is uitsluitend afhankelijk van de stand van de volumeregelaar. Men kan dus gerust een 40 watt luidspreker aansluiten op een 100 watt versterker. Andersom kan ook geen kwaad, een 60 watt luidspreker kunt u rustig aansluiten op een 20 watt versterker.
Het wattage van een luidspreker heeft niets te maken de geluidsopbrengst, dit heeft meer te maken met het rendement.
De volumeregelaar van een versterker werkt als het goed is logaritmisch ( = kwadratisch ) en 1/10e deel van de slag van de regelaar levert steeds een verdubbeling op van het vermogen = 3dB. Hieruit volgt dat een versterker van 60 watt die half open staat ( op 12 uur ) 2 watt vermogen levert. Mits het vermogen van 60 watt wordt geleverd op stand 10. ( maar vaak is dit al het geval op stand 8 of 9 ). Hieruit volgt weer het op het eerst gezicht wat merkwaardige feit, dat een toename van de geluidssterkte van 3 dB optreed bij een verdubbeling van het vermogen van 1 naar 2 watt, maar eveneens bij een verdubbeling van 30 naar 60 watt.
Het zelfde geldt, maar in mindere mate voor de toonregeling. Met de toonregeling in de middenstand is de weergave karakteristiek recht en dit is dan ook de normale stand.
De belastbaarheid van een luidspreker hangt grotendeels af van de tijdsduur en de aard van het toegevoegde signaal. Hoe lager de vervorming, hoe meer een luidspreker verdragen kan. Het “opblazen” van luidsprekers wordt dan ook eerder veroorzaakt door een te kleine vesterker die langdurig te ver wordt opengedraaid, waardoor vervorming optreedt. Hierdoor ontstaat een soort gelijkstroomeffect waardoor de ruimte tussen de muziekimpulsen wordt opgevuld en de spoel van de speaker geen tijd krijgt om de warmte af te staan. Het verbranden van tweeters vindt, naast te veel vervorming, meestal zijn oorzaak in een te lage scheidingsfrequentie en door een filter van 6 dB/oct. een enkele condensator dus.
Versterkervermogen.
Het benodigde versterkervermogen is afhankelijk van het rendement van de luidspreker, de grootte van de kamer en de mate van stoffering. Uitgaande van een luidspreker van 85 dB,
( + 3db = 88 dB want u heeft 2 luidsprekers ) en een kamer van 4 x 8 meter met een gemiddelde stoffering is een vermogen benodigd van 5 watt. Voor iedere 3 dB dat het rendement hoger of lager is heeft u resp. de helft of het dubbele vermogen nodig. Voor een zwaar gestoffeerde kamer 1,5 x. Een vermogen van 2x 40 watt is globaal te beschouwen als een optimaal minimum.
U wilt gaan bouwen, maar ja….
De keus aan goede zelfbouwluidsprekers is zo groot, dat het bijna ondenkbaar is , dat u geen passend ontwerp zult vinden. Van de andere kant wordt het hierdoor voor de minder besluitvaardige wat moeilijker om een keus te maken. Een handige methode tot besluitvorming is de zgn. negatieve selectie. Noteer de luidsprekers die u om een of andere reden aanstaan. Door hiervan steeds een ontwerp te schrappen blijft tenslotte voor u de meest aantrekkelijke luidspreker over. Laat u daarbij niet te veel ( mis ) leiden door reclame en advertenties. Ga eens ergens bij iemand luisteren indien mogelijk en vertrouw op uw oren of op die van uw vrouw of vriendin. Die horen, zegt men, scherper dan mannen.
Wat is van belang bij de aanschaf van een luidspreker.
De belangrijkste maatstaf is uw smaak van het gewenste geluid. Voor iedere voorkeur is er een passende luidspreker te vinden. Daarnaast speelt de luisterruimte een grote rol. De grootte van de kamer en de akoestiek hiervan zijn factoren die meetellen. In een kleine kamer kunt u beter geen kanjer van een basreflexkast plaatsen.
Ook de akoestiek is van belang. Is de kamer schaars gemeubileerd, met weinig stoffering, een harde vloer zonder vloerkleed en zonder gordijnen, dan heeft uw kamer zonder twijfel een harde akoestiek. Klap maar eens in uw handen en luister naar de echo’s. Een harde akoestiek maakt niet alleen het luisteren naar muziek maar ook conversatie vermoeiend. Voor een dergelijke ruimte kunt u het beste kiezen voor een luidspreker met een “warm” karakter, d.w.z. niet te vel hoog en midden. In dit geval is het aan te bevelen toch eens over wat meer aankleding te denken in de vorm van een vloerkleed en wat gordijnen. Er zijn mooie design kleden te koop die het aan de wand erg goed doen. U zult merken hoeveel aangenamer het akoestisch klimaat in de woonruimte wordt met wat meer stoffering.
De kastgrootte.
De grootte van de kast wordt voornamelijk bepaald door de basluidspreker. Hoe groter de kast, hoe verder het lagetonen bereik doorloopt en hoe groter de kwantiteit aan lage tonen.
Het boekenplankformaat van ca. 30 cm dient bij voorkeur op oorhoogte en tussen de boeken geplaatst te worden. De basweergave hiervan komt pas goed los bij een pittig geluidsniveau en zeker wanneer deze speakers vrijstaand worden opgesteld. Wilt u op een laag geluidsniveau een betere basweergave, dan kunt u beter een wat groter, 40 a 50 cm hoog reflexsysteem aanschaffen. Deze kan zowel in een wandmeubel als op een voet van 20 a 30 cm geplaatst worden. Door plaatsing op de vloer krijgt u een “rustige” weergave.
De vloerstaande zuilen met een hoogte van 70 a 100 cm zijn geschikt voor de meeste huiskamers. Met deze hoogte wordt een optimale spreiding verkregen. En met de basweergave hiervan zijn meestal geen problemen te verwachten. Ook een goed satelliet systeem met subwoofer is een prima oplossing.
De grote kasten met een hoogte van 1 meter of meer zullen zeker voor wat de basweergave betreft weinig wensen onvervuld laten. De veronderstelling dat deze kasten alleen maar zinvol zijn in grotere kamers en op een hoog geluidsniveau moeten worden afgespeeld is onzin. Dit laatste geld eerder voor boekenplank luidsprekers.
Het is wel zo dat muziek in een grote kamer wat ruimtelijker klinkt. In een niet al te grote kamer kunnen eerder problemen ontstaan door een te sterke basweergave. Deze kan worden verminderd door de kast een paar centimeter omhoog te brengen zodat er “lucht” onderdoor kan. Dit bereikt u door de kast op blokjes, wieltjes, spikes of kegels te plaatsen.
Plaatsing van de kasten.
De meest voor de hand liggende plaats is niet altijd de beste. Plaatsing in een hoek versterkt de basweergave. Bent u niet geheel tevreden met het resultaat en u heeft de ruimte, ga dan eens experimenteren met de opstelling. Er is kans dat de speakers het na verplaatsing beter doen dan u had verwacht. Vaste regels zijn niet te geven omdat meubilering, stoffering en kamerafmetingen variabele factoren zijn.
Het Budget.
Het is niet zo verstandig om de luidspreker als sluitpost op de installatie te zien. Het is natuurlijk wel verleidelijk om meer geld aan een fraaie versterker uit te geven maar indien u ambitieus bent en niet tevreden voor u het beste heeft, onderdruk dan uw neiging om te weinig geld aan de speakers te willen besteden. De kwaliteit van versterkers is vrijwel altijd beter dan die van de beste luidsprekers en dit geld ook voor de duurdere fabriekskasten. En vergis u tenslotte niet in de fabriekskasten, zeker in de lage prijsklassen en soms ook nog wel in de niet eens zo goedkope prijsklasse. Te dun en een matige kwaliteit spaanplaat, soms slordig in elkaar geniet en met een piepeltje goedkoop dempingsmateriaal.
Soms zit er maar voor een paar tientjes aan speakers in die met de dunste aansluitdraden zijn verbonden die er maar zijn en een “scheidingsfilter” bestaande uit uit een goedkoop elco’tje.
Vergelijk dat maar eens met schitterende houtpaketten van zwaar MDF en scheidingsfilters die bij diverse goede audio-zelfbouwzaken te koop zijn.
“Een luidspreker is slechts zo goed als zijn behuizing.”
Nog enkele tips.
De werking van een spoel berust op de werking van het magnetisch veld. Een uitwendig magnetisch veld wijzigt de zelfinduktie en dus de waarde van een spoel. Kies daarom voor het scheidingfilter een plaats die zover mogelijk verwijderd is van de luidsprekermagneten
( Ca. 10 cm is voldoende ) zoals tegen de achterwand of op de bodem van de kast. Zorg ervoor dat het filter altijd bereikbaar blijft, bijvoorbeeld door de opening van de woofer, of door een andere voorziening.
Het is zeer belangrijk voor de geluidskwaliteit dat de speakers in de juiste fase ( + en - ) op het filter worden aangesloten. De pluspool van een luidspreker is doorgaans gemerkt met een rode stip, of verschil in breedte van de aansluit contacten. In geval van twijfel kan dit worden gekontroleerd door het kortstondig aansluiten van een 1,5 volts batterij. Indien de + pool van de luidspreker is verbonden met de + pool van de batterij, beweegt de conus zich naar voren. Dit moet dan ook zo zijn met de andere speakers. Pas op, een hoger voltage kan funest zijn voor de tweeter.
Ook de beide kasten dienen met elkaar in fase te staan. Indien dit niet het geval is verslechterd de geluidskwaliteit. Er ontstaat een wazig stereo-beeld en een verlies aan lage tonen. Bij goed aangesloten boxen zit de basweergave in het midden tussen de boxen.
Tot slot.
Er werd in dit artikel enige keren gesproken over berekenen van kasten. Vroeger gebeurde dat door het toepassen van formules, waarbij een beetje wiskundige kennis onontbeerlijk was. Vandaag de dag zijn er vele soorten computerprogramma’s die deze berekeningen voor u doen en u dus helpen bij zowel de kast als wel het berekenen van en aan filters.
Ik hoop dat ik u met dit verhaal een beetje op weg help om een start te maken bij het plan om zelf luidsprekerboxen te bouwen. Kijk ook eens even bij de andere onderwerpen die op deze homepage te vinden zijn, zoals gereedschappen. Wel handig om die te hebben en zoek eventueel “doe het zelf” lectuur. Want vertellen doen we u hier op het forum van alles, maar bouwen wilde u zelf gaan doen.
Succes daarmee.
Sietse
Bronnen REMO en Muiderkring |