| Gesloten behuizingen |
|
|
|
| Geschreven door Edo | |||
| Tuesday, 21 September 2004 | |||
|
De makkelijkste en simpelste behuizing is de gesloten kast. Gewoon ingesloten lucht en een luidsprekerchassis. Hier kun je niet zoveel verkeerd mee doen, en de afmetingen komen veel minder nauw dan bij andere behuizingen. Een mooi voordeel van een gesloten behuizing is dat de weergavekarakteristiek en het impulsgedrag goed in de hand te houden zijn.
Hoe krijg je nu een goede controle en goede weergavekarakterestiek. Een methode is het meten of vaststellen van de Q factor. Bepaalde waarden van Q hebben verschillende weergave eigenschappen:
Wat moet je nou met die waarden. Gaat de Q factor richting de 1 zal de speaker een vol en stevig beeld neerzetten. Lagere waardes van rond de 0,8 worden al wat gedetailleerder en hebben een beter impulsgedrag. Nog lagere waardes van 0,5 worden wat overdreven strak In de grafiek hieronder zie je wat bedoelt wordt.
Gesloten behuizingen vragen over het algemeen voor woofers met een Qts van meer dan 0.3. Wat vaak wordt toegepast bij een gesloten behuizing is de zogenaamde elektronische correctie. Veel subwoofers die gesloten zijn hebben zo'n correctie mogelijkheid. Hieronder zie je een simulatie van een Seas woofer in een 55 liter gesloten behuizing. De blauwe lijn is met een elektronische correctie van 8 dB bij 24 Hz. Zeker een leuke grafiek zo. Je ziet dat f3 met 18 Hz gezakt is. De ongecorrigeerde behuizing zit op 42 Hz en de gecorrigeerde behuizing zit opeens op 24 Hz. Maar wat erger is, is dat de groeplooptijd (groupdelay) omhoog geschoten is van 6 ms naar een onacceptabele 20,3 ms.
Dan de uitwijking van de speaker, Xmax. Bij een normale simulatie lijkt daar niets mis mee. De simulatie wordt gedaan met een "vermogen" van 1 Watt. Maar voer dit vermogen eens op naar een kleine 20 Watt. Hieronder zie je wat er aan de hand is.
De dunne horizontale lijn geeft de Xmax van de gebruikte speaker weer. Je ziet dat bij onze gekozen elektronische correctie het een erg leuke frequentiegrafiek gaf, maar de Xmax en groeplooptijd totaal niet goed zijn. Hoe daar dus rekening mee als je gaat ontwerpen.
Dan, met dank aan Peter, nog even wat formules. Als eerste de formule om het volume van je kast te berekenen:
Waarbij Qbox de kwaliteitsfactor van de box is: En N het aantal identieke speakers die je gebruikt (dus niet de woofer en tweeter als N=2 benoemen...)
Dan de formule voor de resonantiefrequentie van de box(fb):
Bij fb is de output van de speaker gedaald tot de waarde van Qb en niet altijd tot -3 dB zoals sommigen denken. Dat is alleen bij een Butterworth afstemming zo. Je ziet dat je Qb niet kleiner kan maken dan Qts.
Bron: Luidspreker-meettechniek (J. D'Appolito), Michael Ebner, Luidsprekerkasten ontwerpen (Vance Dickason), diverse internetsites,P. de Jong
|
|||
| Bijgewerkt op ( Thursday, 17 March 2005 ) | |||
| < Vorige | Volgende > |
|---|
